Terugblikken en vooruitkijken

2006-09-29
  • Jaargang 50
  • nummer 19
Een markeringspunt in het bestaan van onze kerken, zo mag de startdag van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding op 16 september in de Jeruzalemkerk te Utrecht gerust genoemd worden. Want hoe groot de continuïteit tussen de Theologische Studiebegeleiding en de NGP ook is (grotendeels dezelfde kerndocenten, dezelfde uitgangspunten, een nog altijd bescheiden aandeel in de vorming van de studenten), het verschil mag er ook wezen. Waar voorheen anderen bepaalden welk hoofdschotel onze aanstaande predikanten opgediend kregen, mogen we dat nu voor een deel zelf doen. Niet langer een bijrol náást de opleiding, maar een eigen aandeel ín de opleiding.

Uit de eerste opening van het academische jaar van de NGP bleek, dat de organisatie zich het historische karakter van deze dag terdege bewust was.
Er werd zowel terug- als vooruitgeblikt, en ook nog eens een thema bij de kop gepakt dat voor de aard van de opleiding zondermeer fundamenteel is. Dat ging overigens op zijn ‘Nederlands Gereformeerds’: bescheiden, maar ergens toch ook zelfbewust.

Terugblik
De terugblik werd verzorgd door – hoe kan het ook anders – drs. Henk de Jong, de studiebegeleider van het allereerste uur. Hij zette neer hoe de TSB tot stand kwam, in welke entourage er gewerkt werd, hoe de studenten erin staken, wie de docenten waren en waarvoor ze stonden. Wie De Jong hoorde merkte dat hij nog steeds een beetje verliefd is op de tijd dat noch onze kerken, noch de TSB enige heerlijkheid of luister hadden.
Het was een tijd van rebellie alom, en op de TSB moest alles op alles worden gezet om een geestelijk verenigingspunt te vinden. Mede dankzij het minimum aan vorm dat de TSB toen had, konden de docenten maximaal op de inhoud mikken.

Meer dan een terugblik
Bij herhaling sprak De Jong de wens uit dat de NGP iets van die oude TSB behouden mag. ‘Dat “alles mogen zeggen” en dat “voor tegenargumenten toegankelijk zijn”, is altijd de stijl van de TSB geweest en dat gaf er een weldadige openheid aan. En dat is dan zo’n punt waarvan ik hoop dat het blijft.’ En: ‘We leven nu in een tijd dat de kerk sterk naar buiten gericht is, om de samenleving te bereiken.
Het gevolg daarvan kan zijn dat we de boodschap van de bijbel wat verplatten en versimpelen en dat het nadenken over ons geloof en het zich daarin verdiepen in de gemeente wat achterwege blijft. Wij voor ons hebben er ons best voor gedaan dat de bijbelse theologie een prioriteit blijft onder de bedienaars van het evangelie in onze kerken.’

De NGP en de theologie
Liefde voor de bijbelse theologie, passie voor theologie zelfs is bij dr. Ad van der Dussen in zeer royale mate aanwezig. Wat hem betreft blijft die ook de NGP beheersen. Hij koos in zijn referaat (die in deze context iets van een rectorale rede had) voor het thema NGP tussen overschatting en onderschatting van de theologie. Wat mij betreft een voltreffer, deze themakeuze.
Er leeft in onze kerken immers een zeker wantrouwen tegen de theologie en met name tegen ‘de verwetenschappelijking van de theologie’.
Niet geheel ten onrechte, want aan tal van universiteiten wordt de theologie volstrekt los van geloof en kerk bedreven. Dr. Van der Dussen nam krachtig afstand van de laatste vorm van theologiebeoefening, maar voerde tegelijk een warm pleidooi voor een theologie zoals een Dietrich Bonhoeffer die beoefende. Die was van een academisch niveau, werd in nauwe betrokkenheid op de eigen tijd en cultuur beoefend en stond tegelijk heel dicht bij de Schrift, heel dicht bij de kerk, heel dicht bij het hart. Van der Dussen acht een dergelijke theologie van grote betekenis voor de prediking, de catechese, het evangelisatiewerk en het koers houden van onze kerken.

Vooruitblik
Van der Dussen ging ook in op de toekomstige relatie tussen de NGP en de kerken en de NGP en de studenten.
Hij vroeg zich af: ‘Zal de NGP, ook als zij zich opwerpt tot een belangenbehartiger van goede theologie, de harten van de Nederlands Gereformeerden weten te veroveren?’ En: ‘Zal de NGP de studenten aan zich weten te binden?’ Hoewel dit misschien retorische vragen lijken (de kerken hebben de NGP in het leven geroepen en de studenten zijn verplicht die te volgen) zijn dit voor Van der Dussen reële vragen. Het aantal niet-academisch geschoolde predikanten in onze kerken neemt immers toe en wat betreft de studenten, vooral voor degenen die niet in ‘Apeldoorn’ studeren zal het wel eens moeilijk kunnen worden de weg naar de NGP te vinden.
Deze vragen haken deels in op twijfels die ook ik bij de NGP heb.

De NGP en de kerken
Ik behoor niet tot degenen die theologie an sich een groot gevaar vinden, maar wel tot degenen voor wie de NGP niet had gehoeven. Om allerlei redenen had wat mij betreft de TSB – in een iets krachtiger uitvoering – gewoon mogen blijven. Dan spreekt het niet voor zich dat je de NPG in je hart sluit. En toch wil ik dat doen en van harte. En met Ad van der Dussen hoop ik dat ook de kerken dat zullen doen. Veel belangrijker immers dan de vraag hóé je vorm geeft aan de toerusting van aanstaande predikanten is de vraag dát je er – sámen – vorm aan geeft. Wil een komende generatie gestimuleerd worden om theologie te gaan studeren en in die weg predikant te worden, dan is er alles voor te zeggen om met elkaar een heel duidelijk en positief signaal af te geven: laten we blij zijn met de NGP en God dankbaar dat er begaafde docenten zijn die daaraan het beste van hun krachten willen geven!

De NGP en de studenten
Maar, belangrijker nog!, de studenten.
Zullen zij de weg naar de NGP weten te vinden? Wat Ad van der Dussen zei, gaf me goede hoop. Hij pleitte krachtig voor een positieve opstelling tegenover studenten die niet in Apeldoorn maar elders theologie studeren. Allereerst omdat het tot het eigen karakter van onze kerken behoort om hen daarvoor de ruimte te geven,maar ook omdat veel jongeren niet met de studie theologie beginnen om predikant te worden, maar uit interesse voor de studie zelf.
Op die roeping tot theologie volgt niet zelden een roeping tot het predikantschap.
Van der Dussen: ‘Het zou jammer zijn, als zij in dat proces de NGP meer ervaren als een blok aan het been dan als een steun in de rug.’ Ik ben dit zeer van harte met hem eens. Terugdenkend aan de TSB: de aanwezigheid van studenten van zeer diverse faculteiten was daarvan één van de markante trekken. Ze leidde tot allerlei verrijkende en verdiepende contacten. Nu, in dit opzicht hoop ik dat de nieuwe NGP iets van de oude TSB bewaart. Laat de NGP de netten maar zo wijd mogelijk uitwerpen. En laat de vrijheid van opleidingskeuze in onze kerken meer zijn dan alleen een theoretische mogelijkheid, ook als dat de docenten aan de NGP meer tijd en onze kerken meer geld gaat kosten!

Prediking
Van der Dussen: ‘Ooit behoorde een flonkerende, indringende prediking, waarbij de Schrift opengaat en de hoorder het gevoel krijgt: “Nu word ik door God zelf aangesproken!”, tot de sterke punten van onze kerken. In die situatie is verandering gekomen.
Ik hoor veel klachten, en ben zelf ook niet enthousiast. Te veel preken blijven onder de maat, komen niet over, zijn clichématig, te leerstellig of intellectualistisch van karakter, of missen uitlegkundige stevigheid.’ Me dunkt (jmm), dit is een tamelijk alarmerende uitspraak. Het gaat hier immers over de slagader van het gemeenteleven en de zogenaamde ‘core business’ van de predikant!
Allereerst zou ik van Ad van der Dussen zelf een onderbouwing en nadere concretisering willen vragen.
En mochten die herkenbaar en overtuigend zijn, dan denk ik dat het zondermeer noodzakelijk is dat predikanten en kerkenraden doordenken en doorspreken over hetgeen hij aan de orde stelt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief