Anderen helpen vooraan te staan

2004-02-20
  • Jaargang 48
  • nummer 4
Voor de diaken die voor het eigene van zijn of haar taak naar Utrecht was gekomen, was het even geduld oefenen. Maar ds. Paul Kurpershoek uit Groningen kwam aan het eind van de Diaconale Conferentie van zaterdag 7 februari bij het hart van het diaconale werk. Hij wees op de opofferende liefde van Christus als de waarde die pas echt waardenvast is.
Daarmee kregen de aanwezige diakenen een heel concrete opdracht mee voor hun taak in deze tijd van normvervaging.

'Waarden en normen van gereformeerden.' Dat was het thema van de Diaconale Conferentie die gewoonlijk in het najaar plaatsvindt, maar dit jaar vanwege organisatorische problemen in februari gehouden werd. Het is 'de conferentie van de grijze haren', zo bekende dagvoorzitter Frans van Egmond uit Alkmaar. Ondanks de matige opkomst bleken de aanwezigen de conferentie positief te waarderen.
Op verschillende momenten van de dag kwam naar voren hoeveel er veranderd is onder gereformeerden.
Waarden en normen zijn de stabiele uitstraling kwijtgeraakt die ze in bepaalde perioden gehad hebben. De invulling van de zondag werd genoemd, het onderwerp samenwonen en de aftocht van de kerkelijke tucht.
Vooral in de groepsgesprekken kwamen die veranderingen ter sprake en werd de bijbehorende verwarring ook onder woorden gebracht. Het bleek niet gemakkelijk te zijn een richting te vinden waarmee je als kerken en als diaken verder kunt gaan. Aan de andere kant ontstond er ook weer een uitwisseling van creatieve suggesties in de praktische sfeer (een paar voorbeelden: wijkavonden in plaats van matig bezochte gemeentevergaderingen en stages voor jongeren die belijdenis hebben gedaan).

Niet verkondigen
De meeste stelligheid was er te beluisteren in de toespraak en presentatie van de evangelist Peter Scheele in het ochtendgedeelte. Hij sprak over de enorme waarde van afgestemd communiceren.
Hij presenteerde een nieuwe vorm van geloofsoverdracht. Bij deze nieuwe vorm moet je volgens Scheele stoppen met verkondigen.
Met deze forse stelling bekritiseerde hij het eenzijdige in de communicatie tussen de kerk en de wereld: wij vertellen wat je moet geloven. Het is volgens hem de manier die past bij het model van de isolatie waarbij de kerk een soort Amish-cultuur wordt.
Het belangrijkste punt dat Scheele wilde maken is dat er uit deze manier van communicatie geen werkelijke betrokkenheid blijkt. Dat illustreerde hij aan de hand van een aantal videofragmenten waarin Catherine Keyl door een groep ondervraagd wordt.
De communicatie loopt telkens spaak omdat de vragen die deze groep stelt eigenlijk verkapte stellingen zijn en niet beginnen bij de leefwereld van Catherine.
De lezing van Peter Scheele werd hiermee – in wisselwerking met de kerkzaal – een training in communicatie en geloofsoverdracht. Je moet niet meer verkondigen! Dat is: de boodschap van Jezus vertalen naar Johnny X. Nee, je moet Johnny X zelf laten ontdekken wie God is! Daar kun je als christen een rol in spelen.
Een goede manier daarvoor is het stellen van vragen. Scheele sprak over de onderschatte kracht van het vragen stellen. Op deze manier kun je iemand zelf laten ontdekken wie Christus is. Je werkt dan vanuit een betrokkenheid op de persoon die je voor je hebt. Dat is ook verstandig, want – zo stelde Scheele – hoe verder mensen afstaan van het geloof, hoe belangrijker voor hen de boodschapper wordt ten opzichte van zijn boodschap.
En dat mensen veraf van het evangelie staan, dat was in deze lezing voortdurend het uitgangspunt.
Maar ook het perspectiefbiedende gegeven dat veel mensen op zoek zijn, op zoek naar antwoorden.

Waardevast
Ds. Paul Kurpershoek sloot in zijn lezing allereerst aan bij de presentatie van Peter Scheele. Hij zag kerk en wereld niet als twee tegengestelde werelden, en wees erop dat de kerk geen reservaat is. Kerkelijke jongeren leven in twee werelden en doen zowel in de kerk als in de wereld mee. Dat was de eerste bijstelling die hij maakte. De tweede was dat er naast woord-communicatie (waar Peter Scheele zich op richtte in zijn stelling over de verkondiging) ook daad-communicatie is. En daarmee kwam het specifiek diaconale van de conferentie in beeld.
Want dat is het terrein waarop diakenen actief kunnen zijn.
Waarden en normen. Een wezenlijk onderdeel van de middagtoespraak was het onderscheid tussen die twee.
Hoe waardevast zijn de normen, zo vroeg Kurpershoek zich af. Het is als met de euro: je rekent onwillekeurig nog steeds terug naar de gulden die een soort vaste waarde vertegenwoordigt.
Zo veranderen de normen, maar blijven de waarden die vaststaan.
Waarden als liefde, trouw en rechtvaardigheid, dat zijn de vaste waarden die door God zijn vastgesteld.
Normen kunnen volgens de spreker veranderen: de vormen van de huwelijkssluiting ('het boterbriefje'), maar de waarden van liefde en trouw zijn waardevast. Met deze woorden ging hij in op de groepsdiscussies in het ochtendgedeelte waarin het ging over de onzekerheid in veel kerkenraden over samenwonen en huwelijk.
Paul Kurpershoek nam Psalm 36 erbij, waar twee verschillende levenstijlen naar voren komen. Het ene leven is het waardeloze leven, het leven los van God, waarin je God geloosd hebt.
In dat leven geldt het recht van de sterkste: je moet vooraan staan, desnoods ten koste van anderen. Het andere leven is het waardevolle leven.
Daar geldt het recht van de zwakste.
Kurpershoek: 'Dat is waar wij als christenen in deze samenleving kunnen scoren. Leven vanuit de opofferende liefde van Christus als een vaste waarde. Je gaat de ander helpen om vooraan te staan.' De dienende liefde van Christus: daarmee was aan het eind van de conferentiedag de vaste waarde onder woorden gebracht, maar ook het hart van het diaconale werk.

Eis van perfectie
In het middaggedeelte werd - zoals gebruikelijk - het werk van de STAGG (Stichting Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg) toegelicht en onder de aandacht gebracht. Anneke Kaldeway-Jansen sloot aan bij het thema van de conferentie en sprak van een nieuwe norm: de norm van de perfectie.
Hulpverleners krijgen daar in toenemende mate mee te maken: de eis van een perfect leven waarin genieten centraal staat. De keuzevrijheid is enorm in onze maakbare samenleving, maar dat betekent dat veel mensen perfectie tot een nieuwe norm verheffen. Er is een soort onvermogen om met problemen om te gaan en een gebrek aan incasseringsvermogen.
Anneke Kaldeway-Jansen noemde aan het eind van haar verhaal het voordeel van het werken bij een ongesubsidieerde instelling zoals de STAGG.
De vele veranderingen die de overheid doorvoert gaan dan wat aan je voorbij, zodat er meer ruimte en rust is voor het wezenlijke: mensen helpen in hun eigen verantwoordelijkheid.

Reacties van deelnemers
Die betrokkenheid bij de ander en een goede communicatie, dat neem ik van deze dag mee. Je moet het in deze tijd - die een andere tijd is dan vroeger - wel op een andere manier gaan doen. Aan de andere kant moet je ook als diaken net zoals de ouderlingen wel eens dingen zeggen en een grens trekken.

Diaken A.J. Vonk-Verleur uit Zoetermeer.
Wat ik heb aan deze dag? Ik denk vooral de uitwisseling. Je ziet dat er vaak dezelfde problemen spelen, maar dat elke diaconie ook weer haar eigen manier van werken heeft en op haar eigen manier met de dingen omgaat. Maar het is nuttig om van anderen te horen hoe zij bezig zijn.
Diaken F. van der Molen uit Amersfoort-Zuid.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief