Tussen orde en controle

2004-02-06
  • Jaargang 48
  • nummer 3
Onder dat opschrift vraagt de christelijke gereformeerde evangelisatieconsulent dr Stefan Paas zich in De Wekker (2 en 9 januari) af hoe dat eigenlijk zit met de orde in de kerk. Hij begint met een voorbeeld uit de praktijk:

Een jeugdvereniging komt bij de kerkenraad en vraagt: ‘Mag de jeugdvereniging eens een paar liederen zingen in de kerkdienst?’ De kerkenraad antwoordt dat het niet mag. Het zou misschien bezwaren oproepen.
Mensen zouden zich eraan kunnen storen en dat zou de rust wegnemen.
‘God is een God van orde’, zegt een oudere broeder tegen de jongeren.
‘Laten we dat niet vergeten’. Wat wil hij zeggen? Past zijn opmerking wel bij het verzoek van de jongeren?

Vervolgens legt Paas uit waarom orde een goede zaak is; onder andere 1 Kor. 14:33 komt in beeld: 'God is geen God van wanorde, maar van vrede'.
Zonder orde wordt het leven een stuk ingewikkelder, zo laat hij met tal van voorbeelden zien. Maar dan vervolgt Paas:

Tot zover hebben veel lezers misschien instemmend geknikt. Inderdaad, er moet orde zijn in de dienst. En dat betekent dus... Ja, wat betekent dat nu eigenlijk in de praktijk? We hebben gezien wat het voor de Korinthiërs betekende, maar wat heeft het ons nu te zeggen dat God wil dat de dingen ‘betamelijk en in goede orde geschieden’ (1 Kor. 14:40)? De eredienst in Korinthe was, ook met deze afspraken, nog levendig genoeg! Het was zeker Paulus’ bedoeling niet om alle spontaniteit te doden of alles kapot te organiseren. Zou Paulus onze erediensten misschien niet juist te ordelijk vinden? Zou hij tegenover ons misschien juist iets anders benadrukken?
Denk erom: God is een God van vrede, maar Hij is ook de heilige God, die Zijn komst niet laat organiseren.
De Geest gaat waarheen Hij wil en niet alleen tussen 9.30u en 11.00u op zondagmorgen, op de door ons verwachte wijze...
God is een God van orde, maar schept Hij soms niet ook verwarring? Doet Hij dat niet juist wanneer mensen denken alles onder controle te hebben (Gen. 11:7)? Blaast Hij niet ook in onze plannen en organisatie? Kwam Hij op de Pinksterdag niet met veel geruis en tekenen van wind en vuur?
Orde heeft zijn grens. Soms lijken mensen orde te verwarren met controle, beheersing en absolute voorspelbaarheid.
Zodra het vaste ritme ook maar enigszins wordt onderbroken door spontaniteit en onvoorspelbaarheid, waarschuwen ze: de dingen moeten ordelijk geschieden! Meestal bedoelen ze dan: ‘Ik moet precies weten wat er over vijf minuten gaat gebeuren en het mag niet later afgelopen zijn dan anders. Ook wil ik geen emotionele toestanden, want ik zou niet weten wat ik daarmee aan moet’. () De Nederlandse hang naar orde leidt gemakkelijk tot beheersing en controle.
Dit kan in de eredienst op twee manieren uitwerken. In de eerste plaats kunnen we proberen Gods aanwezigheid te sturen en te manipuleren door ons gezamenlijk op te werken tot een emotioneel hoogtepunt.
Er zijn kerkdiensten waar het zo toegaat.
Gods aanwezigheid lijkt daar een soort energiebron, een stopcontact, waar men de stekker van aanbidding insteekt. Zo hebben we de illusie van beheersing en controle: wij beschikken over Gods aanwezigheid en kracht, wanneer het ons schikt.
Echter, dit soort diensten zijn niet het grootste gevaar dat onze kerken bedreigen. We kunnen gemakkelijk kritiek hebben op zulke samenkomsten, maar wij zullen meer moeten oppassen voor een andere manier van beheersing en controle. Wij lopen meer gevaar dat wij de eredienst terugbrengen tot een rigide schema van af te werken onderdelen. De eredienst verwordt dan al snel tot een
serie huishoudelijke mededelingen met wat liederen, als omlijsting van een preek.

Waarom zijn wij vaak zo bang voor emotionaliteit en spontaniteit in de eredienst? Is die angst niet gebaseerd op onbekeerde culturele patronen?
Zijn wij hier niet meer Nederlander dan christen? Zijn wij ook in onze erediensten inderdaad volkomen afhankelijk van Gods genade of toch meer van onze ordelijke organisatie?
Worden wij niet teveel gestuurd door controle: de verborgen angst dat er echt iets gebeurt? () God is de Heilige en hoog Verhevene.
Hij is niet op afroep beschikbaar of te manipuleren. Maar Hij is ook Degene die neerdaalt bij de nederige van hart. Hij zond Zijn Zoon midden tussen ons. Onze erediensten zullen beide aspecten van Gods wezen recht moeten doen: Zijn heiligheid, maar ook Zijn intieme nabijheid. De eerste soort diensten hierboven benadrukken teveel Gods nabijheid en intimiteit.
Dat resulteert in diensten die een buitenstaander het gevoel geven dat men hier ‘God in de zak heeft’.
Maar de tweede soort diensten legt te eenzijdig nadruk op Gods heiligheid en afstandelijkheid. Men beschouwt en bespreekt, maar nadert niet. Men heeft de onrustig makende, troostende, vreugde scheppende en ontdekkende aanwezigheid van Gods Geest geleid in de nauwe bedding van een in beton gegoten liturgie. Wij hebben echter beide accenten nodig in onze erediensten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief