'Maar wie is mijn naaste?'

2004-01-09
  • Jaargang 48
  • nummer 1
Eind augustus overleed Piet Los, gepensioneerd zenuwarts. Vlak voor Los heenging bracht uitgeverij Plateau een bundel van hem uit: 'Maar wie is mijn naaste?' Piet Los heeft als psychiater ‘in ruste’ veel meegedacht en meegeleden met zijn medemens in psychische nood.
In de kring van de lezers van het Nederlands Dagblad werd hij geliefd om zijn orginele en bewogen columns. Via lezingen probeerde hij z’n gehoor een spiegel voor te houden. Piet Los is niet meer op aarde, zijn werk was klaar. De nieuwe bundel geeft ons de mogelijkheid om met vernieuwde barmhartigheid in Gods’ wereld te staan.

Hemelse Vader
Piet Los wist zich kind van God en probeerde ook in de ander dat unieke gegeven altijd weer op te zoeken. Hij wilde zijn medemens de kans geven om te ‘ontanderen’ (p.75) in de richting van het beeld, zoals God die ander bedoeld heeft.
Los begreep dat daarin echte vrijheid voor een mens mogelijk is. In het gedicht ‘Hout’ verwoordt Los dat daarin ook z’n eigen afhankelijkheid ligt (p.116):

Hij heeft iets met hout;
zijn wieg,
zijn kruis,
nog timmert
zijn liefde aan mij.

In het gedachtengoed van Los ademt die liefde van zijn Hemelse Vader. In de bundel zijn verschillende lezingen opgenomen. Steeds laat Los zien wie Hij is, zoals op pagina 33, in een lezing over het nadenken over je identiteit als hulpverlener. Los haakt dan aan bij de ontmoeting van de Here met Mozes bij de brandende braamstruik: 'God zou aan Mozes hebben kunnen vertellen wat Hij kan, wat Hij weet, wat Hij doet en wat Hij bezit. Maar als Hem naar zijn papieren wordt gevraagd zegt Hij iets anders. Hij vertelt eenvoudig, dat Hij is, dat Hij er is. […] Vindt u dat ook zo geruststellend, dat er altijd Iemand is, ook als je slaapt of weekend hebt, of op vakantie bent, dat er dan Iemand is, die zijn paspoort toont en zegt: "Jij bent er niet, maar Ik wel." Ook als we falen, en dat doen we allemaal ondanks goede bedoelingen, ik heb daar ervaring mee. We zijn zo verschrikkelijk beperkt.'

Aandacht voor het verhaal
Het vertrouwen in zijn Hemelse Vader helpt Los om echt betrokken te zijn op zijn naaste. In die zin is de titel van deze bundel goed gekozen: Los nodigt ons uit om met hem nou eens echt te ontdekken wie onze medemens is. Op een indringende manier doet hij dat in het hoofdstuk ‘Aandacht’. Het stuk begint op karakteristieke wijze: 'Wanneer iemand een lezing begint met de vraag: "Mag ik even uw aandacht ?" denk ik niet, dat u hem direct verdenkt van hysterie, gesteld dat u weet wat dat woord betekent. Toch schijnt die vraag niet zo heel gewoon. Er zijn mensen, die die vraag voor geen geld zouden stellen in het gewone leven. Liever praten ze over hun helse pijnen, hun gigantische rugklachten of hun immense verdriet.
En mochten ze dat allemaal niet hebben, dan maken ze liever zichzelf of hun kinderen ziek om aandacht te krijgen, die ze niet durven vragen. Ze moeten er niet aan denken, dat iemand van hen zou zeggen: "Die vraagt zeker weer aandacht."
Want als je aandacht vraagt, heet dat hysterisch en dat is een heel erg scheldwoord.' Piet Los vervolgt deze prikkelende inleiding met een veelbewogen uitleg over de gecompliceerde gevolgen wanneer mensen geen aandacht krijgen.
'Het is echter merkwaardig dat niet alle mensen bij zware psychische belasting met zogenaamd hysterische verschijnselen reageren,' verzucht Los bij herhaling. Hij pleit dan ook voor intensief luisteren naar het verhaal, de innerlijke pijn van mensen, achter de lichamelijke klachten. Los opent je vaak de ogen voor je naaste door je op een ander been te zetten. Zijn fijnzinnige humor ontdekt je aan je vooroordelen, je ingeslepen reacties. In een lezing over de homofiele naaste in de kerkelijke gemeente doet hij dat zo (p.52, 53): 'Nu moet ik eerlijk zeggen dat die seksualiteit voor mij niet zo erg belangrijk is dat ik er de hele dag mee bezig ben. U kent waarschijnlijk dat grapje wel van die psychiater, die met een zakdoekje zwaaide en aan zijn cliënt vroeg: "Waar denkt u nu aan ?"
Met enige schroom zei de man: "Aan een bloot meisje." De psychiater zei: "En waarom denkt u bij dat zakdoekje aan een bloot meisje?"
"Omdat ik altijd aan een bloot meisje denk," zei de cliënt. Zo is het bij mij niet. En het omgekeerde is er ook niet bij homoseksuelen.
Misschien zou ik wel de hele dag aan blote meisjes denken, als de wijkouderlingen en de dominee en de gemeenteleden allemaal tegen me zouden zeggen, dat ik niet aan blote meisjes mag denken. Maar dat doen ze niet. Ik heb zelf trouwens ook wel wat anders te doen.' En met een klein bijzinnetje kietelt Los ons vaak (p.57): 'Ik denk, dat onze homoseksuele broeders en zusters in uw kerk niet zullen worden afgewezen, want zo bent u toch niet' (cursivering NB).

Wanhopige kinderen
Erg blij ben ik dat de lezing ‘Ik heb mijn kind geslagen’ via deze bundel beschikbaar blijft. Mijns inziens legt Los daarin de vinger bij wezenlijke gegevens voor de omgang tussen ouders en hun kinderen. Een paar citaten: 'Veel erger is het, als de ouders hun onderlinge twisten met de kinderen bespreken. Ze maken dan, soms allebei, een bondgenootschap met hun kinderen tegen elkaar. Soms doen ze dat met enkelen van hun kinderen.
En de andere ouder doet het dan weer met de andere kinderen. Daar worden de kinderen wanhopig van.
Het is nu eenmaal niet goed mogelijk om te spelen voor je eigen grootouders. En die kinderen komen vaak niet bij de hulpverlening terecht of veel te laat.' (p.86) 'Kinderkarakters zijn kwetsbaar.
Liegen leert gauw aan, stelen ook, omdat het zo goed strookt met onze verdorven aard en u kunt de kinderen beter helpen om dat kwaad in zichzelf te bestrijden. Ik weet dat het voor ons allemaal een toer is, maar de beste manier om kinderen betrouwbaar te maken is het voor te doen. Het omgekeerde is helaas ook waar.' (p.87).
En tenslotte een uitspraak die Los zelf heeft overgenomen van een leermeester: 'Je moet kinderen nooit vergelijken met elkaar.' (p.89)

Hartekreet
Naast de lezingen zijn er ook korte hartekreten van Los opgenomen, een soort columns. Uit die stukjes proef je zijn boosheid (bijvoorbeeld over de rol van Nederland in Bosnië, in ‘Pronk’ en ‘Verantwoordelijk’), z’n erbarming (in ‘Een mens, die aan het syndroom van Asperger lijdt’) en zijn frisse kijk op gebeurtenissen in het nieuws (‘Invisible man’). Soms mis ik Los dan ook in het Nederlands Dagblad, bijvoorbeeld met wat schijnbaar argeloze vragen of opmerkingen rond een kwestie als die van Mabel.
Wie het boekje gaat lezen moet zich realiseren dat het een bundeling is van allerlei pennevruchten van Los. Dat betekent dat je soms iets opnieuw leest, bijvoorbeeld op pagina 88 kom je gedachten tegen die je ook al las op pagina 66. Wie dit boekje niet in een adem uitleest zal hier minder last van hebben.
'Maar wie is mijn naaste?' geeft ons een waardevolle herinnering aan wie Piet Los mocht zijn.

Naar aanleiding van: Piet Los, 'Maar wie is mijn naaste?', Uitgeverij Plateau, Barneveld 2003, 118 pag. Prijs: 10,90 euro.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief