Confrontatie met moslims en evangelischen
2006-08-18
In een vorig artikel constateerde ik dat er verschillende redenen zijn waardoor regelmatige catechismusprediking in onze kerken hoe langer hoe meer verdwijnt. Behalve dit te constateren wil ik graag, bij wijze van uitdaging, iets uit mijn eigen praktijk en ervaring delen.- Jaargang 50
- nummer 16
Eerst echter een opmerking vooraf. Wie de catechismus ter hand neemt, zal bij haar verstaan altijd rekening moeten houden met de tijd waarin ze werd opgesteld. We moeten ons niet zo vastpinnen op de letterlijk formuleringen alsof het om de bijbel zelf zou gaan. Naar artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft alleen de Schrift volstrekt gezag en de catechismus slechts afgeleid gezag. ‘De Schrift is vrucht van de inspiratie door de heilige Geest. De catechismus is vrucht van de illuminatie van de heilige Geest’ (W. Verboom). Vanwege dit onderscheid kwam de provinciale synode van Zuid-Holland in 1618 tot het volgende besluit: ‘Tijdens de schriftlezing dienen de mannen uit eerbied hun hoed af te zetten, maar onder het lezen van catechismus niet’.
Hoofd, hart en handen
Wat mij betreft wordt dan ook niet de catechismustekst bepreekt, maar Gods Woord. Ook catechismusprediking dient Woordbediening te zijn. In artikel 18 van ons AKS hebben we immers afgesproken ‘In elke samenkomst wordt Gods Woord bediend’. De afdelingen van de catechismus leveren de bijbelse thema’s aan en geven richting aan ons denken. Zowel ellende, verlossing en dankbaarheid als hoofd, hart als handen krijgen daarin een plaats. Prof. Verboom heeft er op gewezen dat de catechismus beslist niet eenzijdig een beroep op het verstand doet, maar juist ook stem geeft aan allerlei gevoelens die in het hart van een gelovig mens kunnen woelen.
Verdriet, angst, blijdschap, twijfel, verlangen, teleurstelling, vertrouwen, aanvechtingen en pijn, het komt allemaal aan de orde. Wie er oog voor heeft kan zeggen: de catechismus sluit prima aan bij de emotiecultuur van 2006!
Drie-eenheid
Behalve dat de catechismus een appèl op het gevoel doet en op die manier aansluit bij de tijd waarin wij leven, biedt zij wat mij betreft ook een uitstekende ingang om op actuele thema’s in te gaan. Ik geeft twee voorbeelden. In Zondag 8 belijden we dat God zich in zijn Woord geopenbaard heeft als Vader, Zoon en Geest en ‘dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn’. Met deze belijdenis valt of staat of valt wat mij betreft ons geloof. Zonder geloof in Vader, Zoon en heilige Geest, is er geen vergeving van zonden; geen vernieuwing van ons leven en geen toekomst.
Maar ons verstand breekt er op stuk. Daarom is er op dit leerstuk alle eeuwen door zowel van binnenuit als van buitenaf kritiek op dit leerstuk geleverd.
De Heer is één!
Van buiten de kerk klinkt er forse kritiek, bijvoorbeeld van joden en moslims.
Het tweede deel van het woord drieeenheid was dan ook met name tegen de joden gericht. Want de joden verwijten ons christenen in drie goden te geloven.
Men beschouwt het christendom als een terugval in het heiden¬dom. Het heidendom kent immers het veelgodendom.
Het is aan christenen om uit te leggen, dat deze ge-dachte op een misverstand berust en dat we met de joden kunnen belijden: ‘Hoor Israël, de HERE is onze God; de HERE is één!
Kritiek uit de koran
Wat de Moslims aangaat valt op dat Mohammed in de koran gereageerd heeft op de belijdenis van Nicea, waar de belijdenis van de drie-eenheid werd veilig gesteld. Op het concilie van Nicea waren maar liefst 5 bisschoppen uit Arabië aanwezig. Het is dan ook geen wonder dat we in de Koran, die in de periode na dit concilie werd geschreven, reacties op deze belijdenis tegenkomen. In sura 5:73 van de koran staat bijvoorbeeld: ‘Ongelovig waren zij, die zeiden: Allah is één van drie. - Maar geen god is er dan Enig God. En indien zij niet ophouden met wat zij zeggen, zal hen, die ongelovig zijn, een pijnlijke straf treffen’. Het is duidelijk: Mohammed wilde waarschuwen voor het gevaar van tritheïsme, van driegodendom.
Waar staat dat?
Of vanuit weer een andere hoek. Als u wel eens de moeite hebt genomen om aan de deur met Jehova’s getuigen te spreken, zult u ongetwijfeld weten dat ook Jehova’s getuigen felle tegenstanders zijn van het leerstuk van de drie-eenheid. Jehova’s getuigen geloven niet dat Jezus van eeuwigheid God is geweest en dat de Heilige Geest niet maar een kracht, maar een persoon is. Ik maakte eens mee hoe er op zaterdagmorgen werd aangebeld. En jawel er stonden Jehova’s getuigen op de stoep. Het duurde niet lang of we raakten in gesprek over het leerstuk van de drie-eenheid. ‘Waar staat dat in de bijbel meneer?’, vroegen ze me. Ik moest toegeven dat het woord drie-eenheid in de bijbel inderdaad niet voorkomt. ‘Maar’, zo vervolgde ik, ‘wanneer je met een gelovig hart de bijbel leest kom je Hem wel als een drie-enig God tegen. Daar kun je gewoonweg niet omheen. Zullen we de proef op de som nemen?’ Nou, dat wilden ze wel. Vanuit zulke invalshoeken is de gemeente wel degelijk benieuwd naar wat je dan met een open bijbel hierover te zeggen hebt!
Doop met de heilige Geest
Voor een heel ander praktijkvoorbeeld blijf ik in Zeewolde, waar een zeer actieve en wervende evangelische gemeente te vinden is. Zij vertellen aan een ieder die het maar horen wil dat er bij hen meer van de heilige Geest te beleven valt dan in andere kerken. Met name omdat je in hun gemeente de doop met de heilige Geest kan ontvangen. Alleen wie wederom geboren is, ondergedompeld is in water en de doop met de heilige Geest als een speciale ervaring heeft ondergaan, is in hun ogen een complete christen. Wie met hen in contact komt gaat zich al snel afvragen: Bezit ik de heilige Geest eigenlijk wel? Ontbreekt er misschien iets aan mijn geloof?
Ook aan mij!
In een preek over Zondag 20 heb ik de wijze waarop wij op dit punt in de gereformeerde traditie de bijbel verstaan concreet vergeleken met het document dat als leidraad voor het onderwijs in de evangelische gemeente dient. Wie kan zeggen ‘Ik geloof in God de Vader’ en ‘Ik geloof in Jezus Christus’, die mag van de heilige Geest geloven, dat hij ook aan mij gegeven is’, zegt Zondag 20. In de preek zei ik daar onder andere het volgende over: “Zelf ervaar ik het ‘ook aan mij’ uit Zondag 20 als zeer vertroostend. Als je God als je hemelse Vader kent en Jezus als je persoonlijke Verlosser hoef je er geen moment aan te twijfelen dat de heilige Geest in je woont. Het woordje ‘ook’ van ‘ook aan mij’ zegt bovendien iets heel moois over de gemeente.
Gelukkig hoeven we de gemeente niet op te delen in twee categorieën: namelijk mensen die wèl de doop met de Geest hebben ontvangen en mensen die dat nog nièt hebben; mensen met een plusje en mensen zonder plusje. Nee, ‘ook aan mij’ zegt: die broeder, die zuster die naast mij uit volle borst Jezus Christus groot maakt heeft net als ik ook de Heilige Geest
ontvangen!”
Christus centraal
Kernachtig is ook het vervolg van Zondag 20. Want de Geest is ook aan mij gegeven ‘om mij door een echt geloof deel te doen hebben aan Christus en al zijn weldaden’ In het leerboek van de kerk valt alle accent op het werk Jezus Christus De Geest vraagt geen aandacht voor zichzelf, maar neemt het uit Christus die wij uit de Schriften leren kennen. Jezus Christus wiens eigendom ik mag zijn en blijven zowel in leven als in sterven, want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen voldaan en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost! (Zondag 1). Zo bepaalt de catechismus ons keer op keer bij de rijkdom van het evangelie en is zij, wat mij betreft, blijvend actueel!