De ware kerk
2006-10-13
De Middelstumse predikant van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, ds. W.L. de Graaf, heeft zich ten doel gesteld duidelijkheid te verschaffen over de vraag hoe je moet aankijken tegen de oude pretentie van de GKV de (enige) ware kerk te zijn. In een eerste artikel in de Gereformeerde Kerkbode (15 september) probeert hij uit te leggen hoe het nu zit met die termen ‘ware en valse kerk’. Hij richt daarvoor de blik op de gemeente van Korinte, en vraagt zich af: Was de gemeente van Korinthe ware kerk of niet?- Jaargang 50
- nummer 20
Het was geen zuivere en zondeloze kerk, als je kijkt naar de gemeenteleden.
Maar ze was wel ware kerk.
Want ze was geheiligd door Christus Jezus. Enkel het geheiligd zijn door Christus maakt de kerk waar: een echte christelijke kerk.
En zo mogen we ook vandaag naar de kerk kijken. Natuurlijk, wanneer we afgaan op de mensen binnen de kerk, dan is er veel onrecht en lelijkheid.
En toch, wanneer het een kerk is van zondige mensen, die hun heil en redding serieus bij Christus zoeken en weten, dan is het toch een echte, een ware kerk.
Wat is dan een valse kerk? Het klinkt zo gemeen, zo veroordelend. Niet leuk voor de mensen die er lid van zijn en vaak op heel veel punten op de zelfde wijze geloven als ik, voor zover ik kan nagaan.
Het is goed om het weer eens te zeggen.
Wanneer we een kerk valse kerk noemen, is dat geen diskwalificatie van de mensen binnen de kerk. Het is enkel zeggen dat de kerk niet een echte kerk is omdat Christus niet verkondigd wordt naar waarheid, omdat de sacramenten er niet op een heilige manier gevierd worden en omdat er geen kerkelijke tucht wordt toegepast.
Dan verdient zo'n kerk de naam kerk niet. Het is een nepkerk. Het lijkt op de kerk van Christus, maar het is niet echt een kerk van Christus.
Een week later (22 september) geeft hij in vogelvlucht een beeld van de kerkgeschiedenis, want:
Voor we iets zinnigs kunnen zeggen over de ware kerk en over andere kerken, is het onmisbaar iets te weten van de geschiedenis van de verschillende kerken en kerksplitsingen. Wat speelde er toen en waarom? Stonden 'wij' toen ook aan de goede kant?
Ondanks deze redelijk open klinkende vraag, is het vervolg een verbazend simpel verhaal, waarvan ik in m’n onnozelheid dacht dat het sinds de nieuwe Vrijmaking definitief verbannen was naar deze allerwaarste uithoek van de heilige algemene christelijke kerk. De grote lijn van het betoog van De Graaff is heel helder: wij zijn goed, en zij zijn fout. Zeker, er kwam ook ‘vlees en wereld’ bij, en dat is jammer, maar dat heeft verder geen gevolgen voor zijn visie.
Het is opvallend dat er bij elke belangrijke scheuring sprake is van onenigheid over de leer en over de kerkregering/het kerkrecht. Men werd het oneens over een deel van bijvoorbeeld de belijdenis en vaak gebeurde het dat een van de partijen de kerkelijke spelregels ging veranderen om zo in het conflict te winnen. Een poging dus van mensen om de macht binnen de kerk naar zich toe te trekken.
En door heel de kerkgeschiedenis heen blijkt dan steevast, volgens de schrijver, dat ‘de anderen’ in de fout gingen op deze beide punten: de leer en de kerkregering. Achtereenvolgens passeren Reformatie, Afscheiding, Doleantie en Vrijmaking de revue. En tenslotte krijgen ook ‘wij’, de Nederlands Gereformeerde Kerken, een beurt, volgens hetzelfde eenvoudige stramien:
Later, in de jaren 1966/67 vond er helaas nog een scheuring plaats. Een groep predikanten en ouderlingen wilde zich niet houden aan de kerkorde.
Ook leefde bij hen voor een deel het idee dat de kerkenraad niets te maken hoeft te hebben met het landelijke verband. Dit ging gepaard met de opvatting dat predikanten en ouderlingen niet zo strikt zich hoeven te houden aan de belijdenisgeschrif-
ten, zoals de NGB en de HC. Dit leidde dan plaatselijk ook tot conflicten over delen van de leer. Een bekend voorbeeld is ds. Telder die ontkende dat overleden christenen een bewust hemelleven hebben in tegenstelling tot wat wij als kerken belijden in de Catechismus, zondag 22, v.a. 57.
Omdat ze zich niet veel aantrokken van de vermaningen van de classes en de synode (de gezamenlijke kerken), kwamen ze uiteindelijk buiten het verband van de kerken te staan. Pas later hebben de verschillende groepen die buiten het verband van de kerken kwamen te staan zich georganiseerd in een vrij los kerkgenootschap met de naam Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).
Voordeel van een visie als deze is, dat het je wereld prettig overzichtelijk houdt. Nadeel lijkt me dat het slechts overtuigend is voor de overtuigdenmaar misschien is het ook wel alleen voor hen bedoeld.