Zomaar een begrafenis

2005-11-18
  • Jaargang 49
  • nummer 22
Het is rond kwart voor zes, als we uit de busjes strompelen. We moesten om vier uur uit bed om hier op tijd te zijn en ik voel me uitgewoond. Tientallen mensen zijn al bij de tent naast het sterfhuis aanwezig. De vrouwen gekleed in traditioneel Afrikaanse dracht, kleurrijk en prachtig. De mannen zonder stropdas maar met een colbertje.

We worden vriendelijk verwelkomd en voegen ons bij de aanwezigen. Er is heel wat geloop. De jonge dominee in licht pak, die de rouwdienst zal leiden valt, qua uiterlijk, minder op dan een grijze man in een opvallende groene toga met allerlei stiksel. Een huisvriend van de rouwdragenden?

Op de grond
Rond zes uur begint de samenkomst.
De weduwe komt naar buiten en gaat op de grond zitten, haar gezicht geheel verhuld achter een sluier. Eventuele emoties zijn niet te merken en dat hoort ook zo te zijn, volgens de traditie.
Vermoedelijk wordt al eeuwenlang zo begraven. Zolang de echtgenoot onbegraven is, zit en slaapt de weduwe op de grond. Geen stoel wordt door haar gebruikt. Ze zal net als haar man wel rond de zeventig zijn. Na de dienst geven we haar een hand en zien we haar van nabij. Ook dan valt het me onmogelijk haar leeftijd goed te schatten.

Sprekers vooraf
Een jonge zwarte vrouw is 'ceremoniemeester'.
Dat woord treft me als enigszins merkwaardig. Ze staat wat opzij, draagt een zwart mantelpakje en dito bolhoed. Zij geeft verschillende aanwezigen het woord, die meestal kort spreken, de overledene herdenken en vooral de uitwendige omstandigheden van zijn levensloop memoreren. Weinig wordt gezegd over zijn persoon, zijn hoop of vrees, verlangens, ambities, carrière of frustraties. We horen zelfs niet of hij een groot gezin heeft gehad. Een merkwaardige ingetogenheid, die misschien hier wel gebruikelijk is.

Bloedvloeiende vrouw
Er gaat geruime tijd overheen voordat de predikant het Evangelie gaat verkondigen.
Er wordt in de Bijbel gelezen en verteld over onze hoop als christenen.
De predikant doet het goed. In de preek staat Christus centraal. Het thema van Jezus en de bloedvloeiende vrouw lijkt ons ongewoon voor een rouwdienst.
'Zoals deze vrouw geen hulp gehad van doktoren, maar alleen van de Heer, zo is ook voor de overledenen alleen hulp te vinden bij de Heer van levenden en doden en verder nergens'.
Dat was ongeveer de teneur van de preek, meende ik te begrijpen. Een gedreven man, deze voorganger.
Op een bepaald moment wordt een deken die opgevouwen op de kist ligt uitgerold en over de hele kist gedrapeerd; alsof de overledene onder een warme deken moet worden gelegd, om warm te worden.

Mayibongwe
Wat ondertussen het meest opvalt is het zingen. Wie de film 'Out of Africa' heeft gezien, herinnert zich misschien de muziek, die stem van het 'eeuwige Afrika'. De ziel van Afrika valt in de muziek te horen, zeer indrukwekkend.
Steeds is het een vrouw die een lied inzet, een regel zingt, waarna andere vrouwen de tekst en melodie van haar overnemen; donker en sonoor laten de mannen een soort 'basso continuo' horen. Het klinkt prachtig en gaat ook door merg en been. Zo anders dan ons eenstemmig zingen. Ieder zingt hier onbekommerd een eigen melodie en men komt toch steeds weer op dezelfde akkoorden samen. In de hemel of op de nieuwe aarde zal later veel Afrikaans gezongen worden, denk ik. Het lied Mayibongwe treft me het meest; het is een van de schaarse woorden Zoeloe die ik tevoren kende en betekent: 'Dank aan de Heer'. Steeds opnieuw weerklinkt die regel die de hoop op de opstanding moet aangeven. Er wordt gezongen zoals geen enkele christelijke gemeente in het Westen dat zou kunnen.
Dit is een bijdrage van Afrika aan de Wereldkerk.

Achterbak
Het wordt tijd om te gaan begraven.
Een aantal mannen treedt toe en tilt de kist de tent uit. Een fraaie houten kist, een dure kist; de handvaten blikkeren van het nepgoud. Achter hen stroomt de hele kring familieleden, vrienden, gemeenteleden en dorpelingen het terrein af, al zingend. Veel jongemannen klimmen in de achterbak van 'pickupjes'.
Die wat fragiele autootjes worden belast met het gewicht van zeker vijftien stevige mannen. Ieder krijgt ergens een plekje, vaak met zeer veel anderen.

Christelijk
Honderden mensen van alle leeftijden bevinden zich dan op de begraafplaats – de vrouwen apart en de mannen apart. Ook hier spelen ze hun eigen rol: de vrouwen als en groot – om niet te zeggen: opzwepend – koor, de mannen die de overledene ook daadwerkelijk gaan begraven. Er is onder een boom in de kurkdroge grond al een fors graf gedolven. De kist wordt op een stellage getild die het mogelijk maakt hem in de kuil te laten zakken. De predikant treedt naar voren, spreekt wat woorden, gaat voor in het hardop uitspreken van het Onze Vader in het Zoeloe en treedt terug. Zijn taak zit erop.

Heidens
Maar dat is nog het einde niet! Voordat de kist kan zakken, kruipt iemand onder de stellage, staat onbekommerd in de kuil; en schikt daar de deken die we al eerder op de kist hebben zien liggen.
Voor de overledene wordt zijn bedje gespreid! Dan wordt de kist neergelaten.
De man gaat onbekommerd op de kist staan en spreidt daarover een stierenhuid uit, en een geitenhuid. Dan treden een paar mannen toe met weer iets anders, dierendarmen. Het is niet zeker of die ingewanden bij een sangoma, een traditioneel Afrikaanse medicijnman of toverdokter zijn geweest en magisch zijn bewerkt, maar de kans is groot van wel. Hier is opeens 'het andere Afrika' aan bod. Rituelen die stammen uit de tijd voor de komst van het Evangelie. Ondanks alle 'christelijke' inkleding (dit is een ronduit Gereformeerde begrafenis) is 'het heidense Afrika' nadrukkelijk aanwezig. Of de overledene dit zelf zo gewild heeft, of zijn weduwe, of kinderen? Een ding is duidelijk: hier heeft de predikant niets mee te maken! Ik spreek hem na de dienst en vraag dat expliciet en even expliciet antwoordt hij dat dit allemaal NIET plaatsvindt onder auspiciën van, of met goedkeuring van, de christelijke gemeente. Het hoort bij het moeilijk uitroeibare heidendom, dat je ook in het midden van de Kerk van Jezus Christus nog geregeld aantreft.

Echt begraven
Als alle toebereidselen zijn getroffen, wordt het gat dichtgegooid. De mannen scheppen het hele graf vol, daartoe aangemoedigd door het kolossale en indrukwekkende vrouwenkoor die voortdurend dezelfde regel herhalen, over de christelijke hoop in het aanschijn van de dood. De schop gaat rond en in een verbluffend tempo wordt de kuil dichtgegooid; iets later komen ook de vrouwen, met name de naaste familieleden, die van een uitgestoken schop een handvol zand op het graf strooien.
Als er eenmaal een hoop droog zand ligt – bij het concrete begraven steeg een gestage stofwolk op – worden er stenen omheen gelegd en al spoedig verschilt het graf in iets van de daar al aanwezige graven.

Maaltijd
Een lange rij mensen omzoomt de poort van de begraafplaats, als de familie per Mercedes de plek verlaat.
Zwijgend doet men de rouwdragers uitgeleide.
Even later staat men – allemaal keurig in een zeldzaam gedisciplineerde rij – te wachten op voedsel, dat uit grote bakken geschept wordt: soep, millies, vlees. Men eet veelal met de handen en praat geanimeerd. Het is inmiddels acht uur geworden. Het wordt al warm.

Ingrijpende ervaringen
Een van de ervaringen in een volle compacte week in de omgeving van Pretoria, de hoofdstad van Zuid-Afrika.
Een groep predikanten en partners, twee parlementsleden, 'kerkelijke smaakmakers' (althans dat wordt van ons gehoopt!) hielden zich in de laatste week van oktober intens bezig met de AIDS-HIV+ problematiek in dat land.
Hoewel de bovengenoemde begrafenis een ouder iemand betrof, en vermoedelijk niet AIDS-gerelateerd was, weten we dat er dagelijks vele jonge mensen, in de vruchtbare leeftijd, ten grave worden gedragen. Over die AIDS-problematiek meer in een volgend nummer van Opbouw. Door mijn medereiziger ds. Freddy Gerkema.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief