De SGP

2006-12-08
  • Jaargang 50
  • nummer 24
Temidden van de politieke aardverschuiving als gevolg van de verkiezingen van 22 november - met weggevaagde, gehalveerde, verdubbelde en verdrievoudigde partijen - is er één rustpunt: ‘s lands oudste nog bestaande partij behaalde gewoon opnieuw z’n twee zetels.
In De Saambinder, het blad van de Gereformeerde Gemeenten, kwam ik kort voor de verkiezingen (16 november) een artikel tegen over de christelijke politieke partijen. Schrijver is dr. C.S.L. Janse, oud-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, en 27e op de kandidatenlijst van de SGP. Na erop gewezen te hebben dat er een duidelijke aansluiting is qua geestelijk klimaat tussen de SGP en de Gereformeerde Gemeenten, vervolgt hij:

Daarbij vergeleken is er bij een partij als het CDA, die zich ook altijd nog christelijk noemt, sprake van een heel ander geestelijk klimaat. Anders ook dan vroeger bij protestantse partijen als de AR en CHU te vinden was. () In het huidige CDA geven moderne protestanten en moderne rooms-katholieken (voor wie de paus op sommige punten toch wel erg achterloopt) de toon aan. Plus wat men noemt cultuurchristenen: mensen die eigenlijk niets of nauwelijks meer iets geloven, maar bepaalde christelijke waarden toch wel van grote betekenis vinden.
Evenzo komt men er mensen uit de brede gereformeerde gezindte tegen, net als trouwens moslims en hindoes.
Dat kan allemaal bij het CDA.
Daarbij mag zeker niet verzwegen worden dat in onze politieke verhoudingen van de drie grote partijen het CDA altijd nog het meeste gevoel heeft voor de bijbelse waarden en normen. () Maar uiteindelijk moet je je ook van het CDA niet te veel voorstellen.
Abortus is voor deze partij geen zaak meer waar men zich druk om maakt. Het kostwinnersmodel heeft voor de christen-democraten afgedaan. Het normen- en waardenoffensief van premier Balkenende is op niets uitgelopen. Zes jaar geleden stemde de grote meerderheid van de kamerfractie tegen de invoering van het homohuwelijk. Hoe zou dat nu liggen? In ieder geval heeft het minister Wijn niet geschaad in zijn snelle carrière, dat hij destijds tot de voorstemmers behoorde.
Bij de ChristenUnie ligt dat duidelijk anders. Maar ook daar zie je allerlei ontwikkelingen die geen verbeteringen zijn. Tekenend is in dit verband dat de animo van deze partij om bij de verkiezingen met de SGP samen te werken, tanende is. Met zo'n ouderwets gereformeerde partij die bovendien geen vrouwen kandidaat stelt, wil men liever niet geassocieerd worden.
De voorlopers van de ChristenUnie, GPV en RPF, hadden tot op zekere hoogte een gereformeerde signatuur.
Het was echter niet zonder betekenis dat toen beide partijen samengingen, in de naam van de gefuseerde partij de woorden gereformeerd of reformatorisch niet meer voorkwamen.
Met de nieuwe naam van Christen-Unie kon men niet alleen de deur open zetten naar de evangelischen maar ook naar de rooms-katholieken.
Dat laatste gebeurt aarzelend, maar het is wel een trend die zich doorzet.
Dat heeft zijn consequenties voor het geestelijk klimaat in de partij en voor de politieke opstelling.
Er is dan ook alle reden om ons te scharen achter de banier van de SGP.
Niet dat er op die partij niets is aan te merken. Zij die leiding geven in de partij en zij die als volksvertegenwoordiger of bestuurder de op Gods Woord gegronde beginselen van de partij moeten uitdragen, zijn in zichzelf slechts zwakke mensen. Tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed. Het is voor hen niet gemakkelijk om steeds weer tegen de grote meerderheid in te gaan. Om in een maatschappij die daar niet meer van weten wil, onverminderd op te komen voor de waarde en het gezag van Gods geboden.
De druk, om niet te zeggen de vijandschap, van buitenaf wordt immers steeds groter. Het schrappen van de overheidssubsidie aan de partij vanwege discriminatie van de vrouw, is daar een duidelijk voorbeeld van.
Inmiddels is de SGP zo ver gegaan als zij vanwege haar gebondenheid aan Gods Woord maar enigszins gaan kan, door het partijlidmaatschap open te stellen voor vrouwen. De kandidaatstelling van vrouwen blijft echter uitdrukkelijk geblokkeerd, ook al stuit dat hier en daar in eigen gelederen op onbegrip. Gevreesd moet worden dat de bijbelse noties inzake de verhouding van man en vrouw in bevindelijk gereformeerde kring steeds meer wegzakken.
Ook in andere opzichten moet je soms constateren dat er een vervaging van grenzen plaats vindt. Zo moest het SGP-hoofdbestuur op het laatste nippertje een hooggeplaatste kandidaat van de lijst voor de Tweede-
Kamerverkiezingen afhalen, omdat hij als burgemeester op zondagmorgen de mis had bijgewoond. Al ging bij daar ambtshalve heen, het zou toch duidelijk moeten zijn dat het bijwonen van deze “vervloekte afgoderij” voor een SGP-burgemeester geen gerechtvaardigde zondagsarbeid is.
En als hij dan vervolgens verklaart dat de preek van de pastoor zo in onze kerken gehouden zou kunnen worden, dan rijst de vraag of men nog weet welke eisen er gesteld moeten worden aan een bijbels verantwoorde preek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief