Niet de leer, maar de Heer
2006-09-29
Plaatsing van ingezonden stukken betekent geen instemming van de redactie. Anonieme brieven worden niet opgenomen en ingezonden stukken mogen in het algemeen niet langer zijn dan 250 woorden. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten.- Jaargang 50
- nummer 19
In Opbouw nummers 15 en 16 bepleit ds. De Groot een bezinning op ons geloof en de rol die de belijdenisgeschriften, vooral de Heidelbergse Catechismus, daarin spelen. Een dergelijk voorstel onderschrijf ik. Bezinning op ons geloof, de rol van de belijdenisgeschriften hierin en de koers van de Nederlands Gereformeerde Kerk is een zaak die alle leden aangaat.
Wil een dergelijk gesprek binnen de plaatselijke gemeente vruchtbaar zijn, dan moet het gesprek niet vanaf de kansel of bij de kerkenraad beginnen.
In de ledenvergadering van de plaatselijke gemeente is immers het kloppende hart van de gemeente te vinden.
Onwrikbare waarheden?
In deze dialoog is het van groot belang het misverstand te mijden dat het in de catechismus en de andere belijdenisgeschriften om eeuwige en onwrikbare waarheden gaat. In de belijdenisgeschriften gaat het immers niet om waarheden, maar om inzichten Kijkend naar de (voor)geschiedenis van ons kerkgenootschap kunnen we zien welke schade deze misvatting veroorzaakt heeft. De jaartallen 1926, 1944 en 1966-69 zeggen voldoende.
Veranderde inzichten
In de bezinning is ook de erkenning van belang dat een ieder in de Nederlands Gereformeerde Kerken - ongeacht of hij nu gewoon gemeentelid, ouderling of predikant is - de vrijheid heeft om zijn geloof te belijden naar het inzicht dat hem door Woord en Geest geschonken is. Dat individuele geloofsovertuigingen hierom kunnen afwijken van de inzichten die in de Heidelbergse Catechismus en de andere belijdenisgeschriften staan, mag voor iedereen duidelijk zijn. Daar is ook niets mis mee. Het voorgeslacht heeft ook wel eens verkeerde conclusies getrokken en verkondigd bij het lezen en uitleggen van de bijbel. De inzichten uit de belijdenisgeschriften mogen daarom op alle onderdelen onder kritiek worden gesteld. Dat wil overigens niet zeggen dat wij het beter weten of het beter doen dan de gelovigen uit de tijd van de Reformatie.
Eén van de velen
De Heidelbergse Catechismus moet niet worden opgevat als dé wegwijzer in het oerwoud van religieuze ideeën, maar als een bloempje midden in het bloembed van het veelkleurige geloof dat door de Geest van Jezus gezaaid is. In dat bloembed zijn, onder andere, ook te vinden de geschriften van Augustinus, Franciscus van Assissi, Thomas van Aquino, Maarten Luther, Nikolaus von Zinzendorf, Blaise Pascal, William Booth, Albert Schweitzer, Herman Bavinck, Karl Barth, Klaas Schilder, Dietrich Bonnhoeffer, Kaj Munk, C.S. Lewis, en paus Johannes Paulus II. En dit is nog maar een kleine keur uit het grote boeket van de ontelbare schare van geloofsgetuigen, waar we als gelovigen uit mogen plukken. Hoewel al deze mensen in hun werken bijbelse thema’s aanleveren en richting geven aan ons denken, heeft de kerk hun werken nooit gebruikt voor de prediking. Daarom zie ik geenszins reden om aan de Heidelbergse Catechismus een uitzonderingspositie toe te kennen en hem te verheffen boven de geschriften van andere geloofsgetuigen.
Opgelegde theologie
De vele manieren waarop je de bijbel kunt lezen, uitleggen en toepassen, maakt het christelijk geloof zo aantrekkelijk en levendig. Bij verabsolutering van een bepaald geloofsinzicht hebben mensen geen vrijheid meer om, vertrouwend op God, hun eigen weg in geloof en leven te zoeken De bijbel moet op één bepaalde manier uitgelegd en toegepast worden; elke andere uitleg die gegeven wordt, wordt opgevat als dwaalleer, geloofsafval of zonde.
Gedicteerd geloof kent geen blijdschap en geen dankbaarheid; het is, boven alles, onecht.
Catechismusprediking komt naar mijn mening voort uit verabsolutering van een bepaalde theologie en is daarom niet wenselijk.
Tenslotte is het in deze bezinning belangrijk dat een ieder ongedwongen en in alle vrijheid de dialoog kan aangaan, zonder aan een bepaalde theologie of traditie iets verplicht te zijn. Het gaat immers niet om eenheid in de leer, maar om geloofsverbondenheid in de Heer.