Kleine mensen in een wereld van groten
2006-03-17
Meestal gebruikt de schrijver Arthur Japin een gebeurtenis of een situatie uit het verleden als uitgangspunt voor een roman (De zwarte met het witte hart, Een schitterend gebrek). Hij laat zijn creativiteit erop los en maakt er een verhaal van waarvan de betekenis ver boven de oorspronkelijke gebeurtenis uitgaat. Het zet je aan het denken over je eigen situatie en daarmee is het literatuur geworden. Dat is Japin ook weer overtuigend gelukt met De grote wereld, dat als Boekenweekgeschenk 2006 verspreid wordt.- Jaargang 50
- nummer 6
Dwergdorpen
De historische situatie die Japin inspireerde tot deze kleine roman was voor mij volstrekt nieuw. De grote wereld speelt zich af in de periode tussen de twee wereldoorlogen en gaat over het leven van kleine mensen.
En dat laatste heel letterlijk: over dwergen, lilliputters. Met verbazing neem je er kennis van hoe rond deze mensen een hele amusementsindustrie opgebouwd was. Het boek neemt je mee naar stadjes die uitsluitend bevolkt worden. Een dergelijk stadje op dwergschaal was opgetrokken uit demontabele gebouwen: woonhuizen, winkels, cafés, een raadhuis. Zulke dwergdorpen trokken als bezienswaardigheden door de wereld en werden, omgeven door een stadsmuur met poorten, opgezet naast of in bestaande steden. Dagelijks ging de poort op een bepaalde tijd open en tegen betaling mocht het publiek naar binnen om het leven in zo’n miniatuurstadje mee te maken. Een soort Madurodam was het, maar dan met levende mensjes; niet om gebouwen te bekijken, maar om je te vermaken.
Want je kon er wel lachen; om de gemeenteraadsleden bijvoorbeeld, die keurig in het zwart, met een aktetas onder de arm tegen elkaar opbotsten en rollebollend richting stadhuis gingen; of om het spel dat je kon spelen met die kleine mensen, die als poppen behandeld mochten worden.
Spiegelbeeld
In zo’n wereld groeit Lemmy op. In zijn geval in het dwergdorp Lilliputia, de voornaamste attractie van Dreamworld op Corney Island bij New York, Als kind weet hij niet beter of er bestaan alleen maar kleine mensen, want zijn moeder houdt hem binnen zolang de poorten open zijn. Een enkele keer heeft hij iemand van ‘gewoon’ postuur gezien: een loodgieter die een lekkage kwam repareren en ziekenbroeders. Die kon hij niet anders zien dan als mensen met een gebrek. Tot hij op een keer op de verboden tijd stiekem naar buiten gaat en dan ontdekt dat niet lange mensen de abnormalen zijn, maar dat zijn eigen soortgenoten de uitzondering vormen.
Zijn beeld van het leven bleek het spiegelbeeld van de werkelijkheid te zijn. Die schokkende ervaring maakt hem volwassen. Langzaamaan gaat hij inzien wat voor mensen als hij de enige manier is om in je levensonderhoud te voorzien, namelijk om je laten lachen, met je laten sollen. Het is in elk geval beter dan je door de mensen te laten bespotten.
Gedegenereerde soort
Als, kort na een hevige brand die heel Dreamland verwoest en waarbij Lemmy’s moeder omkomt, een mobiel Duits dwergdorp een tournee door Amerika maakt, sluit Lemmy zich erbij aan. In het dorp ontmoet hij Rosa met wie hij trouwt; de twee krijgen een innige en gelukkige relatie. Met de groep komen ze in nazi-Duitsland terecht, waar Hitler na verloop van tijd vaststelt dat dwergen een gedegenereerde mensensoort zijn. De gevolgen zijn vreselijk: de meesten zullen in een concentratiekamp om het leven komen. Lemmy en Rosa krijgen de mogelijkheid naar Engeland te ontkomen.
Identiteit
Uiterlijk past Lemmy in deze wereld; hij lijkt geknipt voor dit leven: hij heeft er geen enkele moeite mee de mensen aan het lachen te krijgen. Maar innerlijk komt hij er tegen in opstand. Moet hij aan dit leven zijn identiteit ontlenen? Is dat zijn waardigheid: bezienswaardigheid te zijn? Hij verwijt zijn moeder dat ze van de realiteit sprookjes maakt, maar neemt van haar over dat er meer perspectieven zijn dan één. Hij integreert in zijn denken de wijze lessen van zijn grootmoeder, die gehard door de slagen van het leven hem leert van haar werk – ze is kleermaakster. Als je jas je te groot is vermaak dan je jàs, niet je lichaam. Is de wereld te groot? Vermaak hem. En zo komt Lemmy tot zijn eigen keuze.
Levenslessen
Ook van de stripdanseres Mazeppa leert Lemmy zijn levenslessen. En als lezer pik je ze mee: je kunt ze zo naar je eigen leven transformeren. We kennen toch allemaal situaties waarin we ons klein voelen in een overmachtige wereld,
die met ons geen rekening wil houden. In het groot of in het klein.
Origineel, boeiend
Arthur Japin heeft zich volledig ingeleefd in de wereld van de kleine mensen die leven ‘op kruishoogte’. Hij weet hoe ze een trap opklimmen, hij kent de moeite van het altijd omhoog moeten kijken. De grote wereld is een originele, boeiende roman. In mooie taal geschreven met fraaie beelden en met veel woordspelingen over de grote en de kleine wereld. Het boek leert je een andere wereld kennen en tegelijk een stukje van je eigen leven. Inderdaad een geschenk. Laat het u cadeau geven: door uw boekhandelaar bij aanschaf van een boek voor € 11,50, of door lid te worden van een openbare bibliotheek.