Over eerbied en hoofdletters
2004-02-20
Over minder dan een jaar zal hij er zijn: de Nieuwe Bijbel Vertaling. Wie ooit aan een jongere gevraagd heeft een stukje te lezen uit de ‘gewone’ bijbel, de NBG-vertaling van 1951, weet hoe hard we daaraan toe zijn.- Jaargang 48
- nummer 4
De gemiddelde jongere snapt bijzonder weinig meer van de nu ruim een halve eeuw oude ‘Nieuwe Vertaling’.
Tegelijk: het roept onvermijdelijk ook vragen op, zo’n nieuwe vertaling.
Heel praktische vragen: wie straks Psalm 1 of 117 onberijmd wil zingen, zal daar een andere melodie voor moeten maken dan de onder ons inmiddels zo bekende. Maar ook meer principiële vragen: hoe vertaal je de naam van God? En meer recent: moet je geen hoofdletters gebruiken als een persoonlijk voornaamwoord naar God verwijst?
In de (Vrijgemaakt) Gereformeerde Kerkbode (Groningen - FryslânDrenthe) van 30 januari schrijft ds J.H. Kuiper daarover. Ik laat hem aan het woord:
Elk jaar vraagt het NBG aandacht voor hun werk op de zogenaamde bijbelzondag.
Je hoeft daar geen rekening mee te houden. De ene kerk doet dat wel, de andere niet. Prima. Opvallend was dat ze als tekst voor de preek de geschiedenis van Christus in de synagoge van Nazareth suggereerden. U vindt die geschiedenis beschreven in Lukas 4:14-30. Ik heb wat met die tekst: het was de voor preekcollege mij opgegeven tekst indertijd en dan heb je de luxe dat je veertien dagen lang je mag concentreren op zo’n gedeelte. De indertijd gemaakte preek ligt allang bij het oud papier, de vruchten van die veertien dagen gaan met me mee. Het is ook een heel mooie tekst voor zo’n zondag. Je bent niet bezig met een willekeurige oude tekst uit het verleden, die interessant is om over na te denken, maar met een woord van Christus waarin Hij proclameert (oud, wat moeilijk woord, maar ik moet het wel gebruiken) dat in zijn prediking de heilstijd begint, waarover Jesaja geprofeteerd heeft. We spreken over het woord van God, niet als versteende uitdrukking, maar om aan te geven dat God vandaag spreekt in de bijbel.
Rond de Nieuwe bijbelvertaling is heel wat te doen geweest. Het NBG heeft richtlijnen opgesteld voor de vertaling, hoe die eruit ziet. In een eerder stadium ging de aandacht uit naar de namen voor God: ze hebben besloten dat in de nieuwe vertaling niet meer gesproken wordt van Here, maar van Heer. Nu dringt het tot veel mensen door, dat er ook afspraken gemaakt zijn over de hoofdletters. De namen voor God krijgen die nog steeds.
Maar de persoonlijke voornaamwoorden die naar Hem verwijzen, niet meer. Met de zogenaamde eerbiedkapitalen zijn ze dus zuiniger. Onlangs kreeg ik een mailtje met het verzoek tegen deze praktijk te protesteren; dat kan nog net in januari.
Op de website van het NBG (www.bijbelgenootschap.nl) zijn de regels te vinden die ze hanteren bij de vertaling. Over de hoofdletters is een aparte nieuwsbrief gemaakt in december 2003. Ze leggen daar uit dat ze willen stoppen met het gebruiken van hoofdletters, omdat de oorspronkelijke tekst ze ook niet heeft en omdat je door te kiezen voor hoofdletters ook kiest in de uitleg van een tekst, terwijl dat soms moeilijk ligt: over wie heeft de profeet het.
Het beleid is dan dat in de vertaling duidelijk zal zijn naar wie het persoonlijke voornaamwoord (woorden als hij, zij, ik enz.) verwijst. Hun uitleg heeft me overtuigd. Ik heb het gevraagde protest niet ingediend.
Als je aandacht daar eenmaal op gevestigd is, ga je erop letten. En juist bij de preek over Lukas 4 viel me op, dat er aan het gebruik van hoofdletters nadelen verbonden zijn. Christus leest in de synagoge uit Jesaja 61. Dat heb ik erbij betrokken.
Dat hoofdstuk begint zo, in de ‘nieuwe’ vertaling van 1951: “De Geest des Heren HEREN is op mij...” Let op de kleine letter. De profeet spreekt in de eerste persoon, misschien wel allereerst van zichzelf. In Lukas 4 staat het wat anders: “De Geest des Heren is op Mij...” Daar is in de vertaling dus al duidelijk gekozen voor de uitleg dat Christus over zichzelf spreekt. Maar dat moet nog gebeuren. Op het moment dat Christus deze woorden leest, is het gewoon een tekst uit Jesaja. Dezelfde kleine letter was op zijn plaats.
Daarna gaat Hij het op zichzelf toepassen.
In het kortste preekverslag ooit: dit schriftwoord gaat vandaag in jullie oren in vervulling.
Het is dus niet zo gemakkelijk om uit te maken waar wel en waar niet die eerbiedkapitalen gebruikt moeten worden.
Het is heel gemakkelijk om het NBG van gebrek aan eerbied te verdenken, bij zulke veranderingen. Maar dat is dus niet aan de orde. Het is juist eerbied voor de tekst van Gods woord, die geleid heeft tot de beslissing om het in de nieuwe vertaling anders te doen. Het zal straks best wennen zijn.
Veel dingen waaraan je gewend was, klinken opeens anders. Maar een goede vertaling heeft de opzet ons weer dichter bij Gods stem te brengen.
Laten we blijven bidden voor zegen op dat werk.