Geen betere virusscanner dan de belijdenis

2006-09-29
  • Jaargang 50
  • nummer 19
Theo Peppelman onderschrijft in zijn reactie op mijn artikelen het belang van de bezinning op ons geloof, maar ziet daarbij geen hoofdrol voor de belijdenis weggelegd. In plaats daarvan wil hij leren van gelovigen van allerlei snit en uit verschillende tijden.
De catechismus is voor hem niet meer dan een bloempje uit het veelzijdige boeket van de Heilige Geest.

Precies daar zit nu, wat mij betreft, de kneep. Want het is voor elke gelovige telkens opnieuw van belang samen met anderen te onderscheiden waar het op aan komt. Het is in de Bijbel beslist niet zo dat iedereen voor zichzelf kan en mag uitmaken wat hij of zij wel of niet gelooft. Het is niet de bedoeling een eigen veldboeket van bijbelse waarheden samen te stellen, nee het gaat om het hele boeket!

Jezusbeelden
In dat verband klinkt in de Bijbel het woordje dogma, leer. Paulus spreekt bijvoorbeeld over ‘de goede leer, de gezonde leer, de zuivere leer’. Wil je niet door allerlei wind van leer heen en weer geslingerd worden, zal je de inhoud daarvan moeten kennen!
Neem nu bijvoorbeeld de oude spreuk ‘niet de leer, maar de Heer’ waar Theo Peppelman zich bij thuisvoelt. Dat lijkt mooi, maar over welke Heer heb je het dan? De geschiedenis van de kerk leert dat er heel veel verschillende ‘Jezusbeelden’ zijn. De één ziet de Heer zoals we Hem in de Bijbel tegenkomen alleen als een mens, al dan niet tot de rand toe vervuld met de Heilige Geest. Een ander ziet Zijn menselijkheid slechts als een opgezet masker, Jezus was en bleef God. Weer een ander ziet in de beschrijvingen van de evangelisten de Heer zoals de eerste christelijke gemeenten Hem hebben ervaren. Ieder plukt een eigen bloem.

Samen belijden
De belijdenis van de kerk, inclusief de Heidelbergse Catechismus, voorkomt bijvoorbeeld dat wij uit zullen glijden en dat ieder voor zich een ‘eigen Jezus, naar zijn eigen beeld snijdt’.
We verstaan de Schrift samen met anderen. En wie het anders ziet dan onze voorvaderen uit onze gereformeerde traditie heeft zich hierover te verantwoorden. Als kerken hebben we afgesproken ons aan het Woord van God en de belijdenis te zullen houden. In de preambule van ons Akkoord voor kerkelijk samenleven luidt het: ‘Zij verklaren in dat belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, haar eenheid en de grond voor haar samengaan te vinden’.

Leidraad
Waar het me nu om gaat is dat het er sterk op gaat lijken dat we zonder enig gesprek de belijdenis monddood maken. En dat terwijl de thema’s die de belijdenis aansnijdt ook vandaag nog zeer actueel zijn, zoals ik betoogde.
Het gesprek hierover is een zaak van de hele gemeente en is wat mij betreft, dat stem ik Theo Peppelman toe, niet gebakken aan de catechismusprediking.
Maar wil de belijdenis daarbij de leidraad zijn, zal zij in de prediking moeten functioneren.
Tevens zullen de ambtsdragers, die naar mijn mening, het gesprek op gang hebben te brengen, goed van de inhoud van het belijden van de kerk op de hoogte moeten zijn. Zij moeten zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat zij in staat zijn anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen. (Titus 2: 9).

Update nodig?
Wanneer we, zoals Theo Peppelman formuleert ‘ieder zijn individuele geloofsovertuiging’ gunnen en die niet meer ijken aan de leer kunnen allerlei ‘virussen’ de kans krijgen het lichaam van Christus, de kerk, aan te tasten. Ik ken geen betere ‘virusscanner’ voor de kerk dan de belijdenis.
En mochten we als kerken vinden dat er een update nodig is, dan pleit ik er voor die in ieder geval samen te ontwikkelen met de kerken van de kleine oecumene. Hen zie ik, om met Paulus te spreken, als heiligen die we broodnodig nodig hebben om de hoogte, diepte, lengte en breedte van Gods heil in Christus te verstaan en bij de ware leer bewaard te blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief