Gids in het oerwoud van religie
2006-07-28
Vanaf het moment dat de kerken van de Reformatie in ons land ongestoord erediensten konden beleggen, was in de tweede dienst de Heidelbergse catechismus (1563) al snel de leidraad.- Jaargang 50
- nummer 15
De synode van Dordrecht besloot in 1578 zelfs dat de Heidelbergse catechismus mòest worden gebruikt. Dit oergereformeerde element lijkt in onze kerken hoe langer hoe meer op de achtergrond te geraken.
Nog ongeveer twee derde van onze predikanten laat zich met enige regelmaat door de catechismus leiden.
Daarbij wordt meestal gekozen voor een selectie, waarbij vooral de uitleg van de tien geboden en het Onze Vader populair zijn. Slechts een enkele predikant begint bij Zondag 1 en gaat door tot Zondag 52.
Vrijblijvender
Het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven is tijdens de Landelijke Vergadering van Lelystad (2004) aan deze ontwikkeling aangepast. Zonder slag of stoot werd de tekst van artikel 18 van ‘Zo mogelijk zal in één dienst de hoofdsom van de Heidelbergse catechismus worden verkondigd’ gewijzigd in ‘Regelmatig wordt de gemeente in de leer van de kerk onderwezen aan de hand van de Heidelbergse catechismus’. Als kerken hebben we dus gekozen voor meer vrijblijvendheid.
De regel is niet langer: catechismusprediking tenzij dit door omstandigheden niet mogelijk of wijs is. De regel is nu: iedere gemeente mag zelf bepalen hoe vaak er voor catechismusprediking wordt gekozen.
Vervreemding
Tanende interesse voor catechismusprediking komt niet uit de lucht vallen.
Een belangrijke reden betreft het grote aantal ruildiensten. Nogal wat predikanten gaan bijna nooit in een middag- of avonddienst in de eigen gemeente voor. En als dat dan wel het geval is betreft het meestal een avondmaals- of jeugddienst. Wie zijn oor in de kerken te luisteren legt, merkt dat echter ook de inhoud en de vormgeving van de catechismus een hartig woordje meespreekt. Je hoort gemeenteleden dingen zeggen als: ‘De vragen die in de catechismus worden opgeworpen zijn bijna nooit de vragen waar ik mee tob. Bovendien heb ik aan te antwoorden niet echt veel in mijn dagelijks leven. De catechismuspreken doen zo weinig met m’n gevoel, het is zo redeneerderig.’ Anderen missen in het 16e-eeuwse geschrift hedendaagse thema’s, zoals het werk van de heilige Geest, Israël en de missionaire roeping van de gemeente. En nog weer anderen zeggen ronduit: ‘De catechismus is door mensen opgesteld, ik laat me liever door de bijbel leiden’.
Dubbele dooppraktijk
Als ik me niet vergis gaat de moeite met de inhoud zelfs niet aan een deel van onze predikanten voorbij. In de catechismus wordt voluit gepleit voor de kinderdoop, maar ik heb signalen dat nogal wat predikanten en kerkenraden prima zouden kunnen leven met een zogenaamde ‘dubbele dooppraktijk’ waarover ds. Kurpershoek onlangs in Opbouw (nr. 4 en 5) hardop nadacht. Een volmondig beamen van vraag 74 ‘Zal men ook de kleine kinderen dopen?’ en daar met betoon van Geest en kracht over preken, wordt dan wel heel moeilijk, zo niet onmogelijk.
Eeuwig verloren?
Op een ander punt klinkt in de catechismus telkens de verschrikkelijke mogelijkheid van het voor eeuwig verloren gaan en de straf die een mens dan aan lichaam en ziel zal ondervinden. Een enquête in het blad CV.Koers (nov. 2004) wees uit dat de leer van de hel door 50% van onze predikanten wordt beschouwd als ‘Niet onbelangrijk, maar het raakt evenmin aan de kern van het evangelie.’ Slechts 13% ziet de hel als ‘een eeuwigdurende, bewuste fysieke en geestelijke kwelling’. Preken aan de hand van het leerboek waarin het anders wordt beleden wordt dan wel heel erg lastig.
In gesprek
In plaats van de handdoek in de ring te gooien en (bijna) niet meer de catechismus in kerkdiensten open te slaan pleit ik voor een andere route.
Wanneer het waar is dat wij in onze kerken met bepaalde ‘waarheden’ van de belijdenis moeite hebben of moeite hebben met de wijze waarop een en ander is verwoord, lijkt het me dat we daar als kerken over in gesprek moeten gaan. Plaatselijk zal het gesprek op gang moeten komen in de kerkenraad en vervolgens ook in de gemeente als totaal. Ook acht ik het jammer dat we als predikanten, behalve een emailgroep met alle beperkingen van dien, geen platform hebben om ons onderling te bezinnen op de inhoud van ons geloof en de wijze waarop de belijdenis daarin een rol speelt. Wat mij betreft kan de catechismus uitstekend functioneren als motor voor dergelijke gesprekken.
Oerwoud
Want ze is ontstaan als een leerboekje voor de jeugd in een tijd waarin er veel onduidelijkheid was over de inhoud van het geloof. Jongeren spraken katholieken die beduidend andere ideeën hadden over bijvoorbeeld over hoe een mens gered wordt, over leven na dit leven en wat je onder ‘de kerk’ moet verstaan. Ook kwamen zij in aanraking met mensen die de kinderdoop afwezen, vonden dat christenen zich niet met de overheid moesten inlaten en/of het echt mens zijn van Jezus onder kritiek stelden.
Anderen vonden rechtstreekse ingevingen door de heilige Geest zeker zo belangrijk als het geschreven Woord.
Voorts werden er met de luthersen gediscussieerd over op welke wijze Christus tijdens het avondmaal aanwezig en de functie van de wet. Om de jeugd in dit oerwoud van religieuze opvattingen de weg te wijzen, gaf keurvorst Frederik III van de Pfalz opdracht een leerboek te schrijven.
Hij gaf deze opdracht aan de hoogleraren Olevianus en Ursinus die aan de theologische universiteit van Heidelberg doceerden.
Gids nodig
Vandaag is onze situatie niet veel anders! Ook wij moeten onze weg vinden in het woud van religieuze ideeën. Natuurlijk zijn niet alle fronten gelijk, maar ik zie wel degelijk overeenkomsten met de tijd van ontstaan van de catechismus. Ook in ons heden wordt het God en mens zijn van Jezus Christus betwijfeld, staat de kinderdoop ter discussie, is er verschil van inzicht in het werk van de heilige Geest en wordt Gods toorn over de zonde verschillend getaxeerd. Van belang is hoe we de bijbel op deze en andere controversiële punten verstaan.
Bij dit verstaan helpen ons de belijdenisgeschriften. Want zij verwoorden het geloof van de heiligen van nu en vroeger. Alleen samen met alle heiligen peilen we Gods bedoelingen.
Prof. Verboom1 noemt in dit verband de catechismus de infrastructuur of de grammatica die helpt de Schriften goed te verstaan. Zelf heb ik de ervaring dat de catechismus een uitstekende gids bij het verstaan van wat de bijbel ons wil zeggen over allerlei opvattingen over wie en hoe God is en wat Hij van ons wil geven en van ons vraagt. Graag wil ik dit aan de hand van mijn eigen praktijk in een volgend artikel illustreren.
1 Met dank aan W. Verboom, Hulde aan de Heidelberger (over de waarde van leerdienst en catechismuspreek). Prof.
Verboom is ook initiatiefnemer van een speciale site over catechismusprediking: www.heidelbergsecatechismus.nl.