Charismatisch (3)

2006-07-07
  • Jaargang 50
  • nummer 14
De vorige keer citeerde ik hier een Gereformeerd vrijgemaakte predikant die niet veel op heeft met charismatische vernieuwing. Maar uit de GKV komen ook andere, veel opener geluiden. Zo schreef de Kamper universitair docent ethiek drs. A.L.Th. de Bruijne in De Reformatie een tweetal artikelen (22 en 29 april) naar aanleiding van een in maart aan de TU Kampen gehouden congres over het werk van de Heilige Geest. In dit en het volgende nummer van Opbouw wil ik daar iets uit doorgeven. Ditmaal een passage waarin De Bruijne op een rij zet welke prikkelende inzichten dit congres heeft opgeleverd om verder mee aan het werk te gaan. Ze zijn afkomstig van de drie hoofdsprekers, prof. C. van der Kooi, dr. E.A. de Boer en drs. Ph. Troost.

- Van der Kooi stelde dat wij als gereformeerden soms te weinig onderscheid maken tussen de werkelijkheid zelf en de woorden, begrippen, en denkmanieren waarmee wij over die werkelijkheid praten. Dat kan allerlei nadelige gevolgen hebben. Je kunt bijvoorbeeld alle energie steken in een zuivere manier van denken over het werk van de Geest en in het bestrijden van een verkeerde manier van denken. Maar zuiver denken over de Geest betekent niet automatisch dat je ook werkelijk leeft door de Geest. En omgekeerd: als je bij anderen manifestaties tegenkomt van het werk van de Geest die samengaan met een verkeerde manier van denken over de Geest, mag je niet zomaar de conclusie trekken dat daarmee ook die werkelijkheden zelf in diskrediet komen.
- Van der Kooi en De Boer gaven een nadere beschouwing over wat ‘Woord’ betekent. Als gereformeerden houden wij Woord en Geest bij elkaar. Maar bij Woord moet je niet alleen maar denken aan ‘informatie’.
Het gaat in de eerste plaats om het levende Woord waarmee God ons aanspreekt. Door zijn Geest communiceert Hij nú met ons. En de Schrift is gegeven als middel om die realiteit de eeuwen door te dienen. Dit inzicht in de eenheid en het onderscheid van Woord en Schrift kan vruchtbaar zijn bij de vragen rond actuele ‘openbaringen’ of ‘manifestaties’ van de Geest.
- De Boer benaderde het werk van de Geest in mensen vanuit het menszijn van Christus zelf. Jezus zelf is als mens vervuld met de Geest en wij mogen delen in zijn vervulling. Daardoor zou je aan de ene kant recht kunnen doen aan het feit dat het werk van de Geest echt een eigen profiel heeft in de bijbel en iets nieuws brengt, terwijl je aan de andere kant op geen enkele manier verzwakt dat de Geest ons bij alles terugwijst naar Christus. Bovendien zou je langs deze weg ook opnieuw kunnen doordenken over de gaven die de Geest geeft. Je kunt deze gaven dan benaderen vanuit de unieke zending van Jezus zelf en vanuit het feit dat de gemeente tegelijk in aspecten van zijn zending deelt. Ook voorkom je dat het werk van de Geest een soort bovennatuurlijk extra wordt. Hij herstelt en voltooit juist de schepping en onze geschapen menselijkheid.
- Troost sloot daarbij aan door aandacht te vragen voor de overgave aan en de ontvankelijkheid voor Christus als het eigenlijke werk van de Geest. En hij prikkelde vervolgens met de stelling dat dit door en door menselijk en dus ook psychologisch doordacht en uitgewerkt moet worden. Om Christus echt en steeds meer te ontvangen moeten wij bevrijd worden van tal van machten en mechanismen die ons ten diepste vervreemden van wie wij voor God mogen zijn. Hij vulde die in met de woorden ‘dood’, ‘wet’ en ‘leugen’. Het ontvangen van Christus leidt tot een eenheid met Christus. En in die eenheid geeft de Geest ons een bevrijde geïntegreerde identiteit.
- Een belangrijk inzicht dat uit de bespreking kwam, betrof de nadruk op de missionaire roeping van de kerk. Het werk van de Geest en de gaven die Hij geeft staan niet op zichzelf. Want in deze tijd tussen opstanding en wederkomst is de kerk in de wereld gezonden. En de Geest wil haar vooral toerusten voor haar taak. Met het oog daarop geeft Hij zijn gaven. Dat inzicht kan verschillende effecten krijgen. Aan de ene kant bewaart het je misschien voor een soort geestelijk egoïsme en individualisme. Dan benader je het werk van de Geest en zijn gaven als ‘losse presentjes’ of ervaringen die de kwaliteit van je geloof en je spiritueel welbevinden verhogen. Tegelijk kan het ook tot zelfbeproeving leiden. Als er een gemis ervaren wordt rond het werk van de Geest en als het opvalt dat bepaalde gaven ontbreken of schaars lijken, kan dat ook een tekort bij ons zelf signaleren. Zijn wij als gereformeerde christenen werkelijk missionair bewogen en alert? Wat zouden wij van de Geest wellicht ontvangen aan toerusting en gaven als wij samen en persoonlijk meer in de frontlinie gingen leven?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief