Kerk of organisatie?
2006-07-28
Vorige keer ging het over de vraag waarom er aan zending gedaan wordt. Kees Haak is daar in zijn recente boek Gereformeerde missiologie en oecumenica duidelijk over.- Jaargang 50
- nummer 15
De wereld heeft Gods genade nodig, wil zij aan zijn oordeel ontkomen.
Daarom staat bekering van heidenen in het centrum van de zendingsonderneming.
En in het spoor daarvan richt zending zich op gemeentevorming en kerkplanting. Hij sluit zich zo aan bij de aloude gereformeerde zendingstraditie die met de 17e eeuwse theoloog Ghisbertus Voetius begonnen is.
Deze kerkcentrale zendingsdefinitie brengt Haak in conflict met de werkelijkheid van de niet kerkelijk gebonden zendingsorganisaties. Het grootste deel van het huidige zendingswerk in deze wereld wordt door hen gedaan. Waarom wijdt hij zijn scherpste woorden juist aan hen? Hij bepleit een verkerkelijking van de zending.
Moeten we hem daarin volgen?
Daarover gaat dit artikel.
Zending door wie?
Het waren de dertien apostelen die van Christus de opdracht kregen de zendingstaak uit te voeren.
Beginnend in Jeruzalem plantten ze kerken tot in het hart van het Romeinse rijk. Daarna was het de kerk die deze apostolische taak overnam. Haak vindt dat dat zo moet blijven. De kerk met haar ambten is verantwoordelijk voor zending.
Intussen weten we dat het meeste zendingswerk niet door kerken maar door niet kerkelijk gebonden zendingsorganisaties gedaan wordt. Haak betreurt dat. De apostolische zendingstaak gaat volgens het NT over op kerken en niet op individuele gelovigen die voor dat doel zendingsorganisaties in leven roepen. De verantwoorde-
lijkheid van de kerk wordt zo ondermijnd. Kerken op het zendingsveld, geboren uit het kerkplantingswerk van deze organisaties, ‘uit wat geen kerk was, zijn gedoemd op te groeien zonder confessionele belijndheid en structuur’ (p37). Hij heeft het over jonge kerken die soms verweesd aan hun lot over gelaten worden zonder de bemoedi-ging van oecumenische zusterkerkrelaties. Opbouwlezers die bij zendingsacties van zulke organisaties betrokken zijn, zullen Haak deze scherpe typeringen niet in dank afnemen. Wat is het dus: kerk of organisatie als uitvoerder van de zendingstaak?
Of moet het kerk èn organisatie zijn?
De Verlichting
Het is goed iets te weten over de geboortegeschiedenis van de zendingsorganisaties.
Ze zijn ontstaan binnen de invloedssfeer van de Verlichting aan het einde van de 18e eeuw. Het ging toen met de kerken niet goed. Er was dorre orthodoxie aan de ene en rationalistische vrijzinnigheid aan de andere kant. In zo’n klimaat kan zending niet bloeien.
In reactie tegen de doodsheid in de kerk en in aansluiting bij de culturele beweging van de Romantiek van die dagen ontstonden er overal binnen en buiten de kerken Opwekkingsbewegingen.
De Geest was aan het werk. Nieuw leven bloeide overal op. Kerken werden weer bewust van hun zendingsroeping.
Maar ook los van de kerken kwam er grote aandacht voor zending in de niet-westerse wereld. Dat spoorde met de opkomende expansie van de westerse handel en nijverheid en de kolonisatie van niet-westerse werelddelen.
Vrij van kerkelijke banden, op voet van gelijkheid zetten mannen en vrouwen zich in voor de verspreiding van het evangelie in de wereld der volken. Hun vaak niet kerkelijk gebonden genootschappen en verenigingen hebben zich sindsdien wereldwijd verspreid. Ze werken volgens organisatiedeskundige principes met grote professionaliteit. Hun oorsprong ligt meestal niet in de gevestigde kerken met hun theologische tradities; ze formuleren hun eigen grondslag, bijbelgetrouw en evangelicaal van kleur.
Vrucht van hun werk is een grote hoeveelheid evangelicaal aandoende kerken en kerkgenootschappen. Tel daarbij op de kerken ontstaan uit de kerkelijke zending – en de kerkelijke verwarring in Afrika bijvoorbeeld is onoverzienbaar!
Terechte kritiek
Tegen deze achtergrond is het goed kritisch tegen de wereld van de (vaak Amerikaanse) zendingsorganisaties aan te kijken. Theologisch zit er veel arminiaans kaf onder het koren. Soms werken ze even zakelijk als grote ondernemingen die winst moeten maken. Op basis van martktonderzoek bepalen ze waar de meeste bekeerlingen verwacht kunnen worden.
Niet renderende zendingsvelden worden opgegeven. De grote bijbelse woorden van zonde en genade, van oordeel en vrijspraak komen soms maar mondjesmaat ter sprake. Ze houden weinig rekening met bestaande kerken in de gebieden waar ze werken.
Als ze veel geld ter beschikking hebben, als soms het geval is, werkt dat desastreus voor de al bestaande kerken daar. Haak heeft reden voor zijn scherpe kritiek. Ik herinner me nog als de dag van gisteren hoe een organisatie zending dreef onder mensen die wekelijks bij mij in de kerk kwamen. Daar kon ik de Heer niet voor danken.
Realiteit
Maar we moeten ook oppassen voor het maken van onoverkoombare tegenstellingen, waar dat echt niet nodig is. Kerken en organisaties hebben elkaar nodig om de blijvende zendingstaak uit te kunnen voeren.
Laten we wel wezen: als het zendingswerk van de kerken alleen afhangt, is er reden tot grote bezorgdheid. Het ontbreekt de kerken in het westen veelal aan bereidheid om zich in te zetten voor zending.
Er zijn prachtige uitzonderingen, waarbij ik ook denk aan de kerken waar Haak lid van is. Er zijn kerken als in Korea die enorm actief zijn in zending. In Afrika gebeurt ook veel door jonge kerken, maar vaak zijn ze bijbels-theologisch slecht toegerust voor hun taak. Het gebrek aan goed opgeleide voorgangers is schrijnend groot in de niet-westerse wereld.
Helaas, verkerkelijking van zending biedt geen soelaas. Kerken hebben de zendingsorganisaties nodig, en andersom!
Beter is het samen te werken, waar mogelijk, met die organisaties waarmee we als kerken bijbels en confessioneel geestverwant zijn. Er is specialistisch zendingswerk, als in Islamitische landen, waar kerken gewoon de expertise en de mankracht voor missen. Wat is er mooier dan te kunnen samenwerken met betrouwbare organisaties, die hier juist hun roeping zien?! In zo’n samenwerking zouden kerken hun specifiek-kerkelijke inbreng kunnen leveren, terwijl de organisatie haar know how en expertise inzet. Zeker voor een kleine kerkengroep als de NGK zie ik hier mogelijkheden.
Definitie
Haak heeft een sterk kerkcentrale zendingsdefinitie. Ik kan daarin ver met hem meegaan. Wel moeten we blijven bedenken dat het uiteindelijk in de zending niet om de kerk gaat, al draait het dan wel om de kerk. Het gaat om het koninkrijk van God, waarover ik bij Haak weinig lees.
Gods volk in deze wereld is breder dan de kerk met haar ambten.
Zending is daarom ook meer dan Haaks definitie toelaat. Zending is meer dan kerkplanting. Het zou goed zijn hier nog eens over door te praten.
Intussen heeft Haak stof genoeg op tafel gelegd voor een stevig gesprek ook in onze kerken. Juist nu een landelijke commissie voor zendingszaken onder ons aan het werk gegaan is, kan dit boek van Kees Haak ons goede diensten bewijzen.
C.J. Haak, Gereformeerde missiologie en oecumenica. Beknopt overzicht aan het begin van de 21e eeuw; De Verre Naaste, Zwolle; 160 blz.; ISBN 907 300 4101; € 14,75.