IDeale natuurwetten en de dood
2005-09-23
Een profetisch-symbolische uitleg van Genesis 1 kan ons helpen om geloof en wetenschap op een integere manier met elkaar te verbinden. Het gedachtegoed van Intelligent Design (ID) lijkt hierbij goed aan te sluiten.- Jaargang 49
- nummer 18
Toch worden er binnen de ID-beweging twee belangrijke aspecten van 'ontwerp' vaak niet genoemd. Aan de ene kant de natuurwetten, die een krachtig getuigenis vormen voor intelligent design. En aan de andere kant de morele vraag: er lijkt zoveel bad design in de natuur te zijn.
Dieren zijn prachtig gemaakt, maar kunnen elkaar soms op zo'n gruwelijk manier opvreten. Is dat ontwerp van God? Wat zegt de bijbel hierover?
Wie spreekt over ID kan er niet omheen dat 'ontwerp' juist zichtbaar wordt in de natuurwetten, dat wil zeggen in de orde die er is in de natuur. Het scheppingsverhaal leert ons dat die orde in de natuur resultaaat is van Gods spreken. De beschrijving daarvan vindt plaats binnen de wereldbeschouwing van toen en daarom is het focus gericht op de aarde en niet op het hele universum (zoals in ons wereldbeeld). Dat ordenend spreken van onze Schepper wordt vooral beschreven bij de eerste drie scheppingsdagen. We zien daar dat Hij scheiding aanbrengt tussen dag en nacht, water en land, enzovoorts.
Intelligentie en vuur
Wetenschappers hebben nog veel meer ordening in de natuur ontdekt. We spreken dan over natuurwetten.
Vaak zijn dat eenvoudige formules of beschrijvingen die veel verschillende verschijnselen in de natuur min of meer verklaren. Newtons theorie van de zwaartekracht bijvoorbeeld beschrijft met slechts een paar formules zowel het vallen van een appel als de omloop van de aarde om de zon.
Op indirecte manier wijst het scheppingsverhaal erop dat God de ontwerper is van deze natuurwetten. Hem erkennen als onze Schepper betekent dus belijden dat de natuurwetten expressie zijn van Gods wil en van zijn trouw.1 Ook zijn trouw, want Hij schiep een orde en geen chaos. Laten we daarbij vooral beseffen dat Hij aan de ontwerpkant van deze wetmatigheden staat, terwijl wij aan de zijde staan waarop ze ten uitvoer gebracht worden.2 Dat betekent onder andere dat de scheppingsorde van God veel omvangrijker en ingewikkelder is dan wij ooit kunnen beseffen.
Bovendien, de natuurwetten zouden nooit werken zonder Gods voortdurend spreken en het vuur van zijn Geest (Genesis 1:2; Psalm 33:6). Aan deze woorden heeft de bekende natuurkundige Stephen Hawking vast gedacht toen hij zich af vroeg: 'Wat blaast nu eigenlijk het vuur in de formules (fire into the equations) zodat er überhaupt een universum is om te beschrijven?3 Hij vraagt 'Wat', ik zou liever zeggen 'Wie?'. Wie anders dan de HEER God die Koning is! Hier ligt de kern van Intelligent Design. Merkwaardig genoeg wordt binnen de ID beweging niet of nauwelijks over dit aspect van ontwerp gesproken.
Goed of slecht ontwerp
Ook in het boek Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp van Cees Dekker wordt weinig gezegd over de natuurwetten en al helemaal niets over de zogenaamde morele vraag. In een brief uit 1860 formuleerde Darwin die vraag ongeveer zo: Ik kan niet geloven dat parasieten en vleesetende dieren het ontwerp van een goede God zijn en waarom zou ik dan wel geloven dat Hij de ontwerper is van b.v. het menselijk oog? In de natuur zien we dat het leven van het ene dier vaak niet zonder de dood van het andere kan. Daarom de vraag: is de dood in de natuur ook ontwerp van God en daarom onderdeel van de goede schepping van God of juist niet?
Dood in de natuur
Mij is altijd geleerd dat de dood-inde-natuur niet bij de goede schepping behoorde, maar gevolg was van de zondeval. Waarom geloven zoveel christenen dit? Dat heeft veel te maken met de uitleg van Genesis 3:17 waar de HEER de aardbodem vervloekt omwille van de man. De aardbodem is in het denken uitgebreid tot de aarde met de hele natuur inbegrepen.
Daarbij wordt dan verwezen naar Romeinen 8:20-21 waar Paulus schrijft dat de hele schepping door God onderworpen is aan de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid.
Maar het is niet duidelijk of Paulus hierbij teruggrijpt op een situatie die pas ontstaan is na de zondeval of dat het gaat over de aard van de geschapen werkelijkheid die na de zondeval verzwaard is. In ieder geval heeft de vloek die in Genesis 3:17 genoemd wordt betrekking op de akkerbodem die niet langer zijn volle opbrengst zal geven en zeker niet op de hele aarde, laat staan de hele natuur.4 In het Nederlands Dagblad van 30 oktober 2004 schrijven Douma en Verbree dat de dood van dieren er al was voor de zondeval. In Genesis 2:17 werd Adam gewaarschuwd dat hij zou sterven wanneer hij van de boom van kennis van goed en kwaad zou eten. Hoe kan Adam weten wat 'sterven' is als hij dat niet om zich heen had gezien?
De trots van God
Dit argument is op zich redelijk maar er is meer. In Genesis 1:21 lezen we dat God de 'grote zeedieren' schiep.
Het gebruikte Hebreeuwse woord betekent doorgaans 'zeemonster' zoals de Leviathan.5 Het gaat dan niet om een aardige dolfijn van groot formaat, maar om een verscheurend en bedreigend dier.
Wanneer God tegen Job spreekt dan beroemt Hij zich erop, dat Hij allerlei dieren heeft gemaakt, onder andere de arend (een roofvogel) en de gier (aaseter). Over de laatste lezen we in Job 39:32-33 (NBG) dat ze zich voeden met dode dieren en hun bloed slurpen.
In Job 40:20-41:25 wordt een verscheurend monster beschreven (volgens de NBG vertalers een krokodil) waarvan God trots zegt dat Hij die rij afschuwelijke tanden heeft gemaakt (Job 41:5). De Willibrord vertaling (1981) omschrijft deze brute dieren als 'een meesterwerk van Gods scheppende hand'.
En Genesis 1:30 dan, waar staat dat God aan de dieren plantaardig voedsel geeft? Hieruit volgt niet zondermeer een verbod om vlees te eten en zeker niet dat er geen dood was.
Maar het is wel een tekst die iets minder goed aansluit bij de andere bijbelse gegevens die ik noemde.
Sterfelijke mens
Toch is er nog een sterker argument voor de vergankelijkheid van de schepping. Ook de mens werd sterfelijk geschapen. In Genesis 2 en 3 lezen we over de eerste mensen die in een aparte tuin – afgezonderd van de rest van de aarde – mochten leven in de nabijheid van God. In die tuin staan twee bomen. Van de boom van kennis van goed en kwaad mag de mens niet eten. Hij doet dat wel en wordt dan uit de tuin weggejaagd. Waarom? In Genesis 3:22 lezen we dat de HEER niet wil dat de mensen van de boom des levens eten en alsnog tot in eeuwigheid zouden leven. Om eeuwig te leven moesten Adam en Eva kennelijk van die boom des levens eten. Daaruit blijkt dat de mens niet onsterfelijk geschapen was, maar eeuwig leven alleen kon ontvangen als een geschenk van God. Eeuwig leven is alleen mogelijk als alles goed is tussen mens en God, en is dus veel meer dan oneindig lang voortbestaan. Toen de HEER de mensen wegjoeg uit zijn tuin deed de dood zijn intrede in het leven van de sterfelijke mens. Er ging geen 'bezit' verloren, maar een 'geschenk'.
Als God nu de mens sterfelijk had geschapen, dan de dieren toch zeker ook?
Einde natuurromantiek
Het valt niet mee om te accepteren dat de dood-in-de-natuur onderdeel was en is van Gods goede schepping.
Daarom heb ik me afgevraagd of deze uitleg niet betekent dat ook ons denken over God gecorrigeerd moet worden? Hebben wij de HEER, onze God, niet veel te aardig gemaakt in onze theologie? Is Hij niet veel vreeswekkender dan wij doorgaans willen weten?
In het volgende, laatste artikel komt tenslotte de vraag aan de orde wat dit alles betekent voor het ontstaan van leven op aarde.
1 Vergl. drs. H. de Jong, Hete hangijzers, Voorhoeve Kampen, 1999, p. 31: ‘De Schrift zegt: wat jullie natuurwetten noemen, dat zijn in werkelijkheid bevelen van God aan zijn schepping’.
2 Voor kenners van computers: God schreef de Source van de software, terwijl wij slechts de Executable leren ontdekken.
3 Stephen Hawking, A brief history of time, Space Time Publications, 1988, p. 174.
4 Zo ook G. Ch. Aalders, Korte Verklaring.
5 Vgl. Van Selms, Prediking van het OT.