Inzicht in kerkelijke jongeren
2006-12-08
Onder de titel Inzichtgevend beeld kerkelijke jongeren is een onderzoek uitgebracht onder jongeren die ingeschreven staan bij de PKN en de RKkerk in Voorschoten en Leiden. 245 Van de 850 tieners die zijn aangeschreven in de leeftijd van 12-18 jaar hebben gereageerd. Op zich een interessant onderzoek, de vraag blijft wel of het ook representatief is voor jongeren uit de NG kerken. Wel zijn een paar opvallende lijnen te trekken.- Jaargang 50
- nummer 24
Hier en nu
Het eerste wat opvalt is dat jongeren heel erg leven in het hier en nu. De jongens en meisjes uit dit onderzoek maken zich vooral zorgen over wat in hun persoonlijke leven gebeurt. Dat herken ik wel uit gesprekken met onze jongeren. Slechte cijfers en de dood of ziekte van een dierbare heeft meer - lees langduriger - impact dan een grote ramp aan de andere kant van de wereld. De MTV-onderwerpen - seksualiteit, uiterlijk, geld e.d. - zijn concreter dan het wereldleed - ziekte en onrecht. Slechts twee procent uit de groep, streeft een ‘leven begeleid door God en mijn naasten’ na.
God in je leven
Van deze groep jongeren geven maar weinige aan dat ze geloven. Met de uitspraak ‘God is de God van de bijbel’ is minder dan eenderde van jongeren binnen de kerk (!!) het eens. Er wordt niet veel in de bijbel gelezen, hooguit een paar keer per jaar. Velen noemen zich ‘misschien gelovig’. Ook dat is een beeld dat ik herken.
Jongeren zijn er vaak nog niet uit, of het geloof hen pakt.
Thuis belangrijk
Opvallend is dat de thuissituatie een grote rol speelt bij de geloofsbeleving en kerkelijke betrokkenheid van de jongeren. Hoe meer de ouders betrokken zijn bij een kerk, hoe meer hun kinderen dat ook zijn. In het nadenken over beleid in veel kerken, komt dit aspect ook steeds meer naar voren. Je kunt nadenken over goed jeugdwerk, maar de rol van ouders daarbinnen is minstens zo belangrijk.
Waarbij positieve samenhang, doordat ouders bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in de kerk doen en zelf regelmatig naar de kerk gaan, de kerkbetrokkenheid van jongeren verhoogt.
Flex-verbondenheid
Bij het lezen van het onderzoek greep één begrip sterk mijn aandacht: flex-verbondenheid.
Jongeren willen best af en toe in groepsverband hun geloof ervaren, maar ze willen zich zo min mogelijk vastleggen.
Jongeren die er nog niet uit zijn willen per keer kunnen beslissen of ze komen. Hun uitgangspunt is: ‘de kerk daar kan ik niet veel mee, maar met het geloof wel.’ Voor deze jongeren geldt, dat zij vrijwel allemaal ouders hebben die minder bij de kerk betrokken. De sociale contacten bij een kerk vinden de jongeren wel erg belangrijk en ze noemen dat zelfs als reden om vaker naar de kerk te komen (‘…als het gezelliger is en meer ruimte voor sociaal contact’).
Een belangrijke reden waarom de jeugdkerken zo’n opmars hebben gemaakt, volgens dit onderzoek.
Conclusie
In haar boek geeft Elpine de Boer een helder en volledig beeld van het onderzoek. Het resulteert in negen ‘geloofsprofielen’, zoals ze die herkent bij de onderzochte jeugd.
De vraag is reëel wat we als NGK nou moeten met zo’n onderzoek. Is de situatie één op één over te zetten? Ik denk het niet. Wel is er een aantal lijnen zichtbaar waar we iets mee moeten.
Bijvoorbeeld de rol van de ouders en de flex-verbondenheid. Volgens de kerken in het boek is er geen jeugd meer; je moet kiezen voor welk van de negen profielen je als kerk zal gaan. Die conclusie gaat mij te ver.
Daarmee ga je de inhoud aanpassen aan je doelgroep. Als voorbeeld geeft het boek: ‘Een christelijke tiener wil zingen in een gospelkoor en een spirituele tiener wil meer praten over levensvragen.’ En dat is het dan. Daar heb ik persoonlijk wel wat moeite mee. Ik ben ervan overtuigd dat we als kerk nog wel degelijk een boodschap hebben, juist ook voor onze jongeren!
Elpine de Boer (2006), Je bent jong en je wilt anders, Uitg. Kok, Kampen; 252 blz.; € 17,50.