Een duif op de Westbank

2005-12-02
  • Jaargang 49
  • nummer 23
Op de Westbank, niet ver van Bethlehem, staat een bijzonder huis. Het is meerdere malen op de Nederlandse televisie geweest. Nu is het de hoogste tijd om nóg een keer aandacht te vragen voor dat huis. Het gaat om Jemima, een woongemeenschap waar ernstig gehandicapte kinderen uit de Arabische wereld zorg en aandacht krijgen.

Zorg en aandacht voor gehandicapten is allerminst vanzelfsprekend in de Arabische wereld. In de eerste plaats is er veel te weinig geld, de meeste mensen hebben al moeite genoeg om zélf het hoofd boven water te houden.
In de tweede plaats zijn de mensen in de Arabische wereld niet gewend om zorg te bieden aan gehandicapten.
Ouders schamen zich vaak voor hun gehandicapte kind. Het gebrek aan kennis en de onmacht leiden ook vaak tot onthutsende situaties.
Maar laten we daar niet te neerbuigend over doen. Ook in ons land was de zorg voor gehandicapte mensen één of twee generaties geleden nog allesbehalve vanzelfsprekend.

Huisgezin
De naam Jemima komt uit het boek Job (Job 42:14). De naam betekent ‘duif’. Destijds waren Ed en Heleen Vollbehr zeer begaan met het trieste lot van gehandicapte kinderen op de Westbank. Ze breidden in 1982 hun gezin uit met een aantal meervoudig gehandicapte kinderen en gaven het de naam ‘House of Hope’. Inmiddels telt Jemima zes groepen. Het is dus veel meer dan een uitgebreid gezin, het is een markante en duidelijk zichtbare voorziening geworden in de plaats Beit Jala. Er is een grote variatie aan bewoners, die in kleine groepen zijn gehuisvest. Er wonen tieners en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke beperking, maar ook kinderen met een zeer ernstige meervoudige beperking (bijvoorbeeld doof, blind en ernstig verstandelijk gehandicapt). Ook is een woongroep speciaal bestemd voor jongeren met autisme. Naast de woongroepen biedt Jemima dagbesteding en is er een school. Deze voorzieningen worden ook door kinderen bezocht die nog bij hun familie thuis wonen.
Omgekeerd zijn er bewoners van Jemima die elders een vorm van dagbesteding krijgen. Daar wordt (in een eigen tempo) productief gewerkt aan bijvoorbeeld het maken van papier, kaarten en er wordt aan houtbewerking gedaan.

Van liefdadigheid naar volwaardig beroep
Ds. John Germs (Christelijk Gereformeerd predikant in Broek op Langedijk en consulent van de NGK/CGK in Alkmaar) is voorzitter van de stichting die vanuit Nederland Jemima ondersteunt.
Een gedreven voorzitter die vol enthousiasme vertelt over dit werk op de Westbank. Hij is er ook een aantal malen op werkbezoek geweest.
Aan hem leg ik de vraag voor hoe het nu met Jemima gaat. Eerst duikt hij de geschiedenis in. Jemima is in feite ontstaan vanuit een verzoek van de gouverneur voor de Palestijnse gebieden om een ‘verlengde arm te zijn bij de hulp aan zeer kwetsbare kinderen’.
De nood was buitengewoon hoog. In die tijd was Jemima een besloten gemeenschap, er werd naar een veilig plekje gezocht voor deze kinderen.
Inmiddels werd een omslag gemaakt.
Er is hard gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe visie, waarbij de zorg veel professioneler is geworden.
Jemima heeft zich gespecialiseerd (bijvoorbeeld in de opvang van autistische kinderen en bewoners met Niet Aangeboren Hersenletsel). Daaraan verbonden is een heel andere kijk op zorg in de samenleving gegroeid. Jemima moet een onderdeel zijn van de plaatselijke samenleving. Dat betekent ook dat er vooral betaalde medewerkers uit de Palestijnse gebieden worden aangetrokken. Ze volgen een opleiding en behalen een diploma. Er werken nog steeds zeer gewaardeerde vrijwilligers ‘uit het westen’, maar het accent komt dus veel meer te liggen bij de plaatselijke bevolking. Deze omslag is niet alleen van belang voor Jemima zélf, het is ook een belangrijk signaal in de Palestijnse samenleving.
Zorg voor gehandicapte mensen is niet minderwaardig werk: het is een specialistische baan waar je trots op mag zijn. Het is een beroep, dat ook gewaardeerd wordt in de samenleving.
En in een gebied met zó’n torenhoge werkloosheid is het ook zo dat als je iemand aan het werk helpt je daarmee ook de hele gemeenschap helpt.

Christelijke organisatie
Nu is Jemima een christelijke organisatie.
Hoe verhoudt zich dat tot de overgrote meerderheid van de bevolking in dit gebied?

Westbank
De Westbank telt ruim 2 miljoen inwoners.
Een deel valt onder Israëlisch toezicht, een ander deel onder de verantwoordelijkheid van de Palestijnse autoriteit. Op de westelijke Jordaanoever wonen 400.000 Israëli’s (kolonisten). De meeste Palestijnen zijn moslims, Arabische christenen vormen een kleine minderheid van ongeveer 50.000 mensen.

De ouders weten dat Jemima een christelijke organisatie is. Het personeel moet van harte achter deze doelstelling staan. Er wordt uit de Bijbel gelezen, gebeden en met elkaar gezongen, de christelijke feestdagen worden nadrukkelijk gevierd.
Daarnaast bouwt Jemima aan een netwerk binnen de christelijke organisaties in dit deel van de wereld.
Voorbeelden zijn de contacten met het Bethlehem College en met de Mussalah-Beweging, een organisatie die ijvert voor verzoening tussen de strijdende partijen in deze gebieden.

Tegenstellingen
Tegelijkertijd is het een spanningsveld dat de kinderen binnen Jemima in een christelijke leefwereld wonen.
Komen ze buiten Jemima, dan is de wereld heel anders (het is trouwens hetzelfde spanningsveld dat gehandicaptenorganisaties in bijvoorbeeld Amsterdam ervaren: een enorme tegenstelling tussen de beschutting van de voorzieningen en de thuismilieus van de cliënten). Daar ligt ook één van de uitdagingen voor Jemima in de komende tijd. Het beeld heeft jarenlang bestaan dat als je je kind bij Jemima bracht, dat je het daarmee ook helemaal afstond aan die organisatie.
Veel ouders hadden het idee of het gevoel dat ze niet meer verantwoordelijk waren voor hun kind: het was immers naar een heel andere leefwereld vertrokken. Jemima wil de komende tijd juist een brug proberen te slaan tussen de beide werelden.

Eigen verantwoordelijkheid
Met die omslag wordt de toon gezet voor Jemima in de komende jaren.
Het is niet een organisatie die vanuit het rijke westen zorg overneemt. Het accent komt meer te liggen op de eigen verantwoordelijkheid van de plaatselijke bevolking. Je staat je kind dus ook niet af als het zorg krijgt binnen Jemima; de organisatie ondersteunt de ouders als de zorg voor hen te zwaar wordt. Dat gebeurt al door de plaatselijke bevolking veel meer te betrekken bij de zorg, maar een mogelijkheid is ook om veel meer in deeltijd zorg te delen (bijvoorbeeld door het aantal vaste bedden te beperken en zich meer te concentreren op dagbesteding, deeltijdwonen of logeeropvang). Een bijkomend voordeel is dat er op die manier meer gezinnen geholpen kunnen worden.

Presentie
Wat is nu uiteindelijk de betekenis van Jemima? Ds. Germs komt weer terug op de betekenis van de naam Jemima: de duif. De duif staat symbool van vrede. Jemima is een prachtig vredes-initiatief, een getuigenis. Door het werk van deze organisatie laten we als christenen een stuk verbondenheid zien met de bevolking van de Westbank. Ds. Germs: ‘Ik kan dit werk ook niet los zien van de toekomst. Die is heel onzeker. Wat we wél weten is dat dit gebied in profetisch opzicht een brandpunt is in de wereldgeschiedenis.
We weten ook niet hoe lang we dit werk nog kunnen doen. Maar zo lang we onze presentie laten zien tussen Israël en de Palestijnen zal daar een getuigenis vanuit gaan. Dus doen zo lang het nog kan!’

Jemima kan niet zonder financiële ondersteuning. Met name de omslag naar een professionele organisatie met werknemers uit de lokale bevolking kost extra geld. Het banknummer is 36.75.07.560 of postbank 762218 t.n.v.
Stichting Jemima, Schagen.
Meer informatie over Jemima bij het secretariaat: Frans van Egmond, (072) 512 06 41, fransvanegmond@wanadoo.nl.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief