Tastend naar een nieuw begin

2005-10-07
  • Jaargang 49
  • nummer 19
‘Bij sommige boeken word ik emotioneel als ik op de laatste bladzij gekomen ben. Ik kan dan moeilijk afscheid nemen en het enige dat er dan opzit is het gewoon weer opnieuw gaan lezen. Ik had dat gevoel ook bij het laatste vers van Maleachi’ - zo leidde Jaap Kanis zijn laatste bijdrage over het Oude Testament in.

Onze Barendrechtse meelezer zit met deze gedachte niet ver af van Maarten Luther, die in de 16e eeuw zijn tijdgenoten steeds weer aanmoedigde om de Schrift te lezen en te herlezen: ‘Wie denkt dat hij de Heilige Schrift kent, kan maar het beste weer opnieuw beginnen’, schrijft Luther ergens.

Op driekwart
Het was natuurlijk een sprong in het diepe, toen ik u als Opbouw-lezers eind vorig jaar uitnodigde om samen met mij de hele NBV door te lezen.
Zullen er überhaupt aanmeldingen komen, zo vroeg ik me af. En zullen ze niet na één of twee keer afhaken?
Het eerste bleek het geval en minstens zo bijzonder is het, dat bijna iedereen die bij Genesis zijn leeservaringen opstuurde het stevige tempo bijhield. Op driekwart van de bijbel komt u deze noeste meelezers allemaal tegen - op Andries Mak na, die net deze weken vakantie houdt. Een kleine hommage vanwege hun inbreng, want zonder dat had ik de artikelen niet kunnen schrijven.

God leren kennen
Voor Corrie Sonke was karakteristiek dat ze al lezend niet los kwam van de heel directe vraag: ‘Wie bent U Here’.
Juist vanuit deze vraag trof haar Gods liefdevolle vasthoudendheid, die mensen helpt om zichzelf te aanvaarden‘want voor God is ieder mens belangrijk en kostbaar in zijn ogen’, zo schreef ze.
Frits Bijlenga is in Amersfoort-Zuid op dit moment bezig met het 33-dagen project (zie elders in deze Opbouw), waar het gaat om ‘Jezus leren kennen’.
Voor Frits sloot dat project heel goed aan bij zijn lezing van het Oude Testament, waar hij onder de indruk kwam van wie God is en hoe Hij wil dat we leven. Hij schrijft: ‘Wat mij opviel was de grootheid van God, de eerbied die Hij wil ontvangen, maar ook het geduld met de steeds weer in de fout gaande mensen. Na straf is er toch ook telkens weer een nieuwe relatie met God mogelijk voor zijn volk en zelfs ook voor de overige volken.’ Twee getuigenissen, die tegelijk uitnodigen tot zo’n integrale lezing van de bijbel.

Kleine profeten
Zeven kleine profeten telde deze laatste Oudtestamentische etappe.
Donkere wolken van oordeel over de rottigheid in mens en wereld ontbreken niet, zoals bij Nahum (over Ninevé) en Sefanja met zijn duistere oordeelsdag.
Tegen die achtergrond komen de lieflijke woorden vol uitzicht en heil er des te scherper uit. Opvallend zijn alleen al de slotgedeelten van deze profetenboekjes. Zoals Habakuk met zijn ‘en toch zal ik juichen voor de Heer’ (3:18). Tineke Plooij schrijft: ‘Ik vind dit gedeelte een voorbeeld van een geloof, waarin het in de eerste plaats om God zelf gaat, om het vertrouwen in hem en niet in de eerste plaats om de goede dingen die God kan en wil geven’. Of Zacharia met zijn allesomvattende aanwezigheid van God - zelfs de bellen van de paarden zijn aan de Heer gewijd.
‘Weergaloos mooi’, voegt Tineke toe.

Recht doen
Al eerder - bij Jesaja en Jeremiakwam het thema van recht en gerechtigheid ter sprake. Dat speelde niet alleen vóór, maar ook ná de ballingschap.
Voor werkelijke vernieuwing van mens en wereld is meer nodig dan 70 jaar vreemdelingschap. Ook op dit punt. Bij Zacharia hoor je bijvoorbeeld: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar; onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.’ (7:9,10). Dat sluit naadloos aan bij de boodschap van Micha, die twee eeuwen eerder kwam met dat flonkerende woord: ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.’ Kees Bos trok de lijn door richting het asielbeleid in de wereld van 2005 en schreef prikkelend: ‘Van al dat juridisch gehakketak over het toelaten van vreemdelingen die hier hun toevlucht hebben gezocht moet de HEER toch wel gruwen.’ Voor mij was het ook een ontdekking om te merken hoe vaak het bij de profeten over dit thema gaat. Met de confronterende vraag wat dat voor de christelijke kerk van de 21e eeuw te zeggen heeft.

Christo-centrische zending
Corrie Meijer is degene, die altijd met grote aandacht voor details langs de rand van het tekstveld loopt. Nu wees ze er op, hoe vaak de kleine profeten het heil voor de wereld en de volken ter sprake brengen. Bij de lezing van Zacharia moest Corrie meer dan eens denken aan het Pinksterfeest, met zijn 3000 bekeerlingen uit alle werelddelen.
Zacharia 2:15 ligt heel dicht tegen Handelingen 2 aan: ‘Er komt een tijd dat vele volken zich bij mij zullen aansluiten.
Zij zullen mijn volk zijn, en bij jou, Sion, zal ik wonen’. Bob Wielenga diepte dat missionaire motief nog wat verder uit naar aanleiding van Micha 4 en de volken die in vrede toestromen: ‘De volkeren gaan naar Sion, aangetrokken door wat God daar doet, en omdat het Woord vandaar uitgaat. Sion-centrale zending, Christo-centrische zending dus: missio dei. De volkeren moeten nog steeds naar Christus komen.’

Overal reukoffers?
Veelvuldig gaat het bij de kleine profeten over deze verhouding tussen Israël en de volken. Bijna shockerend is dat het geval bij Maleachi, als God zijn volk vraagt naar de eerbied voor Hem. Dan zet God Israël in de vergelijking: ‘Van waar de zon opgaat tot waar ze ondergaat staat mijn naam bij alle volken in aanzien, overal brengt men mij reukoffers en reine offergaven... – maar jullie...’ (1:11).
Bob Wielenga schrijft: ‘In hoofdstuk 1 vind je dat roemruchte woord over Israël’s verkiezing, maar tegelijk de waarschuwing om de dienst der verzoening niet gering te schatten. Maak de verkiezing vast met vrees en beven; ze werkt niet automatisch.
Vers 11 is natuurlijk buitengewoon universeel - wat het precies inhoudt, ik weet het niet. Staat het niet haaks op dat verkiezingswoord? De tegenstelling tussen de waardeloze eredienst van de uitverkoren Jakob en de eerbied waarmee alle volken Gods naam respecteren, is natuurlijk schril. Het doet me aan Jona en Ninevé denken.’

Bij mensen onmogelijk
Hans en Corrie de Vlieger hebben in hun bijdragen altijd veel aandacht voor het Messiaanse in de profetieën, zoals dit keer in Micha en Zacharia.
Soms zijn het woorden, die heel direct worden aangehaald in het Nieuwe Testament, zoals de profetie over Bethlehem (Micha 5:1-3) of die over ‘de intocht van de rechtvaardige koning’ (Zacharia 9:9-10). En ook het intrigerende Zacharia 12:10 - ‘Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind.’ In andere gevallen is het verband met het Nieuwe Testament losser. Opvallend is wel hoe vaak je in de profetie voor het ‘menselijk onmogelijke’ komt te staan. Zoals bij de bedevaart van de volken (Micha 4:1-5) of bij de totale ondergang van onze zonden (Micha 7:19). Of als het gaat over ‘de telg aan de stam van David’ met zijn ‘reiniging van het land van alle schuld’ (Zacharia 3:9). En ook de mysterieuze bode uit Maleachi (2:6,7) brengt je in Messiaanse sfeer. Zo zie je de profeten - Petrus zei het al - tastend zoeken naar een nieuw begin.

Beeldrijk
Bijna iedereen was onder de indruk van de kracht van de profetische taal en de rijkdom aan beelden. Tineke Plooij schreef bij Nahum: ‘De taal is overweldigend; je ziet het zo nu en dan voor je als in actiefilms van nu’, waarbij ze wel gedacht zal hebben aan staccato passages zoals 2:9-11 en 3:1-3 en trouwens ook het vervolg van dat hoofdstuk. Ook Habakuk mag er zijn met een indringend derde hoofdstuk en de betrokken ‘ik’-passages in zijn boek. En verder zijn er natuurlijk de visioenen met hun rijke beeldspraak, zoals in Zacharia. Of soms is het maar een enkele zin, die grote zeggingskracht heeft. Zoals die over de Heer, die is als een muur rond een open stad (Zacharia 2:9) of de aarde die vol zal zijn van de kennis van de Here - zoals de zee vol water is (Habakuk 2:14). En ga zo maar door, maar ik moet stoppen.

Rooster
Matteüs-Marcus (kopijdatum 07-10-05) Lucas-Johannes (kopijdatum 19-10-05!) e-mail: f.gerkema@solcon.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief