Witte lakens

2006-09-29
  • Jaargang 50
  • nummer 19
In de jaren 1960 hadden we andere rouwgebruiken dan vandaag. Ik herinner me nog goed hoe onze ramen thuis met schone, witte lakens werden afgedekt op de dag dat de overbuurman begraven werd. Christelijke rouwadvertenties ademden het geestelijke klimaat van die tijd. Jobs uitspraak dat de Heer heeft gegeven en genomen en dat Zijn naam zij geprezen (1:21), werd graag aangehaald op de rouwkaart. Net als Job zelf viel men daarmee terug op een oude geloofstraditie. In tijden van rouw en verdriet is het goed om op zulke tradities terug te kunnen vallen.
Die helpen ons om de situatie emotioneel de baas te kunnen blijven.
Witte lakens voor de ramen vonden we gepast. Jobs belijdenis verwoordde ons eigen geloof.
Traditionele vormen en woorden hielpen ons om ons verdriet te verwerken. En zo is het in de meeste culturen en religies.

De westerse samenleving is intussen veranderd. Witte lakens zien we niet meer. We raken persoonlijk steeds minder gewend aan dood en sterven.
Begraven en rouw verwerken wordt meer en meer een probleem.
Crisispastoraat is een jong begrip in het kerkelijke jargon. Vormen en woorden, door de traditie geijkt, voldoen niet meer. Die woorden van Job lezen we nog maar zelden op een rouw-kaart. Ze roepen een te afstandelijk beeld van God op, waar we ons minder thuis bij voelen. We zoeken naar eigentijdse vormen en woorden, die ons kunnen helpen in de crises van ons leven. Want niet de traditie maakt wijs (Job 32:9).
Job kwam ook niet uit met de geloofstraditie van zijn tijd. Op het dieptepunt van zijn lijden kwam hij tot een veel persoonlijker belijdenis: nog heb ik in de hemel mijn getuige, nog heb ik daar mijn pleitbezorger (16:18). Dit vaste geloof, gelouterd door zijn lijden, kwam dieper weg dan zijn eerdere uitspraak, hoe waar die op zich zelf ook was. De traditie is een springstok waar we niet zonder kunnen. Maar we springen verder in ons geloof dan onze springstok reikt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief