Begrip tonen voor identiteitscrisis van de jongeren van ‘Marokkije’
2006-11-10
Dé moslimjongere bestaat niet, schrijft Ermeloër Willem van der Deijl in het eerder dit jaar verschenen boekje, dat desondanks de titel Hoop voor moslimjongeren kreeg. Wat hen onderscheidt van andere jongeren is, dat de islam als levenswijze nauw verweven is met hun thuiscultuur. De spanning van het leven in twee werelden is een belangrijk thema in het boekje.- Jaargang 50
- nummer 22
Van der Deijl woonde zes jaar met zijn vrouw in Libanon. Ze werkten daar met christelijke en moslimjongeren.
Het gezin woont nu in Ermelo en is lid van de NGK. Van der Deijl werkt voor de Stichting Evangelie & Moslims in Amersfoort, die het boekje uitgaf.
Met de publicatie wil hij bij geloofsgenoten begrip kweken voor de identiteitscrisis van met name Turkse en Marokkaanse jongeren in hun zoektocht om mee te doen in onze maatschappij en tegelijkertijd hun identiteit te behouden. In een apart hoofdstuk gaat hij in op de zoektocht van christenen naar een goede houding tegenover moslimjongeren.
Anders kijken
Tweederde van de moslims in ons land behoort tot de categorie arbeidsmigranten uit voornamelijk Turkije en Marokko.
Anders dan hun ouders, zien jongeren van deze generatie hun toekomst in Nederland. Tegelijk hebben Turken en Marokkanen van de tweede generatie minder sociale contacten met autochtonen.
‘Marokkije’, zo omschrijft een moslimjongere zijn wereld. Waren hun ouders tevreden, omdat ze zich vergeleken met mensen in hun thuisland, jongeren vergelijken zich met autochtone jongeren en voelen zich gediscrimineerd.
De oriëntatie op de Nederlandse samenleving maakt hen gevoeliger en strijdlustiger ten aanzien van uitsluiting.
Polderislam
Moslimjongeren in ons land maken in zekere zin hun eigen islam, zegt Van der Deijl. Ze zijn daarin individualistisch, net als hun Nederlandse leeftijdgenoten. Zo ontstaat een soort Nederlandse ‘polderislam’, waarbij moslimjongeren voortdurend discussiëren over vormgeving van de islam in hun persoonlijk leven en in de samenleving. Die poldervariant staat haaks op de onvrijheid in de thuislanden van veel moslims. Hoop voor moslimjongeren geeft daarvan mooie voorbeelden. Over hoe een student in Damascus een uitbrander krijgt van de docent als hij een vraag stelt over de koran: ‘Zit jij nu op eigen houtje de koran te interpreteren? Wie denk je wel dat je bent?’ Precies wat veel jongeren in Nederland doen. Het deel van de moslimjongeren dat radicaliseert is klein, zegt Van der Deijl. Hij is vooral bezorgd over het gegeven dat veel moslimjongeren zich niet kunnen vereenzelvigen met onze samenleving, zich uitgesloten voelen en geen toekomstperspectief zien. Hij spoort christenen aan hen op te zoeken met een houding, die hun recht doet en wordt gekenmerkt door respect, relatie en relevantie.
Naast die vier R’s biedt hij een handreiking in de vorm van tien stappen om jongeren de boodschap van hoop te brengen. Samengevat gaat het erom, dat christenen jongeren opzoeken op plaatsen waar ze al zijn, in plaats van hun te vragen op christelijk ‘territorium’ te komen, zich meer richten op sportieve en minder op verbale activiteiten en christelijke jongeren inschakelen om contact te leggen met moslimjongeren.
Hoop voor moslimjongeren is uitgegeven door de St. Evangelie & Moslims, draagt ISBN-nummer 90 5881 224 3 en kost 8,50 euro.