In dat huis daar woont een vrouw

2004-02-06
  • Jaargang 48
  • nummer 3
Op de gang hoor ik het al: ze is haar vingers weer aan het tellen. Als ik de huiskamer van de pg-afdeling van het verpleeghuis binnenkom ziet ze me dadelijk en lacht blij: 'dag... hoe gaat het ermee?' Herkent ze me nou?
vraag ik me tegen beter weten in af.
Nee dus. Ik geef haar een kus, terwijl ik haar vertel dat ik de dochter van haar oudste broer ben. Anders vind ze het maar raar dat een vreemde haar zomaar kust. Ik kijk de tafel rond: daar zit mevrouw Willems met haar babypop, mevrouw Vis met de knoopjes open/dicht/open dicht. Mevrouw Buiten die telkens een kam door haar haren haalt, mevrouw Laan, mompel mompel mompel, mevrouw Schaapman die alsmaar naar de wc wil en mijn tante die al weken lang haar vingers telt. Tijdens de dienst met kerst heb ik daar een benauwd uurtje mee beleefd, want ze telde zo luid dat de pastor in de war raakte. 'Stil tante, de dominee is aan het preken...ssst, we gaan nu bidden.' Het hielp een paar seconden, toen moest ze weer verder tellen. Gelukkig zongen we veel bekende kerstliederen. En zingen kan ze! Toen ik naar school ging had zij me al een paar psalmen leren zingen.

De zuster heeft een cd met bekende klassiekers in de cd speler gedaan. De dames zijn rustig vanmiddag.
'Eén, twee, drie,vier,vijf. Twee keer vijf is tien. Tien vingers. Ik heb tien vingers en twee handen. Nou...neem jij ze maar mee. Ik kan er toch niks meer mee doen.' 'Nee hoor, ik heb zelf twee handen, kijk maar. U moet die van u zelf houden, anders kunt u niets meer vastpakken.' 'O ja, dat is waar. Dan doe ik ze in een doosje. Misschien kan Stien ze nog gebruiken. Eén twee, drie, vier, vijf. Ik heb er tien.' 'Ach zuster kom nou toch ik moet zo nodig,' zegt mijn tantes buurvrouw voor de vierde keer.
'Kijk' zegt mijn tante tegen haar: 'ik heb twee handen.' 'Heb ik ook altijd gehad,' zegt de wc mevrouw.
'Ik wil ze niet meer hebben. Kan ik ze aan jou geven? Eén, twee,drie...' Uit de cd speler komen de eerste maten van het slotkoor van de Mattheüs-passion.
Mijn tante onderbreekt het tellen een ogenblik, alsof ze zich plotseling iets herinnert en ik fluister: 'Weet u het nog? Dat is het slotkoor van de Mattheüs, daar hebt u zelf vroeger in meegezongen.
Probeer het nog eens?' Enwarempel, ze zingt: Wir setzen uns mit Tränen nieder...maar dan moet ze weer verder tellen.
'Twee handen. Ik doe ze weg. In een theedoek. Neem ze maar mee, dan kan jij ze gebruiken.' Er komt een zuster binnen.
'Is ze weer aan het tellen? We geven haar nu maar wat te breien, dat helpt.' Ik zie inderdaad een wonderbaarlijk breiwerkje op tafel liggen. En ik herinner me stapels truien, sjaals, wanten, die met deze overbodige handen zijn gebreid. Ik zie haar met deze handen de was doen, de kolenkachel leeghalen, aardappels schillen, bedden opmaken in de tijd dat mijn moeder langdurig ziek was. Als kind zat ik vaak naast haar in de kerk, mijn hoofd tegen haar schouder, een oog op haar horloge. Ik krijg een pepermunt van haar en 's avonds zit ze op de rand van mijn bed. Nog even kletsen. Lief mens.
'Tien vingers. Vijf aan elke hand. Nou, ik weet niet wat ik er mee moet. Ik heb ze echt niet meer nodig.' 'Maar tante, dan kunt u ze ook niet meer vouwen...' Ze kijkt me aan en lacht. Ze kan zo ontwapenend lachen.
'Daar heb je gelijk in. Nou, dan hou ik ze maar.'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief