Advies aan LV: instelling steunpunt zending

2006-11-10
  • Jaargang 50
  • nummer 22
Een landelijk steunpunt voor zending en hulpverlening met een eigen parttime consulent kan leiden tot meer effectiviteit en meer betrokkenheid in de Nederlands Gereformeerde kerken.
Dat voorstel doet een commissie aan de Landelijke Vergadering, die volgend jaar bijeenkomt. Het steunpunt kost jaarlijks circa 25.000 euro, ofwel tachtig cent per ziel.

Uit een enquête, waaraan driekwart van de gemeenten meewerkte, blijkt een afnemende betrokkenheid bij zending. ‘Dit wordt vaak omschreven als het ontbreken van visie, weinig betrokkenheid, problemen met het enthousiasmeren en problemen om de commissie te bezetten. Zowel de financiële als algemene betrokkenheid is afgenomen en dat is vooral te zien bij het van oorsprong Nederlands Gereformeerde zendingswerk.’ De geënquêteerden noemden verder problemen als de besteding en verantwoording van de gelden, vertaalkwesties en de samenwerking met de mensen ‘in het veld’.
Overigens melden vijftien kerken, dat bij hen de betrokkenheid juist is toegenomen.

Dilemma
De ondervraagde gemeenten voelen in lichte meerderheid (33 van de 64 die die vraag beantwoordden) wel voor een centralere aanpak, maar die moet dan vooral adviserend zijn en het steunpunt moet dienen als aanspreekpunt voor externe partijen en de eigen kerken. Een kleine meerderheid ziet ook wel iets in een coördinerende rol.
Grootste angst bij een centrale organisatie is, dat de betrokkenheid van de gemeenten dan nog verder zal dalen. ‘Enkele respondenten stellen dan ook, dat de taken en de regelingen van dit orgaan beperkt moeten blijven. Opmerkelijk is, dat in de huidige decentrale structuur de afnemende betrokkenheid bij zending ook als belangrijkste probleem wordt genoemd’, tekent de commissie daarbij aan.

Niet te strak
Waar zusterkerken het zendingswerk vaak via de synode of een landelijke organisatie strak aansturen, kiest de commissie ‘gezien de sterke autonomie van de plaatselijke NG-kerken en de angst voor vervreemding bij centralisatie’ voor een vrijblijvender ‘steunpunt’. Ook de financiering van zo’n centraal zendingskantoor zou problemen opleveren.
Fusies van zendingsorganisaties, die sterk verwante taken uitvoeren, lijken wel mogelijk. Maar de commissie vindt het geen taak voor de LV daarbij het voortouw te nemen. Datzelfde geldt voor ‘partnerships’, waarin organisaties zelfstandig blijven, maar bijvoorbeeld overlappende taken samen efficiënter vervullen. Als voorbeeld noemt de commissie de Nederlands Gereformeerde Zendings Vereniging, waarin de zendende kerken van Den Haag, Leerdam en Bunschoten met hun steunbiedende kerken zich in 2004 hebben aaneengesloten.

In twee dagen
In de visie van de commissie moet de LV (dus alle kerken) opdrachtgever worden van het steunpunt.
‘Steunpunt en zijn bestuur zijn een permanente commissie, die op elke LV verantwoording aflegt. Voor het bestuur moeten mensen worden gezocht met bestuurlijke of zendingservaring.’ Onder dat bestuur werkt twee dagen per week een consulent, die samen met het bestuur enkele (tijdelijke) ‘taakgroepen’ vormt. Ook daarin zitten weer specialisten, die de consulent kunnen adviseren. De groepen kunnen zich onder meer bezighouden met het bundelen, vasthouden en ontwikkelen van de missionaire kennis in de NGK, lokale zendingscommissies ondersteunen met informatie, adviseren over samenwerking bij urgente projecten en trachten de betrokkenheid in de gemeenten te vergroten. Dat zou kunnen door een landelijke zendingszondag, speciale kortlopende projecten en periodiek zendingsnieuws in het blad Opbouw.

Terugverdienen
Hoewel de commissie beseft, dat ‘verhoging van de gezamenlijke kosten voor onze kerken op dit moment een gevoelige zaak is’, wijst zij erop dat het steunpunt niet intern is gericht, ‘maar op het stimuleren van onze primaire taak, de toerusting voor de verbreiding van het evangelie’.
De kosten van circa 25.000 euro per jaar noemt zij ‘beperkt’ en zij verwacht dat terug te verdienen in de vorm van meer betrokkenheid bij zending en hulpverlening. ‘Van een goed functioneren van het steunpunt zullen de huidige
zendingsorganen dus ook profiteren en dat stelt hen in staat effectiever te werken.’

We zitten niet stil
Van de ondervraagde kerken steunen er vele het zendingswerk in Zuid-Afrika. Zo zijn er 28 betrokken bij de NGZN, 27 bij ‘Kampen’ en vier bij de Stichting ZZA. Ook melden vier kerken mee te werken aan Christelijke Gereformeerde zendingsprojecten.
Daarnaast geven de kerken steun aan Redt een Kind (25), Stichting Oost-Soemba (14), Stichting Sizanani (13), Felire (8), Youth with a Mission (7), Wycliffe (7), Dorcas (6), Tear Fund (6), ZOA (6) en MAF (5). Nog eens 33 andere projecten en organisaties worden door een kleiner aantal kerken gesteund.
Wereldwijd steunen NG-kerken projecten in 23 landen, waarbij Hongarije (17) en Roemenië (25) er uitspringen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief