Uniek temperament
2004-01-09
Alle ouders kunnen verhalen vertellen over verschillen tussen hun kinderen.- Jaargang 48
- nummer 1
Vooral moeders hebben vaak al voor de geboorte intuïtief een beeld van het gedrag van het nog ongeboren kind. Het ene kind is in de buik van de moeder veel drukker en beweeglijker dan het andere kind.
Zou dat beeld zich tijdens de latere ontwikkeling van het kind voortzetten?
Is een beweeglijk kind vóór de geboorte als puber ook een druktemaker?
Baby’s
Als je oppervlakkig naar het gedrag van de baby kijkt zie je slechts twee polen. Aan de ene kant is er de baby die vele uren per dag in de wieg ligt te slapen. De andere pool is het kind dat wakker is. De stemming van een baby die wakker is kan zomaar omslaan: van tevredenheid naar intens huilen. Als je beter kijkt naar baby’s zie je onderling tussen hen grote verschillen.
Het ene kind heeft tijd nodig om wakker te worden. De moeder moet het kind als het ware een paar keer wekken voordat het alert reageert op de omgeving. Het andere kind is bij het zien of het horen van zijn moeder direct één en al activiteit, trappelende voetjes, zwaaiende armpjes.
Het is opvallend dat die verschillen zich binnen één gezin voor kunnen doen. Het ene kind reageert totaal anders op zijn omgeving dan het andere kind.
Peuters en kleuters
Ook bij peuters en kleuters zien we onderling opmerkelijke verschillen. De ene peuter zet je in bad en hij zit vervolgens rustig te spelen. Bij het andere kind ligt er binnen vijf minuten meer water buiten het badje dan in het bad. Het ene kind is direct één en al aandacht als er een vreemde binnen komt. Het andere kind heeft tijd nodig om contact te kunnen maken. Als Sinterklaas een cadeautje heeft gebracht grist het ene kind direct het papier er af. De andere peuter pakt het cadeau zó voorzichtig uit dat je het volgende jaar het cadeaupapier opnieuw kunt gebruiken. De ene peuter is direct gewend aan een nieuw bedje, een ander kind heeft weken nodig om weer ontspannen te kunnen gaan slapen. Het ene kind stopt direct met de puzzel als het niet lukt, het andere kind gaat net zo lang door totdat de twintig stukjes op hun plek liggen.
De schoolleeftijd
De verschillen tussen kinderen blijven, ook als ze naar school gaan of gaan puberen. Het ene kind is direct enthousiast als er iets nieuws op tafel staat. Het andere kind houdt alles liever hetzelfde, gewoon aardappels met groente en jus. Op het ene kind kun je de klok gelijk zetten, een kwartier na schooltijd is ze thuis. Van het andere kind vraag je je steeds weer af waar het nú weer uithangt.
De ene puber heeft een keurig opgeruimde kamer, de ander heeft er een grote rommel van gemaakt. Het ene kind fietst stoep-op, stoep-af naar school en alle onderdelen van zijn fiets rammelen, het andere kind rijdt keurig rechts op het fietspad, heeft zijn fiets gepoetst en hij zal nooit van de stoep af denderen. Het zijn opmerkelijk grote verschillen tussen kinderen.
Maar waar komen die verschillen vandaan?
Geschiedenis
De vraag waarom mensen onderling verschillen heeft ouders, leerkrachten, artsen en filosofen altijd al bezig gehouden. De oude Grieken waren van mening dat deze verschillen verklaard konden worden uit lichamelijke factoren. Men dacht met name dat de samenstelling van het vocht in het lichaam van invloed was op het gedrag. De term ‘zwartgallig’ (= melancholisch) komt uit deze klassieke Griekse manier van denken. Aan het begin van de 20e eeuw waren de opvattingen van Kretschmer bekend.
Hij had o.a. het idee ontwikkeld dat er een verband bestaat tussen lichaamsbouw en de gedragsstijl van mensen.
Lange en slanke mensen (=leptosoom) zouden zich anders gedragen dan korte gedrongen mensen (=picnisch).
Een term die later bekend werd kwam (o.a.) van Eysenck. Hij maakte onderscheid tussen mensen die introvert zijn (ze verwerken emoties eerst van binnen) en anderen die extravert zijn (ze zijn vooral op de omgeving gericht).
Esau en Jacob
Ouders zijn soms erg verbaasd over de verschillen die er zijn tussen hun kinderen.
Ze hebben de indruk dat ze hun kinderen dezelfde opvoeding geven. Toch ontwikkelt het ene kind zich heel anders dan het andere kind.
In de bijbel vinden we de geschiedenis van Esau en Jacob (Genesis 25). De beide broers waren zowel uiterlijk als innerlijk heel verschillend. Esau was bij de geboorte rossig, 'geheel als een haren mantel'. Even verderop lezen we dat Esau een man werd, ervaren in de jacht, een man van het veld. Over Jacob wordt verteld dat hij een huiselijk man was, die in tenten woonde.
Sommige psychologen verklaren verschillen tussen kinderen uit de plaats in de kinderrij. Volgens hun opvattingen profileert een oudste zoon zich anders dan een tweede kind en zal het jongste kind weer een ander gedragspatroon laten zien dan het middelste kind.
Toch lijkt het niet aannemelijk dat we op die manier de verschillen tussen Esau en Jacob kunnen verklaren. Het is niet onmogelijk dat Isaak zich meer aangetrokken voelde tot Esau terwijl Rebecca het erg gezellig vond dat Jacob bij haar in de buurt bleef. Die contacten kunnen zeker van invloed zijn geweest op het gedrag van de beide jongens. Maar waarom trok de één dan meer naar het ene kind en de ander meer naar het andere kind?
Vermoedelijk waren Jacob en Esau ‘van nature’ heel verschillend, niet alleen uiterlijk, maar ook wat betreft hun gedrag en de manier waarop ze reageerden op de omgeving.
Ieder kind is uniek
Kinderen zijn verschillend. Dat zien we duidelijk aan het uiterlijk: ieder kind heeft zijn eigen unieke kenmerken.
De oudste zoon heeft blauwe ogen, zijn jongere zusje heeft bruine ogen, het jongere broertje heeft een andere haarinplant en een extra kruintje, het oudste kind heeft smalle lange voeten, het zusje is veel blonder dan haar beide broers, het jongste kind heeft opvallende wenkbrauwen.
We zijn het er over eens dat kinderen uiterlijk verschillen. Ieder kind is uniek en vanuit een christelijke levensvisie zeggen we ook dat ieder kind uniek geschapen is. Maar… dat geldt ook voor de gedragsstijl, het temperament van het kind. Zoals de vingerafdruk en de iris van ieder mens verschillend is, zo is ook het temperament van ieder kind weer anders.
Er is een tijd geweest dat pedagogen dachten dat ieder kind te vormen was door maar consequent te belonen en te straffen. Nu zijn beloningen en straffen op zichzelf niet verkeerd (je kunt als opvoeder niet zonder), maar je mag er nooit vanuit gaan dat je daarmee de kern van het kind verandert.
Als opvoeders van mening zijn dat ze het temperament van het kind moeten veranderen doen ze net zoiets vreemds als ouders die de kleur van de ogen van hun kind willen veranderen.
Ze willen het kind naar hun beeld omvormen. Daarmee doen ze de uniciteit van hun kind, zoals het door God geschapen is, tekort.
Een volgende keer gaan we nog iets verder door op dit thema.