Christus in ons (3) - Hij die de Mensenzoon is

2005-12-23
  • Jaargang 49
  • nummer 24
Ontmoeting
We belijden Jezus Christus als Gods zoon en als Mensenzoon. Hoe zou het komen dat wij desondanks nauwelijks of niet gewend zijn over hem te spreken als over de Mensenzoon?

Bezinning
• Lees Daniël 7:9-28. De profetie toont de verwachting van Gods koninkrijk in het einde der tijden (vergelijk Lucas 1:32-33). Het koningschap wordt gegeven aan de Mensenzoon, vers 13-14. Uiteindelijk ontvangen vélen het koningschap, vers 18. Hier zie je dat de ene Mens plaatsvervangend staat voor de rest. Als Christus zichzelf Mensenzoon noemt, zegt hij in feite: ‘Het koninkrijk (de eindtijd) is gekomen en ik ben de koning van dat rijk’. In Matteüs 11:2-6 onthult Christus zich als degene die het rijk van God komt brengen en hoe hij dat doet. Waarom kun je zeggen dat de profetie van Daniël 7 over Christus èn over ons gaat?
• Lees Matteüs 25:31-46. Mensenzoon en eindgericht horen bij elkaar (vergelijk Johannes 5:27): God heeft Christus macht gegeven om het oordeel te vellen, omdat hij de Mensenzoon is, de hoogste titel die aan hem gegeven kan worden. Als koning in heerlijkheid is hij de richter, de beschermer, de redder van hen die zijn hulp nodig hebben. Aan Christus is gegeven alle macht in hemel en op aarde (Matteüs 28:18). Hij staat hierin ook plaatsvervangend voor ons. Wij richten mèt hem de wereld (I Korintiërs 6:2-3). Wat wij aan een van de minsten hebben gedaan, hebben we de Mensenzoon gedaan, vers 40. Hier zie je dat Christus de rollen zelfs omdraait en zegt: die minste ben ik ook! Christus’ koningschap heeft zo bezien ook alles te maken met zijn dienende rol als mens onder de mensen. Op welke manier voert de Mensenzoon door jou heen het eindoordeel uit?
• Christus is als Mensenzoon de tweede Adam (I Korintiërs 15:45; Romeinen 12:5v). Hij is wij. Zoals hij nu is, zo zullen ook wij zijn en het beeld van de hemelse Adam dragen (I Korintiërs 15:49; I Johannes 3:2). Maar dat gaat niet vanzelf. Christus is als Mensenzoon koning èn knecht. Na Matteüs 25 komt hoofdstuk 26: de Mensenzoon wordt overgeleverd om gekruisigd te worden. De Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen (Lucas 9:58). Jezus is de Heer, maar wil dat alleen op de wijze van de lijdende knecht (vergelijk Jesaja 53). Vertel welk lijden jij moe(s)t doorstaan om tot heerlijkheid te komen.

Dankzegging
Uit het liedboek kun je zingen: psalm 8 en de gezangen 89, 129, 136.

Mensenzoon
De titel Mensenzoon (of: Zoon van de Mens) wordt in de evangeliën alleen door Jezus zelf gebruikt. Hij noemt zich zelfs heel vaak en bij voorkeur zo.
‘Zoon van’ is in de Bijbel een uitdrukking die een bepaalde karakteristiek van een mens geeft. Zonen van Zalfolie (Zacharia 4:14) zijn gezalfden. Zonen der Ongehoorzaamheid (Efeziërs 2:2) zijn ongehoorzamen. De Mensenzoon is iemand die typisch een mèns is. Jezus Christus is bij uitstek de Mens die - alle macht in hemel en aarde ontvangt (koning in Gods koninkrijk), - door lijden heen tot heerlijkheid komt (knecht in dienstbaarheid) - en daarin plaatsvervangend alle mensen vertegenwoordigt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief