Generatiekerken?
2004-01-23
We worden de laatste twee jaar regelmatig geconfronteerd met het fenomeen 'jeugdkerken' of jeugddiensten.- Jaargang 48
- nummer 2
In de kerkbladen die ik voor Oplocatie moet lezen kom ik het regelmatig tegen. Een nieuw fenomeen 'ouderenkerken' schijnt er aan te komen (Doorn, Oplocatie 9 januari). Een generatie-kloof?
Ook op onze bijbelkring werd de vraag gesteld: zou het niet goed zijn af en toe een kerkdienst voor ouderen te organiseren? Is het een vreemde vraag?
Is het werkelijk een gegeven geworden dat jongeren en ouderen ver van elkaar af zijn komen te staan en hun eigen samenkomsten gaan organiseren?
Emerituspredikant ds. G. van den Brink bespeurt ook bij zichzelf enige vervreemding van jongeren. In een interview in het Nederlands Dagblad geeft hij aan geconfronteerd te worden met een kloof. De verzen en songs van de jongste generatie werken vervreemdend. 'Hij kan heilig verontwaardigd raken als jongeren zozeer de liturgie mogen vormgeven, dat ouderen slechts ten dele kunnen meedoen en meezingen: "Ik zou dat als predikant niet pikken. Een van de meest wezenlijke elementen in het opvoeden van jongeren is dat ze leren denken zoals Christus. Kijk naar Paulus in Filippenzen 2 en richt je niet op wat jou zelf als het belangrijkste voorkomt, maar op wat de ander nodig heeft".'
Wanneer een jongere deze laatste zin leest zou hij kunnen denken: zijn ouderen juist niet altijd met zichzelf bezig geweest en hebben zij wel ooit gelet op wat wij nodig hebben? Ds. van den Brink constateert in datzelfde interview de voordelen van het ouder worden. Hij leert zichzelf te relativeren: 'Ik word minder driftig, minder ongeduldig, minder krampachtig enz.' Hij blijft hoop houden voor volgende generaties en noemt positieve dingen die hij ziet gebeuren bij jongeren in (bijvoorbeeld) de kerk van Houten: kinderevangelisatie, campagnes in Moskou en Roemenië. Bij het pinksterachtige voelt de emeritus zich echter niet safe.
Niet begrepen
Niet alleen ouderen, ook kerkleden die een generatie jonger zijn, maken zich zorgen om het vele dat kennelijk in de kerk moet veranderen. Het gevoel van veiligheid kan daardoor bij meelevende gemeenteleden verstoord worden. Je kunt je afvragen of 'veiligheid' een juist criterium is voor het gevoel dat je in de kerk kunt hebben, maar toch… De dadendrang van sommige jongeren wordt niet altijd begrepen.
Zij vragen zich af: wat is er mis met het orgel of de piano, wat mankeert er aan de psalmen en gezangen, aan de tien geboden of aan de bestaande formulieren, dat ze zo weinig meer gezongen en gelezen worden?
Muziek
Moeten we toe naar 'generatiekerken'?
Als hierop een positief 'ja' zou worden gegeven, dan is er denk ik iets mis met onze kerken. Een paar aandachtspunten hierbij. Wanneer ik denk aan de nieuwe muziekinstrumenten, die jongeren graag in de kerk willen gebruiken, dan vraag ik hen toch eens na te willen denken over muziek in het algemeen.
We kennen het gregoriaans, de aloude kerkmuziek met koor en orgel, er bestaat klassieke muziek, er zijn moderne klassieken, jazzmuziek, popmuziek, soulmuziek, enz. Bij Oosterse, Zuid-Amerikaanse of Zuid-Afrikaanse landen horen weer andere soorten muziek, die bij de cultuur en bij de mensen passen. Zoekt elk mens niet naar die muziek die hij graag hoort? Daarvoor zijn voldoende gelegenheden (o.a. concerten). Voor elk wat wils! Een gereformeerde kerk in Nederland heeft vanuit de traditie een eigen muziekstijl.
Kritisch kijken
Jongeren zouden ouderen eens moeten vertellen waarom er in de kerk geen traditie mag zijn. Evident is dat er geen traditie om de traditie moet zijn. Er zijn echter zeer zinvolle tradities, ook in de kerk. Beseffen jongeren wel genoeg dat zij in een tijd van 'het individu' zijn opgegroeid? Wensen moeten snel vervuld worden. Dat hoort bij hen. Zij menen daar vaak recht op te hebben. Oké, denk ik dan, maar dan kwaliteit leveren! Dat wordt immers ook van organisten en koren verwacht. Er zal voor ogen gehouden moeten worden, dat muzikale uitingen tot eer van God dienen te zijn.
Het gaat niet om jóuw eer. Je treedt niet op in de kerk, om de dienst 'op te leuken', maar je bent ondersteunend en dienend bezig. Een band in de kerk zou m.i. een plek achter in de kerk moeten hebben. Bescheiden en minder applaus uitlokkend. Dominees en organisten krijgen ook geen applaus.
Ze weten zich gezonden. Dienend, tot opbouw van Christus' gemeente.
Ook naar de liederen uit de opwekkingsbundel zouden jongeren eens kritisch moeten willen kijken. Zijn de woorden altijd wel zo bijbels? Sommigen zijn prachtig, maar veelal staat (het doen en laten van) de mens centraal: 'Ik hou zoveel van U', 'Jezus, kom in mijn hart' enz. Wat dat betreft zijn er genoeg nieuwe liederen ter beschikking gekomen, die meer bij de kerkstijl passen. Jongeren zouden daarin hun verantwoordelijkheid moeten kennen en nemen door zich daarin te verdiepen. Dienstbaarheid kost energie en tijd!In een liturgiecommissie zouden jongeren en ouderen moeten zitten, die over dit soort zaken met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Om elkaar te begrijpen, te helpen en te ondersteunen bij de voorbereiding op de eredienst. Het gevaar voor verveling kan ook schuilen in de keuze van liederen.
Onderwijs
Ik ben me er van bewust dat muziek en muziekinstrumenten in de kerk geen principiële zaken kunnen zijn.
Dat ligt anders met de onderwijzing en de plaats van de jongere in de kerk. Daarvoor geeft de bijbel ons genoeg ter overdenking. In het OT worden jongeren al vroeg betrokken bij o.a. de priesterdienst. Denk maar aan bijvoorbeeld Samuël. Ik denk aan de profetieën van Joël en Zacharia, die iets van de nieuwtestamentische toekomst mochten zien: 'Ik zal mijn Geest uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongelingen zullen gezichten zien' (Joël 2:28 en 29), 'Jonge mannen en meisjes bloeien op, gesterkt door most en koren' (NGB Zach.9:17).
We kunnen in dit verband ook denken aan de plaats van de jongeren, de misdienaren, in de Rooms Katholieke Kerk.
Denk ook aan de betrokkenheid van jongeren in de joodse traditie. Het al jong leren voorlezen uit de Torah en het vóórzingen in de sjoel. Wanneer een jongen dertien jaar en één dag is geworden, wordt hij Bar-Mitsvah, 'zoon van het gebod'. Hij is dan zelf verplicht om de joodse wetten op te volgen. De vaders en moeders hebben daarbij Psalm 78 ter harte genomen: 'Hij stelde een wet in Israël, die Hij onze vaderen gebood hun kinderen te leren, opdat het volgende geslacht die zou kennen…om ze te vertellen aan hun kinderen'.
Niet goedpraten
Gereformeerde kerken zijn m.i. hierin in het verleden tekortgeschoten.
Jongeren hadden geen plaats in de eredienst. Ouderen moeten niet goed praten wat misschien een miskenning van de veelal onzichtbare plaats van de jongeren in de kerk is geweest. We zullen niet moeten verdoezelen waarin wij naar jongeren gefaald hebben.
Laat de oudere generatie dat ook openlijk erkennen en zich erover verootmoedigen.
Bij ouderen kan er een gevaar bestaan om klagerig en verongelijkt te doen. Daar helpen we onszelf en de jongeren niet mee. We willen immers met elkáár kerk van Jezus Christus zijn.
Het is echter onzin om te zeggen, dat jongeren de wet in deze tijd niet meer kunnen begrijpen. Ouders, herders en leraars, catecheten hebben immers de taak van God gekregen om hen die uit te leggen. Onze jongeren zijn toch niet 'dommer' dan vroeger?
Bovendien: is de herhaling niet altijd een geweldig middel geweest om te leren en het geleerde op te slaan? Het 'begrijpen' doe je van veel dingen vaak later. Dat geldt toch immers voor bijna alles wat je in je jeugd leert.
Taalaanpassing is uiteraard mogelijk.
Onderwijzen, onderwijs van de bijbel, blijft een plicht. Denk aan de doopbelofte en de belofte die daarbij in veel gemeenten door alle kerkleden aan doopouders gegeven wordt.
Jongeren hebben, naar mijn oordeel, rechten in de kerk. Ook een eigen verantwoordelijkheid.
Hun deelname aan de eredienst zal zeker meer invulling moeten krijgen. Al doende leert men: dat geldt ook in de kerk! De waarde van de traditie zal wellicht bij jongeren groeien, omdat ook zij zullen bemerken niet te kunnen ontkomen aan herhaling.
Niet bijbels
Nergens lees ik in de bijbel over 'generatiekerken'.
In het Oude Testament niet (in het huis van Abraham werden allen besneden en deelden daarmee in de belofte) en in het Nieuwe Testament niet! Jezus trekt de kinderen naar voren: tussen de ouderen in. In de eerste christengemeente was alles gemeenschappelijk, ieder deelde in de kring der gelovigen. Paulus preekte voor zalen met oud en jong, waarbij een jongen (Eutychus) zelfs in slaap viel en vervolgens uit het raam stortte.
Het grootste bewijs voor de gemeenschappelijkheid ligt echter in 1 Kor. 12:12-27, waar Paulus spreekt over de gemeente: 'allen leden van één lichaam'.
'Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt'. Alle leden hebben elkaar nodig om dat ene lichaam van Christus te vertonen.'
Samen
Het lichaam van Christus vertonen: dat beleef je in de samenkomsten van de gemeente en in tweede instantie op gemeenteavonden en bijbelstudieclubs, waar jong en oud zich samen buigen over het Woord van God om van elkaar te leren en elkaar te toetsen op de goede invulling van de eensgezindheid van dat lichaam van Christus.
Een goede communicatie tussen jong en oud, kerkenraad en gemeente is essentieel om elkaar te begrijpen, te waarderen en elkaar aan te vullen.
Laat jong en oud openlijk met elkaar bespreken waar mensen in geestelijke moeite komen met traditie of met vernieuwingen. Spreken van hart tot hart!
Jongeren-activiteiten: prima.
Ouderen-activiteiten: prima. Maar geen gedeelde kerk. Jongeren en ouderen zullen zich steeds weer moeten beproeven: Hoe vertonen wij in deze wereld het lichaam van Christus?
Daarvoor wijst Paulus ons in Filippenzen 2 een weg: 'Indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is, maakt dan mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven.' Laat die gezindheid bij ons allemaal zijn!