Samenwerkingsgemeenten bepleiten meer ruimte
2006-11-24
UTRECHT - Het is wenselijk dat de samenwerkingsgemeenten, vooral die van NGK/CGK-signatuur, meer ruimte krijgen om het plaatselijke leven die invulling te geven die recht doet aan de speciale positie van de kerken. Dat is de strekking van een brief van het Samenwerkingsoverleg (SWO), waarin samenwerkende gemeenten van CGK, NGK en GKV participeren.- Jaargang 50
- nummer 23
De brief is geschreven aan Deputaten eenheid van de gereformeerde belijders van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken van de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Het SWO signaleert dat de verschillen tussen CGK en NGK ‘de laatste jaren aanwijsbaar groter zijn geworden.
‘Door ons gebonden te achten aan de besluitvorming in beide kerkverbanden worden deze verschillen in de plaatselijke gemeenten steeds directer gevoeld. Door die verschillen komen de kerkenraden steeds meer in een spagaathouding terecht. Het gaat wringen en de zegen van de samenwerking dreigt een juk te worden dat een verlammende werking op de gemeente en het geestelijke leven krijgt’.
Afvaardiging
Als voorbeeld noemt de brief de afvaardiging naar de kerkelijke vergaderingen: ‘De geldende regels komen vaak niet overeen met de beleefde eenheid in de samenwerkingsgemeenten en kerkelijke achtergrond gaat plots weer een belangrijke rol vervullen bij het vaststellen van de afvaardiging’. Gedoeld wordt op het feit dat sommige classes in de CGK geen Nederlands gereformeerde predikant als afgevaardigde van een NG/CG samenwerkingsgemeente accepteren, terwijl dat elders geen probleem oplevert. Ook het verschil in visie tussen CGK en NGK op de vrouw in het ambt wordt als een probleem ervaren. ‘Hierdoor bestaat er binnen de gemeente steeds minder begrip dat de kerkenraad zich (nog) houdt aan de landelijke besluiten’, aldus de brief van het SWO.
Bungelen
Volgens het Samenwerkingsoverleg hebben diverse samenwerkingsgemeenten het gevoel dat ze bungelen,’ buiten de orde leven en alleen maar geduld worden’.
Het SWO bepleit bij deputaatschap en commissie, ‘dat er meer erkenning komt voor het gegeven, dat de unieke situatie van onze samenwerkingsgemeenten eigen regels behoeft’.
De CG deputaten en de NG commissie zullen de brief in januari 2006 samen bespreken. (AdB)