‘Je blijft je verwonderen over die brieven’
2005-12-23
Natuurlijk wordt er onder ons van tijd tot tijd uit de brieven van Paulus gepreekt. Maar of dat genoeg is om door te krijgen dat elke brief zijn eigen thema’s en toon heeft, weet ik niet. Wat ze natuurlijk delen is de unieke vorm, want het zijn brieven. En misschien zegt dat direct al veel over deze geschriften, want wat is er relationeler dan een brief? Kom daar eens om in de Koran!- Jaargang 49
- nummer 24
‘In de brieven van Paulus komen we veel dingen tegen die ook in onze huidige maatschappij spelen en daarin zie je hoe actueel de bijbel is’, zo openen Hans en Corrie de Vlieger hun bijdrage. Misschien is ten diepste in twintig eeuwen ook minder veranderd dan je op het eerste oog denkt. Zo viel het Kees Bos op hoe hedendaags het multiculturele Korinte was: ‘... een stad waar tradities geen rol speelden en de gedachte dat er één God zou zijn, belachelijk was. Daarin lijkt de situatie
wel op onze tijd met een scala aan uiteenlopende zelfbedachte normen en waarden.’
Kruis en opstanding
Met vervolgens de vraag hoeveel weerstand er vanuit zo’n cultuur zal zijn tegen de boodschap van Christus’ kruis en opstanding. Daar lees je over in 1 Korintiërs 1 en Corrie Meijer herkent het in het hier en nu.
Bijvoorbeeld als gezegd wordt ‘dat Jezus een goed mens is geweest, maar geen god en dus ook niet voor onze zonden aan het kruis gestorven’ en ‘dat God ook niet zo’n gruwelijk offer nodig heeft om ons te redden’. Rond de opstanding van Christus heb je hetzelfde. Paulus’ bewogen pleidooi in 1 Korintiërs 15 had ook in 2005 geschreven kunnen zijn. Tineke Plooij vroeg zich daarbij af ‘hoe mensen de bijbel lezen, die zich wel als christen beschouwen, maar niet geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan’.
Nuchter in het seksuele
Op zulke fundamentele punten merk je dus niet zoveel van de verschillen tussen toen en nu. Dat is anders als de apostel met het evangelie tussen de gebruiken en gewoontes van zijn tijd terechtkomt. Neem een hoofdstuk als 1 Korintiërs 7 - over al dan niet trouwen - waarbij het er duidelijk anders toeging dan bij ons (al vertaalt de NBV het een beetje weg, bijvoorbeeld 7:38). Toch viel het Bob Wielenga op dat Paulus nuchter en helemaal niet negatief schrijft over het seksuele - en bepaald geen vrouwenhater is: ’Maar gezien de aard van de tijd waarin hij leefde, die hij echt als een eindtijd beleefde, koos hij voor de ongehuwde staat, al zegt hij nergens dat dat een gebod van God is. Ik denk wel eens dat sommige zendelingen beter niet hadden kunnen trouwen, als ik zie wat ze vrouw en kinderen aandoen door de rimboe in te trekken en hen in de meest primitieve of gevaarlijke omstandigheden te laten leven.’ Wielenga bespeurt eenzelfde nuchterheid als Paulus het heeft over de seksualiteit van weduwen en weduwnaars - naar zijn idee nog een taboe in onze samenleving. Hij vervolgt: ‘In het algemeen wordt de seksualiteit van oude(re) mensen weinig besproken, en zeker niet in christelijke tijdschriften. Met een sterk vergrijzende bevolking zal deze problematiek meer en meer onze aandacht vragen.’
Fooien
Paulus kan het in dit gedeelte ook ineens breder trekken door de betrekkelijkheid van héél het aardse leven te laten zien (7:29-31). Hoe ga je bijvoorbeeld om met geld en bezit? Van daaruit valt op hoe vaak het in de brieven over ‘geven’ gaat. ‘Laat ieder van u elke eerste dag van de week naar vermogen iets opzij leggen’ (1 Korintiërs 16:2), schrijft Paulus als hij collecteert voor de moedergemeente in Jeruzalem. Onze zondagse collectes zijn er vast van afgeleid, al is er van dat ‘naar vermogen’ niet veel overgebleven.
Zie je diakenen onze collectes tellen, dan liggen er munten op tafel, waar je nog niet eens voor bukt als je ze op straat ziet liggen. Het roept bij mij wel de vraag op of zo’n gebruik niet tot gevolg heeft, dat we binnen de kerkmuren blijven denken in fooien en een zak, en daarbuiten in bedragen met nullen en een giromaat.
Van mij mogen we dus iets anders bedenken in onze diensten!
Van ring naar centrum
Geregeld zie je in zulke praktische passages Paulus de link leggen met de kern van het evangelie. Bijvoorbeeld in Kolossenzen 2 en 3, waar de apostel bij zijn aanwijzingen voor het oude en nieuwe leven het kruis en de opstanding van Christus als mal gebruikt. Dezelfde beweging zie je in Filippenzen 2, als Paulus zijn aansporing tot onderlinge bescheiden dienst uitdiept met ‘Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had’.
En dan volgt een vergezicht waar je nooit over uitgedacht raakt. En ook niet in uitgewerkt trouwens!
Tenslotte kan ik in een kerstnummer van Opbouw niet heen om 2 Korintiërs 8:9 (‘Onze Heer Jezus Christus was rijk, maar is omwille van u arm geworden, opdat u door zijn armoede rijk zou worden’). Bij Paulus was het een aanloopje naar de collecte voor Jeruzalem!
Breed
De brief aan de Galaten en 2 Korintiërs zijn de meest emotionele. Corrie Sonke kon zich wel iets voorstellen bij de gevoelens van afwijzing, teleurstelling en wanhoop van de apostel. Paulus heeft het zwaar te verduren gehad vanuit de gemeentes! Radicale charismatische gemeenteleiders werkten hem tegen in Korinte en in Galaten lees je over een sterke stroming, die het evangelie aan het verjoodsen was met de eis van strikte wetsnaleving (in EO-Visie 49 las ik dat Beth Jeshua in Amsterdam dat weer net zo doet).
Steeds zie je Paulus opkomen voor de breedte van de kerk: jood en griek, man en vrouw, zwakke en sterke. In Christus zijn zulke ‘landsgrenzen’ tot ‘provinciegrenzen’ geworden, zou je kunnen zeggen. Die er in de gemeente niet meer toe doen.
Vreugde
In de brief aan Efeze komt Paulus met prachtige beelden van de gemeente als ‘bouwwerk’ en ‘lichaam’. ‘Wie nadenkt over gemeenteopbouw kan niet zonder de brief aan Efeze’ schrijft Andries Mak. Je merkt hier trouwens hoe verwant de brieven zijn, want je vindt deze beelden ook in 1 Korinte 3 en 12 en Romeinen 12. In de brief aan de Filippenzen voert de dankbaarheid de boventoon. Jaap en Marieke Kanis bevestigden jaren geleden met Filipenzen 4:4-7 de vreugde, die ze in elkaar vonden en trouwden met deze tekst. Al was dat niet met de NBV, die mooi vertaalt met ‘laat de Heer uw vreugde blijven’.
Citaten
Het meest kritische geluid over de NBV kwam van Bob Wielenga. Hij betreurt het dat de citaten uit het Oude Testament in het Nieuwe Testament onvoldoende herkenbaar zijn. Zo lees je in Habakuk 2:4 dat ‘de rechtvaardige zal leven door zijn trouw’, terwijl in Galaten 3 vertaald wordt ‘De rechtvaardige zal leven door geloof’. Het levert in dit geval ook een duidelijk accentsverschil op, want bij trouw zit de prestatie veel meer aan de menselijke kant. Iets dergelijks speelt in Galaten 3:8 (‘In jou zullen alle volken gezegend worden’).
Dat citaat vind je terug in de voetnoot bij Genesis 12:3. Zit hier niet een theologische vooringenomenheid achter, zo vroeg Wielenga zich af, met te weinig oog voor de eenheid tussen Oude en Nieuwe Testament.
Wat een ruimte!
Mooie momenten heb je ook. Tineke stond stil bij Kolossenzen 3:5: 'Laat dus in u afsterven', dat haar deed denken aan:'Laat u met de Geest vervullen.' Ze voegt er aan toe: ‘Stel je ervoor open, geef God, de Geest, de ruimte om zijn werk in je te doen.’ Mooi vertaald en weergegeven is de hymne uit Kolossenzen 1, waarin Christus’ betrokkenheid op onze wereld in al zijn volheid bezongen wordt - van de schepping tot het kruis. De boodschap van verzoening lijkt van daaruit welhaast grenzenloos (‘alles', 1:19,20; ‘alle schepselen', 1;23; ‘alle volken', 1:27). Het zijn de diepste lagen van de kerstboodschap.
Rooster:
1 Thessalonicenzen - Jakobus (kopijdatum 23-12-2005)
1 Johannes - Openbaring (kopijdatum 6-1-2003)
e-mail: f.gerkema@solcon.nl.