Blij met de kerk (2)
2006-03-17
De vorige keer gaf ik hier iets door uit de bijdrage van George Harinck aan een besloten congres van leidende personen in de GKV. Vandaag het vervolg, waarin Koert van Bekkum, adjunct-hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, ingaat op de identiteitscrisis waarin de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zich volgens hem bevinden (De Reformatie, 18 februari):- Jaargang 50
- nummer 6
We maken het einde mee van het huis van Kuyper en Schilder, en daarmee van de vrijgemaakt-gereformeerde manier van christen zijn waarin vele kerkleden zijn opgegroeid. Het is () van belang onder ogen te zien dat een van de meest sterke kanten van onze manier van gereformeerd zijn - de sterke maatschappelijke betrokkenheid - tegelijk een zwakte is. Abraham Kuyper koos er in de negentiende-eeuwse situatie van industrialisering en opkomst van de massapolitiek voor de ‘kleine luyden’ te mobiliseren om zijn christelijke standpunt naar voren te brengen in de sociale en politieke conflicten van zijn tijd. Hij beaamde en bevorderde de nieuwe ontwikkelingen, omdat hij er een mogelijkheid in zag de betrokkenheid van individuele gelovigen te vergroten en het gereformeerde christendom tot een maatschappelijke macht te maken. Dat was een meesterzet die leidde tot een totale reorganisatie van de samenleving. Zijn toenmalige hervormde en sterk antipapistische tegenstrever Philippus Jacobus Hoedemaker leefde vanuit een heel ander ideaal, namelijk dat van de vroeg negentiende-eeuwse christelijke eenheidsstaat. Toch zag hij heel scherp de gevaren van Kuypers identificatie van het christelijk geloof met maatschappelijke partijvorming. Het werkt machtsdenken en manipulaties in de hand en loopt daarom het grote gevaar op lange termijn alleen maar ongelovigen en onkerkelijken te produceren. En dat is precies wat Nederland vanaf de jaren vijftig meemaakt.() De opkomst van het individu verdroeg zich moeilijk met het collectieve en vanzelfsprekende kader waarin het Nederlandse christendom zich had genesteld. Er restte voor velen daarom maar een weg, namelijk die naar de uitgang van de kerk.
Een soortgelijke ontwikkeling is momenteel bij ons waarneembaar. Er is op het denken van de tegenstrever van Schilder, Oepke Noordmans, vanuit klassiek-gereformeerd perspectief van alles aan te merken. Maar achteraf moet worden geconstateerd dat hij ergens wel een beetje gelijk had toen hij in een reactie op diens artikel ‘Jezus Christus en het cultuurleven’ stelde dat “Voor den cultuurgang van Kuyper, die toch altijd hinkte aan zijn heup, omdat hij geworsteld had met den Lijder aan het kruis, hier een looppas komt zonder enige aarzeling”. Zat er bij Kuyper vanwege de constructie van de algemene genade en de kerk als organisme ergens toch ruimte tussen God en de menselijke kerkelijke en maatschappelijke ontplooiing, na de Vrijmaking werd dat anders.
Kuypers grote grepen en optimisme werden bekritiseerd. Maar juist daardoor kwam menselijk en goddelijk handelen nog dichter tegen elkaar aan te liggen. En die koppelingwaarin de cultuuropdracht uit Genesis 1 met behulp van de belij-denis werd verbonden met onze werken van herschepping in maatschappelijke actie en partijvorming - heeft een hoge prijs. Het is deels verantwoordelijk geweest voor de kerkelijke ellende die breed is uitgemeten in drie delen “Vuur en vlam” (Amsterdam 1994-2004). En het betaalt zich nu uit in het functieverlies van het geloof of van de eigen kerk die veel men-sen ervaren. Met als gevolg een vlucht van mensen naar andere kerken en een sterke verwereldlijking. () Maar, zo vraagt u zich nu misschien af: Is dit alles toch te plat en te negatief geredeneerd? Er is toch ook nieuw elan? Doe je zo wel recht aan iedereen die zich vanuit geloof heeft ingezet voor kerk en maatschappij? De kerken zitten ‘s zondags toch vol? Is dat geen groot wonder in een tijd van secularisatie? Ik kan dat volmondig beamen. Het is een wonder. Zelfs valt de stelling te verdedigen dat met de in het verleden gemaakte keuzes ook niets anders had gekund. Toch neemt dat niet weg dat het belangrijk is oog te hebben voor het dubbele gezicht van geschiedenis en werkelijkheid. Mensen hebben vanuit geloof gehandeld en daarvoor past waardering en respect. Maar tegelijk moeten we ons realiseren dat we net als veel andere kerken niet alleen slachtoffers, maar ook daders zijn geworden in het proces van secularisatie. Het is een feit dat velen zich lamgeslagen voelen, Gods heil elders vinden of grote moeite hebben de zondag met de maandag te verbinden. Naar mijn overtuiging maken we daarin Gods oordeel mee over zelfgenoegzaamheid, vanzelfsprekendheid en triomfalisme.
Is het niet over het triomfalisme van de minizuil, dan wel over de zelfgenoegzaamheid dat we die fase nu achter ons hebben gelaten. Tegelijk kan hiermee uiteraard niet worden volstaan. De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben een jas uitgedaan, maar God heeft ons, zo gezegd nog niet zover uitgekleed dat we in ons blootje staan. Iedere nietvrijgemaakte gereformeerde zal dat beamen. Nog steeds bestaat er een vrijgemaakte identiteit en nestgeur die wortelt in het verleden. Een heel eigen manier van Christus omhelzen, die nadelen heeft, maar die ook een kracht is en mag zijn in kerk en samenleving.