'Ik lag in een bedje van gebed'

2006-12-22
  • Jaargang 50
  • nummer 25
Een week voor haar vijftigste verjaardag begin dit jaar hoort Jeannette Westerkamp dat ze lymfekanker heeft. Er volgt een intensieve behandeling met bestralingen en chemokuren.
Ze verliest haar lange, bruine haren en inmiddels heeft ze korte, donkergrijze krullen. Grinnikend: 'Alsof ik elke keer dat ik in de spiegel kijk, eraan herinnerd moet worden dat ik een schaapje van de Heer ben.
En moet luisteren naar zijn stem.'

In de retraitekamer boven de garage van haar Houtense doorzonwoning vertelt Jeannette Westerkamp over het afgelopen jaar dat met een grote schrik begon en vervolgens zo bijzonder, zo mooi en ook 'best grappig' werd. Ze grinnikt onder het vertellen vaak. Bijvoorbeeld als ze over haar vijftigste verjaardag vertelt, de dag waarop ze hoorde dat de kanker die een week eerder was vastgesteld niet was uitgezaaid en goed behandelbaar was. 'Ik heb de hele dag heel hard “Lang zal ik leven!” gezongen.' Of over de overvloedig aangeboden hulp van gemeenteleden: 'Het is dat ik die eerste maanden zo'n behoefte aan alleenzijn had, maar als we ons huis hadden willen laten verbouwen, hadden we dat toen moeiteloos kunnen doen.' En over de gezinsleden thuis: 'Het is heerlijk dat alle mannen in huis rénnen als je vraagt wie de was op wil hangen.'

Dreigen
Het bericht dat ze kanker had, kwam totaal onverwacht voor Jeannette, echtgenote van predikant Dick Westerkamp en moeder van vier zonen van wie er twee zijn getrouwd. 'Ik had een bult op mijn hoofd en die was onderzocht. De dag dat ik de uitslag zou krijgen, viel precies in een retraite en ik belde of de afspraak uitgesteld mocht worden. Dat kon. Zie je wel, dacht ik nog, niets ernstigs.' En toen was het bericht toch slecht.
Lymfklierkanker. 'Ik was geschokt.
Dacht: het zal toch niet waar zijn dat ik alles in de steek moet laten? Wat doe ik mijn kinderen aan? In die eerste spannende week na het slechte nieuws heb ik God best een beetje lopen dreigen. Dat het echt niet goed zou zijn voor zijn public relations als ik dood zou gaan. Dat het slecht zou zijn voor Dick en de jongens, voor mijn werk in de gevangenis, de gemeente van Houten. Maar God leek er niet van onder de indruk.
Uiteindelijk bleef er na al mijn gedreig maar één vraag aan God over: 'Laat Uw naam verheerlijkt worden, wat er ook gebeurt.' Ik weet de plek precies waarop dat tot me doordrong.
Ik zag golven op de muur en het was alsof ik achterover tuimelde in Gods armen. Ik gaf me over. Met de vrienden van Daniël kon ik zeggen: ik vertrouw dat het goed gaat, welke kant het ook op gaat. Het was een heel bijzonder gevoel. Een van opwinding en avontuur. Alsof ik heel mijn boeltje achterliet en naar een nieuw land ging waar ik heel nieuwe dingen zou gaan leren over God en over mijzelf.
Opeens drong ook tot mij door dat het leven van Dick en mijn jongens en van de mannen in de gevangenis ten diepste niet mijn verantwoordelijkheid is. Het is Gods pakkie an. Met dat besef begon een soort overgave.

Cadeautje
Snel nadat de diagnose was gesteld, begon de behandeling. Eerst chemotherapie en later bestralingen. Dat is heel wonderlijk gegaan, vertelt Jeannette. Ze had die eerste maand een 'heel vreemde stemming' bij zich.
'Het was een soort vreugde. Ik sliep heerlijk en er zaten liederen te wachten als ik wakker werd. Ik zocht de eenzaamheid op en schreef veel. Mijn lichaam deed een grote klus en ik genoot van de rust die ik mijn lijf gunde. Elke dag kwamen er kaarten en de kamer stond vol bloemen. Ik lag in een bedje van gebed.' Dat ze zich niet helemaal normaal voelde, besefte Jeannette goed. 'Maar ik beschouwde het als een cadeautje. Genoot ervan.
Na een maand was het voorbij. Alsof ik wakker werd. Nog steeds kwamen er kaarten en bloemen en werd er voor me gebeden, maar de aparte vreugde was weg. Ik kon me weer zorgen maken. Alsof ik weer op aarde was neergezet; het weer zelf moest gaan doen. Ik wilde het gevoel vasthouden, maar het was er niet meer en nog steeds heb ik er heimwee naar. Alsof de deur van de hemel op een kier heeft gestaan. En nu is hij weer dicht.'

Regen en wind
'Het is wel een goede tijd met God gebleven. En de wijze waarop ik door de behandelingen rolde, is wonderlijk.
Ik had in de Penitentiaire Inrichting in Nieuwegein waar ik tweeënhalve dag per week werk als geestelijk verzorger, gezegd dat ik zou zien of ik het werk zou kunnen volhouden. Maar ik heb uiteindelijk geen dag hoeven missen. Ik ben de hele periode van de chemotherapie en de bestralingen op de fiets van Houten naar het UMC in Utrecht gegaan. Ik vroeg aan de arts of dat mocht en hij zei: 'Je fietst maar zolang je wilt, maar ik denk niet dat je dat lang zult volhouden.' Wel dus.
Ik heb de hele periode gefietst, heen en terug, door weer en wind. Ik werd er alleen maar sterker van en kreeg een geweldige conditie. Ik moest denken aan de bijbeltekst: “Ze zullen gif drinken en het zal ze niet deren.” Ik heb hele zware medicijnen gekregen, maar ik heb er geen last van gehad. Alleen mijn haar ben ik kwijtgeraakt en ik was soms moe.’

Esthetisch perfect
En dan is ineens alles weer voorbij en zijn er alleen nog maar de controles en wat vertraagde effecten van de behandeling. Zelfs de huid op Jeannettes voorhoofd die is bestraald, heeft zich esthetisch perfect hersteld.
Er is niets meer aan te zien; noch van de ziekte, noch van de behandeling.
Jeannette: 'Het is grappig dat mijn hoofd de dokters nog steeds verbaast.' Natuurlijk zijn er veel vragen.
Sommige stelt Jeannette zichzelf ook.
'Waarom heb ik op andere momenten in mijn leven dat ik God zo vreselijk hard nodig had, die vrede niet gevonden die ik nu heb ervaren? Tijdens eerdere depressies in mijn leven heb ik God gesmeekt om zijn vrede en heb ik niet ontvangen wat ik nu heb gekregen.' Andere vragen worden haar door anderen gesteld. 'Waarom ben jij er zo goed doorheen gerold?
En waarom ben jij beter geworden en een ander niet? Ik weet het niet. Ik heb zelf ook wel tegen God gezegd dat Hij dit beter kon doen met iemand die nog niet van Hem wist.
Maar deze waaromvragen zijn te groot voor ons mensen. Dus stel ik ze niet. Ik weet dat gebed belangrijk is, hoewel de aantallen gebeden er niet toe doen. God heeft mij niet beter gemaakt vanwege het enorme geschreeuw vanuit Houten.' 'Wat ik wel heel goed weet, is dat ik dit jaar nieuwe dingen van God heb ervaren. Ik heb heel kostbare gesprekken mogen hebben. Met mijn man en mijn kinderen, maar ook met gedetineerden, het personeel in het ziekenhuis.
Dan stond ik me weer uit mijn regenpak te pellen voor een chemokuur en dan merkte een verpleegkundige verbaasd op dat ik niet leek te lijden aan de behandeling.'

Ups en downs
Een halfjaar vóór de diagnose besloot ik na een conferentie om weer intensief te bidden om van God te leren uit de Bijbel. Tegelijk ben ik weer eens begonnen met systematisch Bijbellezen voor mezelf, dus naast mijn Bijbellezen voor mijn werk. Na een poosje ging het weer echt leven.
Dat probeer ik nu vol te houden, al gaat dat met ups en downs. Maar ik begin elke morgen met stil zijn om me te realiseren dat God er is. Ik in God en Hij in mij. Daarna lees ik uit de Bijbel; een psalm als ik snel weg moet en anders Jesaja, waar ik me op dit moment mee bezighoud. De ene keer haal ik er meer uit dan de andere keer, maar ik ben nu vast van plan dit vol te houden.' 'Mijn verlangen om dicht bij God te leven is het afgelopen jaar gegroeid.
Juist heel dicht bij de dood is het nog waardevoller om in zijn nabijheid te zijn. Ik heb ervaren dat God heel dichtbij kan zijn. Dicht bij de dood wordt alles efficiënter, wordt alles uitgezuiverd.
Ik weet: mijn genezing redt me niet, de dood van Jezus wel.'

Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief