Een rem op onze killing power
2005-12-02
‘Stel, je komt oog in oog met God te staan en je mag Hem één vraag stellen: wat vraag je dan?’ Dit was de insteek van een serie interviews die in het dagblad Trouw heeft gestaan.- Jaargang 49
- nummer 23
Eens in de paar weken werd een bekende Nederlander geïnterviewd en kreeg hij/zij als eerste deze vraag voorgelegd. Zo werd deze vraag ook aan de acteur Peter Faber gesteld.
Zijn vraag aan God zou zijn: ‘Waarom heeft u in dat topproduct mens geen innerlijke rem ingebouwd? Een
rem op zijn killing power. Op zijn neiging om anderen te vernietigen.’
Het heeft mij getroffen dat Peter Faber juist hiernaar zou willen vragen, want hij dacht bij die killing power niet alleen aan anderen. Aan terroristen bijvoorbeeld, die dood en verderf zaaien met hun zelfmoordaanslagen.
Hij vertelde dat hij die macht ook in zijn eigen leven herkende.
Vervolgens vertelde hij van zijn jeugd, dat hij totaal geen rem had en zich bij een ruzie vaak helemaal liet gaan. Hij had thuis niet zo’n best voorbeeld gekregen, maar het trof mij dat hij zichzelf niet buiten schot hield en deze belangrijke vraag op tafel legde.
Wie niet?
Want die killing power zit inderdaad in ieder mens. De uitingsvormen mogen verschillen, maar het principe blijft gelijk: Pak jij mij? Dan pak ik jou. Als het kan nog net een beetje harder… De vraag die Faber daarover stelt is herkenbaar en terecht: Waarom zit daar eigenlijk geen rem op? Bij vrachtwagens zit tegenwoordig een snelheidsbegrenzer ingebouwd, zodat ze niet harder kunnen dan mag en geen onnodige brokken veroorzaken.
Zou het niet mooi zijn als mensen ook zoiets zouden hebben? Want hoe reageer ik als iemand mijn mobieltje heeft gestolen of mijn auto heeft beschadigd zonder een briefje achter te laten?
Geneigd tot alle kwaad
Ook ik hoor dan de stem van Lamech in mij spreken: ‘Wie mij verwondt, die sla ik dood, zelfs wie mij maar een striem toebrengt. Kaïn wordt zevenmaal gewroken, Lamech zevenenzeventig maal’ (Genesis 4:23-24). Dat de bijbel ons gelijk aan het begin van Kaïn en Lamech vertelt, is om ons zo vroeg mogelijk te laten zien welke killing power er in de mens aanwezig is.
Daarmee houdt de bijbel ons als het ware een spiegel voor. Om ons te laten ontdekken waartoe ook wij in staat zijn, als er geen rem is die ons tegenhoudt. Vooral Lamech laat ons zien dat mensen altijd geneigd zijn om de proporties uit het oog te verliezen.
Om net een stapje verder te gaan dan het kwaad dat jouzelf is aangedaan.
Beheerste wraak
Het is bekend dat Jezus ons een andere weg wijst. Hij zegt: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie je kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.’ (Matteüs 5:39) Op het eerste gezicht lijkt Jezus zich hier tegen een wet uit het Oude Testament te keren, waarin bepaald was dat elk kwaad ook met een zelfde kwaad vergolden moest worden: oog om oog, tand om tand. Maar Jezus keert zich niet tegen deze wet die immers zèlf al als rem bedoeld was op onze killing power. Een uiterlijke rem op onze neiging om anderen te vernietigen. Want de Lamech-mens in ons heeft altijd de drang om ene kwaad met een nog groter kwaad te beantwoorden. En ook om dat vooral zelf te doen. Met het oog daarop is die wet van ‘oog om oog en tand om tand’ gegeven. Een wet die voor evenwicht moest zorgen tussen misdaad en strafmaat en de beslissing hierover in handen van de rechters legde. Zoals ook in onze samenleving het geval is. Er is dan ook geen sprake van dat Jezus zich tegen deze wet uit het Oude Testament zou keren, die zo’n duidelijke regel stelt om onze wraakzucht in toom te houden.
Rem van binnenuit
Maar een wet – hoe goed op zichzelf ook – kan nooit meer zijn dan een uiterlijke rem. En een uiterlijke rem garandeert niet dat mensen zullen afzien van hun wraakzucht en elkaar gaan liefhebben. Dat is wat Jezus signaleert.
Jezus keert zich niet tegen de rem die in de oudtestamentische wetten reeds besloten ligt, maar laat ons zien dat wij vooral ook een innerlijke rem nodig hebben. Een innerlijke rem die in staat is om de spiraal van het kwaad te verbreken. Ik las van een meisje dat voor tandarts studeerde. Zij kreeg een ongeluk met haar auto waar ze al haar spaarcentjes in had gestoken. De veroorzaker van het ongeval was doorgereden. Ze was natuurlijk laaiend. Toen ze zelf inmiddels een praktijk had, kwam op een dag de man die haar dit geflikt had in haar tandartsstoel zitten. Hij herkende háár niet. Zij hèm wel… In zo’n geval is het bestaan van een uiterlijke rem in de vorm van een wet natuurlijk niet voldoende. Dan heb je als mens ook een innerlijke rem nodig om geen kwaad met kwaad te vergelden.
Waar het om gaat is dat wij allemaal in situaties terechtkomen dat je in jezelf de stem van Lamech hoort spreken, die zegt: Laat je niet op je kop zitten, dit is je kans om hem terug te pakken. Dan is het belangrijk op dat moment ook de stem van Jezus te horen spreken, die ons oproept om af te zien van wraak en vergelding, en om in het dragen van kwaad en onrecht altijd bereid te zijn een stap verder te gaan. Natuurlijk zullen er altijd situaties zijn waarin je het kwade juist wel moet weerstaan en ook als christen je recht bij een rechter mag zoeken. Maar in onze verjuridiseerde samenleving mogen christenen ervoor waken zoveel uitzonderingen te bedenken dat Jezus’ weg niet langer zichtbaar is.
Door niet koste wat kost vast te houden aan hun eigen eer, rechten, gemak of bezittingen. Bovenal wil ik mijzelf bewust blijven dat er ook in mijn leven een killing power aanwezig is, een neiging om anderen te vernietigen. Dan heb ik niet genoeg aan de uiterlijke rem die in regels en wetten besloten ligt. Dan heb ik ook een innerlijke rem nodig.
Hij in mij
Peter Faber vroeg zich af waarom God die innerlijke rem niet in de mens heeft ingebouwd. Aan het einde van zijn interview probeert hij zich voor te stellen wat God hem zou antwoorden: ‘Hij zou zeggen, Peter, ik heb je het leven gegeven.
Die hele rijke toverdoos met ontzagwekkende mogelijkheden. Zie maar dat je die rem zelf inbouwt. Het is aan jou.’ Maar zouden ook Jezus’ woorden werkelijk zo bedoeld zijn, dat wij daarmee ieder bij ons zelf een rem inbouwen?
Dat Jezus enkel het materiaal aandraagt?
Maar wat als die killing power mij te sterk is? Als ik niet eens weet hoe het moet? Als God enkel zou zeggen: zie maar dat je die rem zelf inbouwt, dan zou ik mij aan mijn lot overgelaten voelen.
In andere godsdiensten wordt inderdaad tegen mensen gezegd: Zie maar dat je die rem zelf inbouwt. Het is aan jou! Het geheim van het evangelie is echter dat Jezus zijn eigen leven in ons wil planten. Dat Hij mij zo met zichzelf verbindt, dat Hij in mij leeft en ik in Hem. En de kracht van zijn liefde is sterker dan onze killing power!