De vrouw in het ambt
2006-09-29
Het is boeiend om te zien hoe in nagenoeg elke kerkelijke gemeenschap op zeker moment discussie ontstaat over vrouwelijke ambtsdragers. Onlangs was ook de Gereformeerde Bond aan de beurt. Het begon met het optreden van de preses van de PKN, ds. J.-G. Heetderks, op de jubileumbijeenkomst ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Bond, op 22 april, in Utrecht. In zijn toespraak riep hij de Bond op niet te verstarren en aan ooit ingenomen posities eeuwigheidswaarde toe te kennen. Als concreet voorbeeld noemde hij de visie op de vrouw in het ambt.- Jaargang 50
- nummer 19
Nu kon dat op zich nog afgedaan worden als een misplaatste opmerking van iemand van buiten; ds. Heetderks is geen Bonder. Echt spannend werd het door de instemming die dr. H. de Leede - wél Bonder - eind juni in het blad Wapenveld betuigde. De Leede:
Mij dunkt dat Heetderks een punt aansnijdt van groot geestelijk en kerkelijk belang. Gesprekken met jonge kandidaten - mannen en vrouwenop het seminarium bevestigen wat de voorzitter van de synode peilt. Steeds meer aanstaande jonge predikanten, die inhoudelijk-theologisch en spiritueel passen in een brede range van de GB-gemeenten voelen zich in een spagaat.
Zij zijn theologisch-hermeneutisch overtuigd van het goed recht van de vrouw in het ambt, of zitten in hun ambtsleer veelmeer op een laagkerkelijk of evangelical spoor, waardoor het niet meer zo’n item is.
Zij willen graag in de GB-sector van de kerk werken en tegelijk theologisch eerlijk zijn. Studenten ervaren toenemend een kloof tussen gestolde kerkelijke praktijk en de beweging van maatschappelijk, kerkelijk en persoonlijk leven eromheen. Eigen vrouwen werken, geven leiding in bedrijf of school of krijgen een publieke functie. En dan zijn er de jonge vrouwelijke studenten theologie uit GBachtergrond zelf. Zij zijn een aanwinst voor de kerk, ook voor de sector van de kerk waar zij hun wortels hebben en die zij liefhebben.
In 1986 verscheen van GB-zijde het boek ‘Man en vrouw in bijbels perspectief’.
Het boek was een inhoudelijke inhaalslag en beoogde ‘de vrouw haar van God gegeven plaats volwaardig te geven’. De theologische, kerkelijke en missionaire ‘kairos’ van dit moment vraagt om een vervolg.
Vooralsnog deelt de Gereformeerde Bond als geheel deze mening nog niet. Dat blijkt uit het commentaar dat drs. P.J. Vergunst eraan wijdde in De Waarheidsvriend van 6 juli (en gelijkluidend ook in het Centraal Weekblad). Hij erkent dat de kloof tussen kerk en cultuur waarover De Leede spreekt, er inderdaad is, maar vervolgt:
Niettemin lijkt het mij niet tot heil voor de kerk als we dit spanningsveld opheffen, omdat het geen spanning is die de Gereformeerd Bond geïntroduceerd heeft, maar die we in ons leven tegenkomen bij een zorgvuldig luisteren naar de Heilige Schrift. Dan is dit onderwerp geen losse zwerfsteen, maar zien we een verband met het denken over schepping en evolutie, over homoseksualiteit, over de blijvende waardering van de rustdag - tal van thema's die laten zien dat het Evangelie niet naadloos aansluit bij het dominante denken in een bepaalde tijd. Mijn vragen aan dr. De Leede zijn daarom: Hebben we niet met meer te maken dan met de theologische integriteit van jonge vrouwelijke studenten? Waar blijft de zeggenschap van het Woord en de leiding van de Heilige Geest in de binding van ons geweten aan het spreken van de Schrift, ook als hiermee ónze persoonlijke verlangens gekruisigd kunnen worden? En doet u recht aan de Gereformeerde Bond als u over gestolde kerkelijke praktijk spreekt? () 'Wie de beweging van de tijd niet op tijd verstaat, wordt door de tijd ingehaald en zal aan de tijdgeest ten onder gaan', schrijft dr. De Leede.
Wel, de Gereformeerde Bond pretendeert niet de tijdgeest bij te kunnen houden. Beducht zijn we eerder door met de cultuur te trouwen, met als gevolg dat we morgen het kleed van de weduwe dragen (H. Berkhof). () Het beleid van de Gereformeerde Bond inzake de vrouw in het ambt heeft daarom niets te maken met een niet verstaan van de tijd, maar met het verstaan van de Schrift, ook als dit haaks staat op de geest van onze tijd.
Ik vind het daarom veel te kort door de bocht van dr. De Leede als hij genoemd rapport uit 1986 een inhoudelijke inhaalslag noemt, die nu om een vervolg vraagt. De bijbels-theologische gegevens, die na een zorgvuldig bestuderen van de bredere verbanden van de Schrift zijn verwoord, zijn voor ons niet weerlegd. () Op grond van deze studie kunnen we niet anders concluderen dan dat de vrouw niet geroepen is ‘tot regeer- en leertaken, waarin het leidinggevend en gezaguitoefenend karakter zonder meer duidelijk is’.