Nieuw tijdschrift over leiderschap
2006-11-10
De septembermaand is in het kerkelijke leven typisch een startmaand.- Jaargang 50
- nummer 22
Het fenomeen startzondag of startweekend is vaak de aftrap voor allerlei activiteiten. Vergaderingen en cursussen beginnen weer, kringen en clubs komen weer op gang. Maar je kunt je afvragen: wat begint er nu precies? Ik moet meteen bekennen dat het nieuwe blad voor christelijke leiders ‘Leadership’ een danige rol heeft gespeeld bij het opkomen van deze gedachte.
Dit nieuwe kwartaalblad is vlak voor de zomervakantie uitgekomen met zijn eerste jaargang nummer één (juni-augustus). Dus op het moment dat het vergaderseizoen afgelopen is en waarop allerlei kerkelijke activiteiten op een laag pitje komen te staan.
Je kunt van een blad door en voor leiders wel strategische zetten verwachten, maar of dit door de redactie bewust gedaan is weet ik niet. Het past in ieder geval wel bij de inzet van het eerste artikel: christelijk leiderschap begint bij de rust van de bezinning en daarna pas volgen de activiteiten. Eerst de zomer en dan het nieuwe seizoen.
Computers en muzikanten
Bij dat eerste artikel van hoofdredacteur Jan-Willem Grievink hoort een stelling: “Leiderschap zonder een levende relatie met God en onderworpenheid aan Gods Geest is levensgevaarlijk voor de kerk en voor elke organisatie die pretendeert christelijk te zijn”. Dat woord ‘levensgevaarlijk’ prikkelt natuurlijk. Hoezo levensgevaarlijk?
Wat staat er dan op het spel?
Grievink vertelt dat zijn eerste ervaringen met christelijk leiderschap bij de Evangelische Omroep is geweest.
In die tijd waarin hij interim-directeur was en daarna bij het begeleiden van kerken, is hij teruggekomen van het zomaar toepassen van wetmatigheden uit het bedrijfsleven. Als je dat gaat doen, dan ontbreekt er iets fundamenteels aan het leiderschap. Het is te vergelijken met een computer die een muziekstuk speelt maar het nooit kan winnen van de echtheid van een muzikant. Daar zal altijd iets aan ontbreken.
De vraag komt op: wat is dan die echtheid van die muzikant?
Volgens Grievink zijn er drie niveau’s in christelijk leiderschap. In een schema - zoals er in dit vakblad wel meer staan – zie je drie woorden staan: relatie, passie en actie. Nu gaat het bij die relatie om de band die je hebt met God, je hartsgesteldheid. In het artikel wordt koning David naar voren gehaald als degene die dit laat zien.
Bij Davids leiderschap stond zijn gerichtheid op God en zijn ‘oprechtheid van hart’ centraal. Het tweede niveau is de passie. Daarbij gaat het om de motivatie en de authenticiteit die je nodig hebt als leider. En dan pas komt het derde niveau: de actie.
Daarbij gaat het om de dingen die in het kerkelijke leven vaak de meeste aandacht krijgen: het plan, het bouwen, de veranderingen. Om dit te kunnen doen heb je ‘bekwaamheid van handen’ nodig. Deze drie niveau’s vormen het christelijk leiderschap.
Maar de centrale stelling is dat alles in de lucht hangt zonder die levende relatie met God en onderworpenheid aan de Gods Geest.
Billy Graham
Een goede illustratie bij deze spirituele inzet van ‘Leadership’ is het artikel over de bekende evangelist Billy Graham door Henk Jan Kamsteeg. De gedachte is dat je minstens zoveel leert van voorbeelden dan van leiderschapsmodellen.
Billy Graham liet de ‘bekwaamheid van zijn handen’ nadrukkelijk voortkomen uit zijn hartsgesteldheid. Hij las aan het begin van de dag vijf psalmen en één hoofdstuk uit Spreuken. Naar eigen zeggen om uit de psalmen te leren om een relatie met God aan te gaan en uit de Spreuken te leren een relatie met mensen aan te gaan. Graham liet het presidentschap schieten voor zijn roeping als evangelist. Hij vroeg zijn medewerkers voor hem te bidden dat hij nederig zou blijven. Er was voor hem genoeg aanleiding om dat eerste kenmerk van de christen kwijt te raken: de successen, de hiërarchische struktuur die in die tijd heel gewoon was, de contacten met hooggeplaatsten, de inkomsten. Maar er wordt verteld dat hij liever kiest voor McDonalds dan een duur restaurant en dat hij een aanbod voor een privévliegtuig afgeslagen heeft.
Wat verder het leiderschap betreft, volgde Graham ook de weg van de nederigheid. Hij probeerde te leren van zijn fouten en straalde uit dat niet hij maar zijn boodschap geweldig is. Dat maakte het hem mogelijk als leider kritiek te ontvangen en dat eerder als een groeimogelijkheid te zien dan als een persoonlijke aanval. Hij bleef gericht op zijn droom zo veel mogelijk mensen te bereiken. Het gebed was volgens hem niet een kwestie van vragen, maar van luisteren naar Gods orders. Bij al deze leiderschapskunde volgde hij simpelweg God in zijn liefde voor deze wereld.
Megalomaan
Er is nog iets opvallends aan de publikatie van dit blad, naast het opmerkelijke verschijningsmoment van het blad ‘Leadership’ zo vlak voor de zomer. En dat is de engelse titel! Ook hiervan weet ik niet of er een strategische opzet achter steekt. In ieder geval wordt de moeite van de gemiddelde nederlander (en misschien ook van de gemiddelde nederlands-gereformeerde) met het woord ‘leiderschap’ nadrukkelijk benoemd.
Het doet ons onwillekeurig denken de ‘befehl ist befehl’-mentaliteit van de Duitsers of het megalomane van de Amerikanen, zo wordt gezegd.
Tegelijkertijd stelt hoofdredacteur Jan-Willem Grievink dat we wel van ze kunnen leren. Het voorbeeld van Billy Graham laat dat al zien en in dit licht op een verrassend authentieke manier. In het voorwoord zegt Grievink dat de nederlandse kerken richtinggevers nodig heeft en dat er een tekort is aan een op de Bijbel gefundeerd leiderschap. Die richtinggevers hebben allereerst een door God bewogen hart nodig. Het blad wil hierin opbouw en toerusting geven. Met het doel het dienende richting geven te stimuleren.
Opvallen
Het voorbeeld van Graham (die ook op de voorkant van het eerste nummer prijkt) laat ook zien dat leiderschap en nederigheid kunnen samengaan.
Dat leiderschap niets te maken heeft met ‘de baas spelen’ of met lege marketingtrucjes. Toch komt de leider van de Christen-Unie, André Rouvoet (in een driegesprek tussen hem, Tim Vreugdenhil en Jan Baan) met de uitspraak dat we die term ‘dienend leiderschap’ te gemakkelijk gebruiken. Hij stelt dat je als leider best mag opvallen en mag zoeken naar impact. Volgens hem is het cruciale verschil tussen een christelijke en een niet-christelijke leider dat je mag beseffen dat het koninkrijk van God er toch wel komt. En met die opmerking is de oorspronkelijke toon weer terug: het begint bij de ontspanning van de relatie met God. Dan pas volgt de passie en daarna pas de actie. Het nieuwe seizoen kan met een ontspannen zondag beginnen.
N.a.v. Leadership, Vakblad voor christelijke leiders. 1e jaargang, nummer 1. Juni-augustus 2006, EB Media Tijdschriftenuitgeverij BV.
| Misverstanden rondom christelijk leiderschap “Leidinggeven is iets anders dan ‘de baas spelen’. Leiderschap staat haaks op het afdwingen van gezag. Goed leiderschap verwerft gezag, maar hoeft het vrijwel nooit te gebruiken. “Een goede voorganger of predikant hoeft geen goede leider te zijn. Vaak is hij dat ook inderdaad niet. Helaas verwacht de gemeente dat wel van hem”. “Goed leiderschap durft in een groeiproces te gaan staan, heeft tijd en geduld en laat zichzelf leiden en corrigeren. Allereerst door God, maar ook door andere christenen”. |