‘Ik herken mijn eigen spiegelbeeld niet meer’

2006-11-10
  • Jaargang 50
  • nummer 22
‘Je hebt de meest verantwoordelijke baan van de wereld, en geen opleiding of boek kan je er werkelijk op voorbereiden. Hoe word je in vredesnaam een goede moeder?’, vraagt Arine Spierenburg-van Wijngaarden zich af in het boek ‘Van stresskip tot moederkloek’. Wat doet moederschap met je identiteit, je geloof, je idealen, je huwelijk?’ Een openhartig relaas over de transformatie van een carrièrevrouw met één kind naar een thuisblijfmoeder met drie kinderen.
‘Alles ben ik kwijt: mijn idealen, mijn zekerheid, mijn waardigheid, mijn identiteit, mijn geloof… Wie zit er toch in dit omhulsel? Alleen maar vulsel… Ik heb niet eens een naam’, verzucht Arine in haar proloog. Was ze vroeger al ‘de zus van’, tegenwoordig gaat ze door het leven als ‘de mama van.’ Ze herkent zelfs haar eigen spiegelbeeld niet meer.

Ironie
‘Van stresskip tot moederkloek’ is met vaart en een flinke dosis humor geschreven. Arine is in staat om van een afstandje naar zichzelf te kijken.
Ietwat ironisch beschrijft ze de vrouw die zich door de eerste moeilijke moederjaren heenslaat. Ze wil het allemaal zo góed doen. Toch lukt het maar niet om die gezellige en educatieve moeder te zijn die in alle rust haar kinderen opvoedt.
De grote verandering begint al tijdens de zwangerschap. Gierende hormonen en uiteraard slaat soms de twijfel toe. Kan ze dat wel, zomaar een kind opvoeden? En hoe zullen ze reageren op kantoor? Dat blijkt een teleurstelling.
De mannenbroeders van de evangelische organisatie waar ze werkt, voorzien alleen problemen. Ze vergeten haar zelfs te feliciteren.
Arine besluit te bewijzen dat ze het wél kan: evangelist én moeder zijn.

Ziek
De verloskundige stuurt Arine echter al snel met ziekteverlof. Dan volgt de periode van werk loslaten, nesteldrang en de voorbereiding op de bevalling. Eindelijk heeft Arine haar kind in handen. ‘Ik was moeder. Het gevoel was overweldigend en beangstigend tegelijk. Zou ik het wel waar kunnen maken, de zorg voor dit kleine wezentje?’ De eerste weken zijn de roze wolken ver te zoeken. Daar zorgen de hectische kraamdagen, de gebroken nachten en de onzekerheid als jonge ouders wel voor. Als baby Joris tijdens het eerste consultatiebureaubezoek te licht wordt bevonden, is er paniek.
Gelukkig groeit hij daarna wel goed.
Vanaf dat moment is Arine extreem voorzichtig met de kleine. Ook heeft ze nog steeds last van haar bekken.
Bovendien is het extra knokken voor tijd met haar man Tim. Ze vindt het erg moeilijk Joris uit handen te geven.
In haar ogen kan niemand goed genoeg voor hem zorgen. Het eerste avondje uit belt ze continue hoe het gaat. Kortom, het moederschap heeft haar flink veranderd. Al vindt Tim het een hele vooruitgang dat ze minder geobsedeerd is door haar werk.

Werk
De terugkeer naar de werkvloer valt tegen. Het eindeloze vergaderen, het onbegrip dat ze tijdig naar huis wil en de onrealistische verwachting dat ze een volledige werkweek in twintig uur kan doen. Na een poosje neemt Arine gedesillusioneerd ontslag en raakt tegelijkertijd opnieuw zwanger.
Gelukkig vindt ze toch een nieuwe baan.
Als de tweede op komst is, verruilen zij en haar man Rotterdam voor een eengezinswoning in Looswijk. Opeens zit Arine in een wildvreemde woonplaats zonder contacten. De muren komen vaak op haar af. ‘Ik ben moe, ontzettend moe. En ik voel me zo ongelukkig. Terwijl ik juist extreem gelukkig zou moeten zijn’, schrijft ze over die tijd. ‘De moeheid zit niet alleen in mijn lichaam, maar in mijn geest, mijn gevoel, mijn geloof.’ Met twee kleine kinderen om haar heen die voortdurend zorg nodig hebben, komt ze niet aan rusten toe.
Dat reageert ze soms af op de kinderen.
Langzamerhand nestelt zich het idee in haar hoofd dat ze een slechte moeder is. Tegelijkertijd wil ze geen seconde bij haar kinderen weg.
Als ze er na lang tobben met haar zussen over praat, ontdekt ze dat die met precies dezelfde problemen kampten. ‘Ik kletste tegen de meteropnemer alsof het mijn beste vriend was’, zegt één van hen. ‘Zo blij was ik dat ik een volwassene zag.’

Angst
Arine heeft veel last van angsten. Ze besluit te bidden. Maar God lijkt ergens verloren onderweg tussen Rotterdam en Looswijk. Gevoelens van minderwaardigheid liggen op de loer. ‘Komt het ooit nog goed met me?’, vraagt ze wanhopig aan Tim.
‘Toevallig’ rijdt een vrachtauto voorbij met achterop de tekst: ‘Het komt goed!’ En tijdens een kerkdienst krijgt ze eveneens een boodschap.
Bovendien luistert ze ontroerd naar een liedje van K3 (een popgroep voor kinderen) over een vriend, dat wordt een vriend met een V. ‘God is creatief met Zijn zegen en wordt de moeder een moeder, dus spreekt Hij door K3’, glimlacht ze.
Vervolgens leest ze in een tijdschrift een verhelderend artikel over wat het moederschap met je doet. Het kwartje valt. Moeder zijn ís gewoon ontzettend moeilijk en beïnvloedt alle aspecten van het leven. Ze realiseert zich dat het onmogelijk is beide idealen na te streven: evangelist én moeder zijn.

Dimensie
‘God is mijn Vader. Dat woord heeft er nu tien dimensies bij. Als ik de gedachte tot me door laat dringen dat God net zo intens van mij houdt als ik van mijn kinderen, kan ik wel janken van blijdschap.’ In die gemoedstoestand aanvaardt Arine haar onverwachte derde zwangerschap.
Als ze door een reorganisatie haar baan kwijtraakt, besluit ze zich te richten op het moederschap.
‘Kinderen leggen onze eigen zwakheden bloot’, ontdekt Arine. Ze leert steeds meer haar moeilijkheden bij de Vader te brengen. Maar het blijft lastig geduldig te zijn als de kinderen erg vervelend zijn. Tijdens Kerst ontdekt ze dat ze in navolging van Maria wel een stukje overgave kan gebruiken.
‘Mijn prestatiedrang, mijn controledrang, mijn onzekerheden: weg ermee.’ Haar nieuwe ‘moederidentiteit’ moet ook wedergeboren worden.
Nadien groeit Arine in haar besluit. Ze leert moederschap zien als een roeping van God. Dat heeft consequenties.
‘Wat moet ik met werk? Ik ben driedubbel en dwars moeder, en dat is zó bepalend voor wie ik ben, dat ik niet daarnaast nog iets anders kan of wil zijn. Ik ben alleen maar moeder. En het is genoeg.’

Herkenbaar
Voor moeders is dit een héél herkenbaar boek ook al heb je andere opvattingen over Arines eindconclusie. Ook ik worstel met de combinatie werk en zorg. Het recensie-exemplaar ligt nog geen minuut op tafel of zoonlief heeft erin gekrast. ‘Kijk mam, een échte vijf!’, straalt hij. Nu maar hopen dat de redactie het niet terug wil.

Arine Spierenburg-van Wijngaarden, Van stresskip tot moederkloek, Boekencentrum, Zoetermeer, 2006; € 14,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief