Homoseksualiteit verdeelt bijbellezers

2006-12-08
  • Jaargang 50
  • nummer 24
De Landelijke Vergadering spreekt volgend jaar over homoseksualiteit.
De onderliggende stukken tekenen de verschillende manieren, waarop gemeenten en gemeenteleden erover denken.

Zowel de regio van de Kerken in het Zuiden als de kerkenraad van Oegstgeest willen graag een ‘pastorale handreiking’ over hoe om te gaan met homoseksualiteit. Voor de zuidelijke regio is een bezwaarschrift tegen een besluit van de kerkenraad van Eindhoven aanleiding, Oegstgeest onderbouwt het verzoek wat breder.
Die kerkenraad verwijst naar het wettelijke homohuwelijk sinds 2001 en vindt dat kerken verantwoording moeten kunnen afleggen rond zaken als ‘het al dan niet aanvaarden van leden met een vaste homoseksuele relatie, het wel of niet bevestigen van een homohuwelijk en het al dan niet openstellen van ambten voor samenlevende homoseksuelen’.
Tevens voelt Oegstgeest ‘verlegenheid’ met situaties ‘waarin naar buiten komt dat homoseksuele leden wel het laatst denken aan de kerkelijke gemeente als plaats waar het veilig voor hen is’. Volgens Oegstgeest moet een handreiking zich niet beperken tot ‘het formuleren en onderbouwen van ethische richtlijnen’, maar moet zij ook nadenken over welke ruimte de bijbel biedt voor verschillen binnen de NGK en hoe kan worden omgegaan met verschillen van denken in een gemeente. ‘De handreiking zal hopelijk ook bijdragen aan een als veilig en open ervaren klimaat voor homoseksuele kerkleden.’

Druk van tijdgeest
De Zwolse broeder Ros verzet zich sinds 2003 tegen het beleid rond homoseksualiteit in de NGK II in zijn woonplaats. Na briefwisselingen met kerkenraad en de regio Enschede-Zwolle wendt hij zich tot de LV om een oordeel over het besluit van zijn eigen kerkenraad en vraagt net als de regio en Oegstgeest om ‘een gedragslijn voor onze kerken ten aanzien van leden die hun homoseksuele geaardheid praktiseren’.
Ros schreef zijn kerkenraad eind 2003 en pleitte voor seksuele onthouding bij homoseksuele broeders en zusters.
Hij verwees onder meer naar de heiligheid van God en waarschuwde tegen ‘de druk van de tijdgeest’.
Dat weerhield de kerkenraad er niet van, in januari 2004 een ruimer besluit te nemen. ‘Gaandeweg zijn we biddend en pratend tot de conclusie gekomen, dat homoseksualiteit niet in overeenstemming is met Gods bedoeling. Wij beseffen heel goed hoe moeilijk dit is voor onze homofiele broeders en zusters. In gesprekken bleek telkens, dat wij geen volledig eensluidende uitleg kunnen geven aan Gods woord op dit terrein.
Daarom moeten we, naar beide kanten, terughoudend zijn in het trekken van consequenties uit onze overtuiging.’ Belangrijkste onderdelen van het Zwolse besluit waren een vasthouden aan de monogame huwelijksrelatie tussen man en vrouw ‘als norm voor verkondiging, pastoraat en onderwijs’ en het aandringen op seksuele onthouding.
De kerkenraad biedt echter ook ruimte aan homoseksuelen, voor wie de weg van seksuele onthouding ‘menselijkerwijs onbegaanbaar’ is en ‘die ervan overtuigd zijn dat zij voor Gods aangezicht een monogame relatie in liefde en trouw kunnen aangaan en onderhouden’. Die mensen wil de kerkenraad ‘een veilige plek en steun bieden in de gemeente’. Dat neemt niet weg, dat zij worden opgeroepen tot ‘blijvend Schrift- en zelfonderzoek om in geloof naar God toe te groeien’.
Deze mensen kunnen geen ambt vervullen en hun relatie wordt ook niet kerkelijk ingezegend. Maar ze worden ook niet afgehouden van het avondmaal.

Eenzijdige nadruk
Ros reageerde afwijzend en verwees naar teksten als Leviticus 20, Numeri 5:1-4 en 1 Korintiërs 5:6-8. Maar de kerkenraad toonde zich niet overtuigd, wees op de hardnekkige verschillen in uitleg van bepaalde teksten (‘in Leviticus 20 wordt de doodstraf gesteld op gemeenschap tijdens de menstruatie – dat geeft toch ook te denken?’) en waarschuwde in zoveel woorden voor eenzijdige nadruk op het seksuele aspect van homoseksuele relaties. ‘De moeite wordt veroorzaakt door het seksuele aspect in de relatie tussen twee homofiele mensen.
Maar hun relatie kent veel meer aspecten, want zij ontstaat uit een verlangen naar eenheid van ziel, geest en lichaam.’

Regio verdeeld
Aansluitend vroeg Ros de regio Enschede-Zwolle te zorgen dat het Zwolse besluit zou worden vernietigd.
‘Dit besluit strookt geenszins met vele bijbelse uitspraken en gegevens over homofiele praktijk. Hoe is te verantwoorden dat onreine praktijken aanvaard én bewust in Gods heilige tegenwoordigheid worden gebracht?’ Maar die regio kwam er half oktober 2004 ook niet, zo blijkt uit het antwoord dat Ros ontving. ‘Ook in onze vergadering wordt niet eensluidend over homofilie en de homofiele leefwijze gedacht en sommigen kerkenraden zijn nog volop bezig hun mening te vormen.’ Al met al geen basis om Zwolle II terecht te wijzen en bovendien vond de regio het Zwolse besluit nog niets eens zo slecht. Het stelt het gewone huwelijk voorop en ‘houdt Gods barmhartigheid en lankmoedigheid hoog’ door een veilige plaats te bieden aan monogaam samenlevende homoseksuelen.
Voor Ros voldoende reden het een stapje hoger te zoeken, waar zijn invalshoek voor een deel samenvalt met die van de zuidelijke regio en de kerk van Oegstgeest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief