Kinderen zijn verschillend opvoeding en temperament
2004-02-20
Kun je bij een baby al voorspellen hoe hij zich op latere leeftijd zal gedragen? Is een beweeglijk kind tijdens de zwangerschap later ook een drukke puber? Die vraag is in de allereerste Opbouw van dit jaar opgeworpen. We gaan we nog wat nader in op onderzoek naar verschillen tussen kinderen. Ook geven we kort antwoord op de vraag of je al op jonge leeftijd kunt voorspellen hoe het gedrag van een kind zich zal ontwikkelen.- Jaargang 48
- nummer 4
Verschillen tussen kinderen
Waar komen verschillen tussen kinderen vandaan? In het vorige artikel werd al genoemd dat een ver doorgevoerd pedagogisch optimisme ertoe leidde dat men dacht dat opvoeders het gedrag van kinderen in alle gewenste richtingen om konden buigen.
Als je het gewenste gedrag maar goed beloonde en het ongewenste gedrag bestrafte zouden kinderen zich vanzelf positief ontwikkelen. Het gevolg was dat ouders de schuld kregen als een kind problematisch gedrag vertoonde. In gezinnen met drukke kinderen zou het een chaos zijn en autistische kinderen hadden koele ouders. Deze theorieën zijn inmiddels achterhaald. Er bestaan namelijk in aanleg grote verschillen tussen kinderen. Daardoor uit het ene kind zich anders dan het andere.
Twee studerende broers
Een moeder van twee studerende zoons vertelde over de verschillen tussen de beide broers. De oudste is zeer consciëntieus.
Hij is drie jaar de deur uit en heeft al drie jaar verkering. ‘Je kunt de klok op hem gelijk zetten,’ zegt zijn moeder. Hij is zuinig met zijn uitgaven.
Kleding gaat lang mee en als het nog een beetje zit is het wel goed. Hij koopt zoveel mogelijk spullen in een tweedehandswinkel en kookt bij voorkeur zelf. De mobiele telefoon wordt omschreven als een koelkastmodel uit het jaar nul.
De tweede zoon is ook al drie jaar de deur uit, maar inmiddels ook met zijn derde studie bezig en hij heeft ook al zijn derde relatie. ‘Ik heb geen idee wanneer hij thuis komt, hij kan ook zomaar vijf weken wegblijven en dan opeens voor je neus staan.’ Hij heeft altijd geld tekort, want spullen moeten nieuw zijn en er picobello uit zien. Ondanks zijn chronische geldgebrek bezit hij een dure mobiele telefoon met allerlei luxe functies. ‘Hoe komen ze zo verschillend?’ verzucht de moeder, ‘ik heb ze toch allebei hetzelfde opgevoed.’ Ze voegt er aan toe: ‘De opvoeding is kennelijk niet bepalend voor hoe onze kinderen zich later zullen gedragen, dat helpt je om te
relativeren.’
Capaciteiten, motivatie en temperament
Twee kinderen fietsen naar school.
Steven rijdt snel, zigzagt van links naar rechts, stoep-op, stoep-af. Zijn fiets rammelt aan alle kanten, zijn tas valt bijna van de bagagedrager.
Berend rijdt langzaam, keurig rechts.
Zijn fiets heeft hij vorige week gepoetst, de tas zit keurig onder de snelbinder.
Waarom gedragen deze twee kinderen zich zo verschillend? Is de een handiger dan de ander? Dat hoeft zeker niet het geval te zijn. Ze kunnen allebei fietsen en er is ook geen reden om aan te nemen dat de een minder behendig is op de fiets dan de ander.
Is de een wel gemotiveerd om naar school te gaan en de ander niet? Ook dat valt uit het voorbeeld niet te halen. Het kan best zo zijn dat ze het allebei even leuk vinden om naar school te fietsen. Het verschil tussen Steven en Berend zit in de manier waaróp ze fietsen. Dat laatste is een kwestie van temperament.
Onderzoek van Thomas en Chess
Een bekend onderzoek naar de ontwikkeling van het temperament van kinderen werd in de jaren ’70 gedaan door Alexander Thomas en Stella Chess. Ze volgden een groot aantal kinderen vanaf de babytijd tot de volwassenheid.
Op die manier wilden ze (o.a.) te weten komen in hoeverre de ‘gedragsstijl’ van kinderen in de loop van hun ontwikkeling stabiel is. Is een drukke peuter later ook een drukke puber? En een kleuter die tijd nodig heeft om te wennen, is die later ook een afwachtende leerling op de HAVO?
Hoewel de studie van Thomas en Chess al enigszins gedateerd is is het nog altijd een van de meest toonaangevende onderzoeken op het gebied van de ontwikkeling van het gedrag van kinderen.
Het onderzoek toont aan wat ouders intuïtief altijd al wisten: kinderen zijn onderling zeer verschillend. Zelfs tussen het gedrag van kinderen uit één gezin bestaan grote verschillen.
Kenmerken van temperament
Een aantal aspecten die typerend zijn voor het temperament van kinderen zijn:
• de mate van activiteit, bijvoorbeeld: de ene peuter heeft het badje na een paar minuten leeg gespetterd, het andere kind zit rustig te spelen
• dagritme: het ene kind heeft altijd op dezelfde tijd honger of slaap of moet naar de WC, bij een ander kind is het iedere keer weer een ‘verrassing’
• toenadering: het ene kind gaat direct op iets nieuws af, het andere kind kijkt eerst de kat uit de boom
• aanpassingsvermogen: het ene kind is snel gewend na een verhuizing, het andere kind kan maanden lang niet wennen
• vasthoudendheid: de ene kleuter werkt net zo lang aan de puzzel tot hij af is, de ander stopt er mee als hij niet direct de goede stukjes kan vinden
• zintuiglijke gevoeligheid: het ene kind is erg gevoelig voor geluid, het andere kind reageert sterk op wat het ziet, een derde kind krijgt direct de kriebels van een wollen trui of heeft last van een lipje achter in het kledingstuk, een vierde kind lijkt nergens op te reageren.
Gemakkelijk en moeilijk temperament
Opvallend in het onderzoek van Thomas en Chess is de beschrijving van kinderen met een gemakkelijk en met een moeilijk temperament. Kinderen die een wisselend dagritme hebben, die zich moeilijk aanpassen, die erg gevoelig zijn voor indrukken worden door ouders vaak als moeilijk ervaren.
Deze kinderen kunnen vaak slecht tegen veranderingen, hebben moeite met nieuwe dingen, zijn kieskeurig met hun eten, vinden logeren verschrikkelijk.
Op het onderscheid tussen ‘gemakkelijk’ en ‘moeilijk’ valt nog wel het een en ander af te dingen. Wat we wél kunnen zeggen is dat de opvoeding van het ene kind kennelijk meer moeite kost dan van het andere kind.
Er zijn kinderen die van hun ouders erg veel energie vragen om het vol te houden.
Voorspellen?
Kinderen zijn verschillend in aanleg.
Bij het temperament, de kenmerkende ‘gedragsstijl’ van een kind, gaan we ervan uit dat aangeboren eigenschappen daarbij belangrijke zijn. De manier waarop het kind zich gedraagt heeft de maken met het feit dat hij een uniek persoon is. Het ene kind heeft in aanleg meer tijd nodig om aan nieuwe dingen te wennen dan het andere kind, het ene kind is lichamelijk actiever dan het andere kind.
Onderzoeken naar temperament bevestigen niet dat ouders bij de wieg al kunnen voorspellen hoe hun kind zich als puber zal gedragen. De bevalling is een complex gebeuren en rond de geboorte spelen nog maandenlang andere factoren een rol bij het gedrag van de baby. Hoe ouder een kind wordt, hoe beter je kunt voorspellen.
De gedragsstijl van een peuter ligt vaak al redelijk vast, op die leeftijd kun je dus al goed waarnemen hoe zijn temperament is (dat wil overigens niet zeggen dat een ‘lastige’ peuter ook een ‘lastige’ puber zal zijn).
Pasvorm
De belangrijkste uitkomst van het temperamentsonderzoek is dat de opvoeding het meest soepel verloopt als ouders er in slagen om aan te sluiten bij het unieke temperament van hun kind. Een kind dat langzaam op gang komt heeft de tijd nodig, een kind dat lichamelijk actief is moet kunnen banjeren. Een langzaam kind forceren in een hoog tempo en een actief kind dwingen om uren lang op een stoel te blijven zitten is vragen om moeilijkheden.
Als ouders kunnen aansluiten bij het temperament van hun kind hebben ze oog voor het unieke van dit kind, zoals het door God geschapen is.
| • Met de capaciteiten bedoelen: we de mogelijkheden van het kind (wàt het doet en hoe goed het iets doet) • met de motivatie wordt de vraag beantwoord waaróm een kind iets doet • en bij het temperament hebben we het over de manier waaróp een kind iets doet. |