‘Missionaire spits Open Brief onderbelicht’
2006-10-27
Ze werden beiden geboren in het jaar waarin de Open Brief1 verscheen. De discussies erover kennen Jaap Dekker en Wim van der Schee slechts uit overlevering. Intussen zijn ze beiden predikant, de een in de Nederlands Gereformeerde Kerken, de ander in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).- Jaargang 50
- nummer 21
In de werkflat van ds. Dekker in Amstelveen ontmoeten ze elkaar rond de vraag welke thema’s uit de Open Brief voor hen anno 2006 actueel zijn. ‘We zijn als Abraham geroepen om op pad te gaan, in vertrouwen.’
Het is een weerzien na vele jaren.
Tijdens hun studie theologie in respectievelijk Apeldoorn en Kampen ontmoetten Dekker en Van der Schee elkaar voor het eerst. In de contacten tussen studentenverenigingen uit beide plaatsen kwam ook toen de Open Brief al eens ter sprake. ‘Ik herinner me nog dat jij als enige van de vrijgemaakte studenten het boek ‘Een kerk ging stuk’ van ds. Van den Brink en ds. van der Kwast had gelezen’, zegt ds. Dekker tegen zijn collega.
De Amstelveense predikant was zich zelf al op jonge leeftijd bewust van het bestaan van de Open Brief en de verwikkelingen daaromheen. ‘In 1966 geboren in een predikantsgezin, groeide ik op in een kerk die in brand stond. Ik heb de gevolgen daarvanverstoorde familieverhoudingen - aan den lijve ondervonden. Later ben ik me als vanzelf gaan identificeren met het verdriet dat mijn ouders en anderen in de kerk hadden meegemaakt en het onrecht dat hen was aangedaan.’ Bij ds. Van der Schee roept dat beeld geen herkenning op. ‘In onze familie speelde de kwestie van de Open Brief niet. Ook in de kerk waarin ik ben opgegroeid, in Voorburg, was het geen item. Pas tijdens mijn studie in Kampen maakte ik kennis met de gebeurtenissen uit de jaren zestig.
Ik trad die met een zekere openheid tegemoet: waar ging het allemaal over?
Later heb ik min of meer hetzelfde ervaren wat de ondertekenaars van de Open Brief in 1966 moeten hebben meegemaakt: onbegrip over hun bedoelingen. In 1998 schreef ik vanuit een zekere naïviteit in “Bij de tijd” een artikel over het fundament van de kerk, waarin ik onbewust dezelfde taboes schond als indertijd de Open Brief deed. Vervolgens kreeg ik de hele vrijgemaakte wereld over me heen.’
Welk thema dat in de Open Brief aan de orde komt, houdt u vandaag de dag vooral bezig?
Ds. Van der Schee: ‘Het besef dat we als gereformeerden onderdeel uitmaken van een veel grotere kerk en dat er om ons heen van alles gebeurt, zoals secularisatie en het wegvallen van allerlei vanzelfsprekendheden.
Dat dwingt ons om na te denken over wie we als gereformeerden willen zijn. Wat maakt de identiteit van onze kerken uit in het grote samenspel van Christenen in Nederland vandaag? Die vraag kwam ook in de Open Brief aan de orde. Als vráág, waar de opstellers niet direct een antwoord op hadden.
Maar die vraag werd uitgelegd als twijfel.’ Ds. Dekker: ‘De vragen die toen taboe werden verklaard worden nu in alle openheid in de vrijgemaakte kerken gesteld. Dat fascineert me. De Nederlands Gereformeerde Kerken zijn van meet af aan gestempeld door een klimaat waarin die vragen aan de orde konden komen. Nog steeds gaan we open met elkaar in gesprek, vanuit een hartelijke liefde voor het Evangelie en vasthoudend aan het gereformeerde belijden. Ook over vragen die het belijden zelf raken en waarop we niet meteen antwoorden hebben. Dat is heel waardevol. Ik vind het positief dat een belangrijk ‘Anliegen’ van de Open Brief op dat vlak nu ook z’n uitwerking krijgt in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).
Die brief zou op deze manier nu niet meer in deze kerken hoeven te verschijnen.’
Getuigenis
Wat ds. Dekker onlangs bij herlezing van de Open Brief vooral trof, was het missionaire besef dat eruit sprak. ‘De verscheurdheid van de kerken staat het getuigenis in de wereld in de weg. Dat aspect is indertijd wel aan de orde geweest, maar ik geloof dat het pas sinds enkele jaren veel meer tot de kerk doordringt wat haar missionaire roeping voor het gemeente- zijn inhoudt. Het gaat niet om een taak die je erbij doet, waar je een commissie voor hebt, maar die wezenlijk is voor je gemeente-zijn.’ Ds. Van der Schee: ‘Als je terugkijkt, is het opvallend dat dat besef in onze kerken vooral is ontstaan door E&R (vereniging Evangelisatie & Recreatie, red.). Dat was een beweging van jongeren die met hun geloof naar buiten traden.’ Ds. Dekker: ‘Bij ons was het werk van de Evangelische Omroep veel meer een belangrijke factor in het geheel.
We ontmoetten daar medechristenen met allerlei achtergronden die zich gedreven voelden om het Evangelie uit te dragen.
Daardoor is het missionaire besef steeds meer op de agenda van onze kerken gekomen.’
Catechisatie
Een aspect uit de Open Brief dat momenteel géén thema meer is in de Nederlands Gereformeerde Kerken is volgens ds. Dekker ‘het relativeren van de eigen kerkelijke exclusiviteit, dat een duidelijk speerpunt van de brief was. Dat zit zo in onze genen dat het na al die jaren geen issue meer is. De schrijvers van de Open Brief spraken genuanceerd over de kerk en de kerkgeschiedenis. Ze noemden de Vrijmaking een daad van gehoorzaamheid en zagen er de leiding van de Geest in, maar waren terughoudend als het ging om de vraag of de Vrijmaking echt het werk van God was.’ Houdt u, ds. Van der Schee, uw catechisanten nog voor dat de Vrijmaking een werk van God was?
Ds. Van der Schee: ‘Nee, ik zie de Vrijmaking meer als een bedrijfsongeval uit de kerkgeschiedenis. Waarbij het wel om iets heel belangrijks ging, namelijk om de vraag of God jou werkelijk iets belooft, of dat dat nog maar de vraag is. Het gewicht van de Vrijmaking hoort bij de synodale kerken te blijven liggen, die mensen hebben gedwongen tot een keuze, waarna sommigen besloten zich vrij te maken. Als je het achteraf bekijkt, is het eindeloos triest.’ Ds. Dekker: ‘Dit zijn thema’s die jongeren totaal niet meer interesseren.
Zij zijn met veel basalere vragen bezig. Hoe kunnen we in deze samenleving - Amstelveen telt 80.000 inwoners en een paar heel kleine kerkjeshet christen-zijn vormgeven? Ik vind het wel van belang dat een christen die rijpt in zijn geloof ook kennisneemt van de kerkgeschiedenis.
Waarom zijn we kerk zoals we zijn?
We kunnen als Nederlands Gereformeerde Kerken niet in de context van kerkelijk Nederland staan, als we niet een beetje weten wat er in het verleden heeft plaatsgehad, maar dat zijn geen thema’s voor de reguliere catechisatie.’ Ds. Van der Schee: ‘Daar sluit ik me helemaal bij aan. Ik denk dat het een ernstige denkfout is dat de kerkgeschiedenis iets zegt over de vraag waar je naar de kerk moet gaan. Op dit moment gaat het om onze kerkelijke positie in de samenleving van nu.
Dat heeft alles te maken met onze missionaire roeping, de drive om ons bezig te houden met de mensen om ons heen. Ik heb het gevoel dat we met het wegvallen van de oude vrijgemaakte visie op de kerk de laatste jaren heel natuurlijk zijn opgeschoven naar de plek die in eerste instantie door de schrijvers van de Open Brief werd ingenomen.’ Ds. Dekker: ‘Het gaat daarbij inderdaad om wat de ondertekenaars van de Open Brief indertijd bewoog. Zij kregen zelf echter het verwijt dat ze met hun missionaire visie in de richting van de Wereldraad van Kerken opschoven: een oecumene waarbij de waarheid van het belijden werd gerelativeerd.
Wat jij nu noemt als het om missionair-gemeente-zijn gaat, en wat ik ook bedoel, betreft veel meer de contacten met de wereld zelf, niet met een bepaalde internationale oecumenische beweging waarvoor mensen terecht huiverig waren.’
Welk ideaalbeeld hebt u als het gaat om het missionaire bewustzijn van de kerk?
Ds. Van der Schee: ‘Dat mensen in de kerken er van binnenuit van overtuigd zijn dat missionair spreken met anderen echt bij het kerk-zijn hoort.
Die ontwikkeling mag van mij nog wel een paar stappen verder gaan dan nu het geval is. Als we die weg inderdaad gaan, merken we vanzelf hoe die er dan uit gaat zien.’ Ds. Dekker: ‘Ik vind het treffend dat de schrijvers van de Open Brief telkens uitspreken: Wij weten niet hoe de weg gaat, maar we zijn als Abraham geroepen om op pad te gaan, in vertrouwen. We weten niet waar God ons als kerken zal brengen.
Het is wezenlijk om dat bij het doordenken van dit thema steeds voor ogen te houden.’
Dilemma’s
De Amstelveense predikant signaleert het gevaar dat bij het spreken over de missionaire roeping van de gemeente valse dilemma’s worden opgeroepen.
‘We moeten oppassen dat we geen zaken tegenover elkaar gaan zetten: missionair zijn tegenover het bouwen aan de eigen gemeente. Ik geloof veel meer dat beide aspecten moeten worden geïntegreerd: bouwen naar binnen toe en missionair zijn naar buiten toe zijn twee kanten van dezelfde zaak. Door alle aandacht voor de missionaire taak dreigt de aandacht voor het pastoraat in de eigen gemeente soms onder te sneeuwen. Als je gemeenten helemaal wilt omvormen om er voor anderen te kunnen zijn, doe je veel werk van de Geest in bestaande gemeenten tekort.’ Ds. Van der Schee: ‘Beide aspecten zijn inderdaad helemaal met elkaar verweven. Hoe kun je denken dat je mensen binnen kunt halen in een kerk die niet als gemeenschap functioneert?’ Ds. Dekker: ‘Ik denk dat beide kerken op dit punt nog wel wat theologisch huiswerk hebben te doen. In die doordenking moeten we de kracht van ons gereformeerd-zijn nadrukkelijk verdisconteren. We focussen soms zo snel op de praktijk dat we de theologische doordenking dreigen over te slaan. Dat zie ik ook als het gaat om de bezinning op de verhouding tussen gereformeerd en charismatisch. In discussies daarover worden heel snel grote woorden gesproken, zonder dat er een echt theologisch debat plaatsvindt.’
Kerkelijke eenheid
Over kerkelijke eenheid zijn de beide predikanten minder optimistisch dan de schrijvers van de Open Brief waren.
Ds. Dekker: ‘Ik proef bij hen een zeker optimisme als het gaat om organisatorische eenheid op landelijk niveau, die vooral vanuit missionair oogpunt van belang is. De praktijk heeft die gedachte gelogenstraft. Zodra we denken dat we landelijke kerkelijke eenheid organisatorisch sluitend kunnen krijgen, grijpen we boven onze macht. Fusieprocessen op dat niveau hebben in de kerkgeschiedenis ook niet zo heel veel zegen gebracht.
Ik verwacht meer van de plaatselijke contacten. Het zal per plaats verschillen welke mogelijkheden je hebt voor samenwerking. Dat houdt me wel bezig. We zijn kerk in Amstelveen en hier ontmoeten we elkaar.
Intussen worden op landelijk niveau als gevolg van gesprekken belangrijke zaken op papier gezet. Dat kan eraan bijdragen dat het klimaat van de contacten tussen onze kerken verbetert.
Ik verwacht er niet van dat het tot een nieuwe fusie van kerken leidt, maar vind het positief als het plaatselijke kerken instrumenten in handen geeft om elkaar te vinden. Als ze daarin niet geremd maar gestimuleerd worden, gaat daar zegen van uit.’ ‘Door alle aandacht voor de missionaire taak dreigt de aandacht voor het pastoraat in de eigen gemeente soms onder te sneeuwen’ Ds. Van der Schee: ‘Als Christenen zijn we verplicht te werken aan serieuze contacten met iedereen die ook bij Hem hoort. Landelijke verbanden zijn wat dat betreft faciliterende verbanden.
Zo hoort het ook.’ Ds. Dekker (lachend): ‘Dat is typisch Nederlands Gereformeerd gedacht.’
Michiel Bakker is lid van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Harderwijk en journalist.
1 De Open Brief is integraal te lezen op http://www.ngk.nl/docs/openbrief.pdf.
Naam: dr. J. Dekker (1966) Ambtelijke loopbaan: predikant te Nijverdal (1993), Amstelveen (parttime, 1999); kerndocent Bijbelvakken aan de predikantsopleiding van de Nederlands Gereformeerde Kerken te Apeldoorn (voorheen: Theologische Studiebegeleiding).
Contacten GK(vrijgemaakt): ‘Amstelveen zit in het samenwerkingsverband Amsterdam in ‘Beweging voor Jezus Christus’. Daaraan doen negen kerken mee die allerlei missionaire initiatieven nemen. We doen overigens weinig echt gezamenlijk. Sinds een paar jaar worden wel de catechisaties van de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) samen gegeven.
Op evangelisatiegebied geeft onze gemeente in samenwerking met de vrijgemaakte Stadshartkerk in Amstelveen de Alpha cursus.
Landelijk zit ik in het contact voor samensprekingen. Vanwege mijn volle agenda heb ik alle gesprekken met vrijgemaakten tot nu toe verzuimd. Ik heb wel de gesprekken met christelijke gereformeerden meegemaakt.’
| Naam: drs. W. van der Schee (1966) Ambtelijke loopbaan: predikant te Loenen-Abcoude (1993); interim-predikant Amsterdam Zuidwest (per 1 oktober 2006). Contacten NGK: ‘In Amsterdam heb ik nu ook te maken met het gezamenlijke platform van kerken, waarin onder meer de Nederlands Gereformeerden zitting hebben. In Loenen waren er informeel altijd al ontmoetingen met Nederlands Gereformeerden uit Breukelen. De officiële gesprekken liepen tot enkele jaren geleden via de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Maarssen-Breukelen. Bij de opheffing van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Maarssen zijn enkele leden Nederlands Gereformeerd geworden. Een paar jaar geleden is onze gemeente Loenen-Abcoude officieel gesprekspartner van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Breukelen geworden. Zelf lees ik ook al jaren zowel De Reformatie als Opbouw.’ |