Een nieuwe Open Brief?

2006-12-22
  • Jaargang 50
  • nummer 25
Het combinummer van Opbouw en De Reformatie, ter gelegenheid van 40 jaar Open Brief, heeft wel wat losgemaakt.
Een opvallende reactie kwam van de Asser GKV-predikant Sieds de Jong. In het Nederlands Dagblad van 1 november stelde hij voor: ‘laten we als Vrijgemaakten een Open Brief schrijven aan de broers en zussen in de NGK, en daarin schuld belijden vanwege de versmalling binnen de GKV van het brede kerkvergaderend werk van Christus en het te snel schorsen van ambtsdragers.
Het mooist zou het zijn als dat een kerkelijk stuk zou worden, maar als dat niet kan, dan maar particulier, als een brief waar ieder die dat wil z’n handtekening onder kan zetten.’ In het november-nummer van het maandblad Nader Bekeken (van de verontruste Vrijgemaakten) geeft zijn ambtgenoot uit Smilde, dr. H.J.C.C.J. Wilschut, commentaar: hij is niet van plan deze nieuwe Open Brief te ondertekenen. Om een paar redenen:

Graag had ik gezien dat ds. De Jong had aangegeven waaraan hij denkt bij de genoemde versmalling van Christus’ kerkvergaderend werk.
Denkt hij aan kerkelijke uitspraken?
Mag ik dan weten welke? Of aan wat door particuliere personen soms is gezegd? Inderdaad, in dat laatste opzicht zijn er voorbeelden te noemen van drijven en overdrijven. Maar dat werd in de jaren zestig al door iemand als dr. C. Trimp met schaamte erkend. Zie ik het goed, dan wezen de GKv de ‘Open Brief’ niet af vanuit een versmald denken over Christus’ kerkvergaderend werk. Maar omdat zij in deze brief een confessioneel ongeoorloofde vervaging van dat kerkvergaderend werk ontmoetten.
Ik zou niet weten wat de GKv in dat opzicht aan schuld hebben te belijden.
Bovendien, moet er schuld beleden worden over kerkelijke zelfgenoegzaamheid, dan valt er naar meer kanten dan alleen de NGK schuld te belijden.
Wat mij echter met name dwars zit, is de bewering over de te snelle schorsingen.
Ds. De Jong geeft aan onder de indruk te zijn van klachten uit NGK-kring over gemaakte fouten en dergelijke. Vandaar deze royale schuldbelijdenis. Met als gevolg dat indirect een oordeel wordt uitgesproken over degenen die aan deze schorsingen hebben meegewerkt. Maar waar blijft het bewijs? Ongetwijfeld zijn er fouten gemaakt. Ambtsdragers blijven zondige en beperkte mensen.
Alleen moet dat wel concreet worden gemaakt en met de stukken worden bewezen. Anders krijg je wat Zondag 43 HC een ongegrond en lichtvaardig oordeel noemt. Wil je dingen rechtzetten, dan moet je recht doen aan alle betrokkenen. De schorsers hebben evenzeer recht om gehoord te worden, ook wanneer dat alleen nog maar via notulen en dergelijke kan.
Wil je daden afkeuren, dan moet je ze eerst naar recht wegen.
Dan zal een generale schuldbelijdenis moeilijk worden. Plaatselijk zijn de zaken lang niet altijd op dezelfde manier verlopen. Is er schuld te belijden, dan zal dat plaatselijk moeten worden onderzocht en uitgesproken.
Niet oordelen zonder argumenten.
Onder andere om die reden wees de GS Zuidhorn 2001/2 dan ook een verzoek af om de synode-uitspraken uit de jaren zestig van de vorige eeuw te heroverwegen. Dan moeten er welomschreven en inhoudelijk geformuleerde bezwaren aangevoerd worden.
Pas dan kun je wegen. Niet op basis van vage algemeenheden. Maar op grond van concreet materiaal.

Tja, dat gaat nog wel even duren, lijkt mij. Schuld belijden is moeilijker dan je zou verwachten. (Terwijl het zo makkelijk lijkt: ‘Belijd elkaar uw zonden’, Jakobus 5:16.) Wilschut heeft ook geprobeerd zich in te leven in de mogelijke Nederlands Gereformeerde ontvangers van zo’n brief. Of hem dat helemaal gelukt is?

Ds. De Jong beseft dat zijn concept geen kerkelijk stuk is. Naast de kerkelijke weg ziet hij ruimte voor deze weg, van onderop. () Zelf zie ik in deze situatie de ruimte voor deze particuliere nevenweg naast de kerkelijke weg niet. De zaken in kwestie vragen om een afgewogen kerkelijk oordeel, wil je althans niet tot onbeschermde en onbewezen stellingen (‘te snelle schorsingen’) komen. () Wat voor waarde heeft een dergelijk particulier stuk eigenlijk? Het geeft de mening weer van de ondertekenaars. De kerken staan er als kerken buiten.
Zou ik lid zijn van een NGK, dan zou ik me eigenlijk wat gepákt voelen door een schuldbelijdenis als deze.
Die niet alleen vage algemeenheden laat horen. Maar waarbij de kérken van wie men iets verwacht, buiten schot blijven. Daarmee doe ik niets af van () de integere bedoelingen van ds. De Jong. Daarvan ben ik overtuigd.
Maar met goede bedoelingen alleen ben je er nog niet. Ook de weg van onderop zal hier de kerkelijke weg moeten zijn. Laat niemand dat formalisme noemen. Juist nu het récht in geding is, is de uiterste zorgvuldigheid geboden. Als er nu één ding is dat Christus van ons vraagt...

Dat laatste begrijp ik niet goed. Als er één ding is dat Christus van ons vraagt, dan is dat toch de liefde?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief