De werkers van het laatste uur
2004-02-20
Kerkenraden en evangelisatiecommissies kunnen dit boek slechts tot hun schade ongelezen voorbij laten gaan.- Jaargang 48
- nummer 4
Het wijst op een constructieve wijze op de missionaire taak van de gemeenten en biedt tegelijk goede handvatten om nieuwe gelovigen op te vangen. Onderstaand artikel is een door mij ingekorte bewerking van de introductie die Paas zelf bij de presentatie van het boek uitsprak. Zo maakt u direct kennis met de auteur.
Voorrecht
‘Mensen helpen en begeleiden die op weg zijn naar Christus en zijn gemeente.
Dat is niet alleen een kerntaak van de kerk, het is ook nog eens een van de meest bevoorrechte taken die je kunt bedenken. Juist de missionaire ervaring kan onze theologie en spiritualiteit injecteren met nieuwe geestkracht.
In de woorden van Augustinus: De gevoelens van een deelnemend hart hebben namelijk zoveel kracht dat, wanneer onze leerlingen geroerd worden door ons spreken en wij door hun leren, wij in elkander komen wonen, zodat zij als het ware in ons gaan spreken wat zij horen en wij om zo te zeggen in hen gaan leren wat wij onderwijzen. (…) En dat gebeurt des te meer naarmate zij meer onze vrienden zijn, want hoe meer wij door de band van liefde in hen verblijven, des te meer worden die oud geworden dingen ook voor ons weer nieuw. (…)
Stelling
De dragende stelling in het boek luidt als volgt: de kerk heeft evangelisatie nodig en evangelisatie heeft de kerk nodig. Als de kerk evangelisatie nodig heeft, vraagt dit om een andere kerk.
De meeste kerken hebben evangelisatie namelijk helemaal niet nodig. Zij hebben hun evangelisatiepraktijk zo geconstrueerd dat die in splendid isolation van de dagelijkse gemeentepraktijk functioneert. Die praktijk cirkelt rondom de eigen agenda en is volmaakt zelfvoorzienend. Stelt u zichzelf maar de vraag: “Zou het voor de dagelijkse praktijk van onze gemeente ook maar iets uitmaken als wij niets aan evangelisatie deden?
Zou het verschil maken voor het geestelijk leven in de gemeente, zouden mensen meer of minder groeien in zekerheid van geloof, zouden de preken anders zijn, de gebeden minder vurig, zouden de gesprekken over andere onderwerpen gaan, zou de lofprijs inzakken, zou de catechese anders verlopen?”. Als ik die vraag stel aan individuele gemeenteleden (wanneer zij geen sociaal wenselijke antwoorden hoeven te geven), antwoorden zij meestal dat het niets zou uitmaken.
Initiatie
Wij kiezen als uitgangspunt dat evangelisatie in de eerste plaats initiatie is: inwijding van mensen in het christelijk geloof en in de christelijke gemeente als de gemeenschap van Gods regering.
Daarbij hoort het uitgaan om te zoeken, daarbij hoort de proclamatie, daarbij hoort de doop, als inlijving in Christus’ Koninkrijk, daarbij hoort het levenslange onderwijs.
Evangelisatie is daarom een proces, dat in feite nooit helemaal ‘af’ is. Het houdt niet op bij de kerkdeur. In het evangeliseren wordt de kerk zelf opnieuw be-evangeliseerd. Door het herontdekken van het evangelie van het Koninkrijk en aandacht te geven aan de fundamentele principes van inwijding, wordt de kerk zelf vernieuwd in haar fundamenten. Steeds weer blijkt dat de inwijding van nieuwe mensen de gemeente confronteert met de kern van genade. Dit brengt de gemeente tot dagelijkse bekering.
De oude wegen worden voor ons weer nieuw.
Organisatie
De band tussen evangelisatie en kerk stelt ons ook voor de organisatorische vraag naar de kerk en haar structuren.
Ook op de noodzaak van een gastvrije en missionaire structuur, die dienstbaar is aan inwijding, proberen we in dit boek in te gaan.
Bijvoorbeeld in de hoofdstukken over missionaire leertrajecten en gastvrije erediensten. Zo ook in de bijlagen met allerlei liturgische formulieren voor een missionaire tijd.
Theologie
Theologie en de missionaire praktijk hebben elkaar nodig als zwemles en water. Wie zonder zwemles in het water springt, mag blij zijn als hij het overleeft. Maar wie zwemles neemt en niet nat wil worden of de eigenschappen van water niet kent, zal vervreemdend overkomen op degenen die door het water ploeteren. De kerk wacht op theologen die bereid zijn om de missionaire praktijk uit eigen ervaring te leren kennen. Hun theologie en prediking zal ervan opknappen, als zending tenminste nog steeds de moeder is van alle theologie. En de gemeente zal hen dankbaar zijn, omdat zij nu van iemand kunnen leren die weet waarover hij spreekt en die hun lot deelt.
De heerschappij van God
Waar het allemaal mee staat of valt, is een diep besef van Christus’ heerschappij in de gemeente. . . . Als God geen Heer van zijn kerk mag zijn, dan zal deze kerk niet erg effectief zijn in het inwijden van nieuwe mensen in de regering van God. Het Koninkrijk zal een tweedehands theorie zijn, mooi geformuleerd wellicht, maar niet existentieel verbonden met het leven dat we in werkelijkheid leven.
Allerlei fundamentele fouten in evangelisatie, zoals activisme, inefficiëntie, wensdenken, een gekortwiekt of getherapeutiseerd evangelie vloeien voort uit de zwakte van de kerk op dit gebied. Een zwakke, eenzijdige en weinig vruchtbare evangelisatiepraktijk wordt gebaard door een zwakke, eenzijdige en vruchteloze gemeentepraktijk.
Als. . .
Daarom, als God niet serieus wordt genomen; als zijn wil marginaal is; als Gods regering wordt verworpen als te beperkend; als Gods barmhartigheid met onverschilligheid wordt bekeken; als Gods werk in Jezus Christus wordt afgedaan als secundair; als Gods aanwezigheid door de Heilige Geest slechts wordt besproken, maar niet werkelijk gekend; als de liturgie, formeel of informeel, wordt behandeld als een doel in zichzelf en niet als een middel tot een doel – als dit alles of zelfs slechts één van deze dingen overheerst in de kerk, dan zal evangelisatie misvormd en verziekt zijn.
Daarom is een van de primaire en onvervangbare ingrediënten van evangelisatie de kwaliteit van het eren van God in de plaatselijke gemeente. Als God niet wordt aanbeden en gevierd als de Heer van de lofprijs, is het zeer onwaarschijnlijk dat Gods regering zal worden gevierd en verwelkomd op enig ander gebied.
Zonder een diep besef van de werkelijkheid van God in het gewone leven van de kerk, is elk gesprek over het inwijden van mensen in Gods regering ijdel en leeg.
De kerk en evangelisatie hebben een wederzijdse, innige, geestelijke en structurele relatie nodig. Anders sterven zij beiden af. En tegelijk: de doorwerking van Gods regering heeft een vitale, levensveranderende gemeente en evangelisatiepraktijk tot gevolg.’
Dr. Stefan Paas, De werkers van het laatste uur. De inwijding van nieuwkomers in het christelijk geloof en de christelijke gemeente.
Boekencentrum Zoetermeer, ISBN 90-2391-520-8, 312 paginas, 22,50 euro