Asielbeleid beroert kerken
2004-02-20
Op zich is er niets mis met de plannen van VVD-minister van Vreemdelingenzaken Rita Verdonk, vindt Helga Bronsveld. Zij is voorzitter van de vluchtelingencommissie van de NGK Doorn en van de stichting Noodopvang in Doorn. Verdonk wil immers snellere procedures voor asielzoekers en meer duidelijkheid. Bronsveld ook. Maar zij heeft haar twijfels over de zorgvuldigheid die wordt betracht. Bovendien zijn de criteria om als schrijnend geval in aanmerking te komen voor de pardonregeling 'bijzonder wazig'.- Jaargang 48
- nummer 4
Een bejaard Iraans christenechtpaar in Leersum. Hij is 76, zij 73. Hun vier kinderen hebben hier een verblijfsstatus gekregen. Zij heeft slokdarmkanker, is opgenomen in het ziekenhuis en zal het volgens de artsen niet lang meer maken. Maar kennelijk lang genoeg om teruggestuurd te worden naar Iran.
Omdat de situatie niet schrijnend is, aldus de Immigratieen Naturalisatie Dienst (IND).
Bronsveld vertelt dat het bizarre van deze situatie is dat als de vrouw is overleden, de man via de éénouderregeling en gezinshereniging aanspraak kan maken op terugkeer naar Nederland.
Omdat zijn kinderen hier legaal wonen.
Helga Bronsveld kent nog veel meer situaties van vluchtelingen die volgens haar en vele anderen 'behoorlijk schrijnend' zijn, maar volgens de IND niet. Zoals de Armeense vrouw met twee kinderen die lijden aan de bloedziekte hemofilie. Ze moeten terug.
Volgens de Nederlandse doktoren zullen de kinderen in Armenië voortijdig overlijden.
Hier in Nederland zouden ze met de juiste behandeling een normale levensverwachting hebben. Hetzelfde geldt voor een aantal nierpatiënten.
Onderdak
Bronsveld (40) is juriste en getrouwd met predikant Gijs Bronsveld van de NGK Doorn.
Het werk voor vluchtelingen vult momenteel een groot deel van haar leven. 'Ik vind dat als er vluchtelingen bij je op de stoep zitten, je je hand naar ze moet uitsteken. Als kerkelijke gemeente moet je proberen ze in ieder geval geestelijk onderdak te geven.' Dat dat grote gevolgen kan hebben, werd Helga vervolgens snel duidelijk.
Bronsveld: 'Op basis van vertrouwen vertellen vluchtelingen dingen die ze niet hebben verteld bij hun intakegesprek.
Terwijl die vaak traumatische ervaringen van groot belang kunnen zijn voor hun procedure.
Daardoor zijn we ook steeds meer juridische bijstand gaan geven.' Behalve geestelijke opvang en juridische bijstand, organiseert de vluchtelingencommissie van de NGK Doorn drie keer per jaar een vluchtelingendienst.
'Asielzoekers nemen actief deel aan deze diensten en stellen ze erg op prijs. Maar ook onze eigen gemeente wordt er rijker van als zij haar vensters open zet.
Er zijn bij ons een aantal Iraniërs tot geloof gekomen en het is heel indrukwekkend om te zien hoe zij hiermee omgaan.' Helga lacht even, laconiek: ' Of soms niet. Dat hoort er ook bij.' Verder participeert de vluchtelingencommissie van de NGK Doorn in een ACZ-commissie.
Deze wordt gevormd door een aantal kerken in Doorn en organiseert activiteiten rond asielzoekers, zoals een kledingwinkel, naailessen en taallessen.
Noodopvang
Bij de stichting Noodopvang waarvan Bronsveld ook voorzitter is, zitten asielzoekers die tussen wal en schip vallen.
Zo kunnen er vluchtelingen zitten die willen meewerken aan terugkeer maar nog niet terug kunnen; vluchtelingen die een herhaald asielverzoek hebben ingediend maar nog niet in een asielcentrum mogen en vluchtelingen die op grond van humanitaire redenen een vergunning hebben aangevraagd en (nog) geen recht hebben op opvang. Het gaat bij de laatste twee categorieën om mensen die legaal in Nederland verblijven. Omdat ook de gemeenten Doorn, Driebergen en Leersum er belang bij hebben dat deze mensen niet op straat staan, nemen deze de variabele kosten van de opvang voor haar rekening. De breed samenwerkende kerken in Doorn, Driebergen en Leersum betalen de vaste kosten en leveren de vrijwilligers om de opvang draaiden te houden.
Illegaliteit
Bronsveld: 'Ik besteed vooral mijn energie aan de juridische procedure van de asielzoekers.
Omdat je dan nog wat kan doen. Aan de illegaliteit werk ik niet actief mee.
Tenzij ik denk dat er een reële mogelijkheid bestaat dat er juridisch nog kansen zijn. Voor asielzoekers die illegaal worden, is er eventueel een zeer beperkte termijn van ondersteuning, maar dat willen we per se niet stimuleren. Omdat het uitzichtloos is. Tegelijk is het voor ons als buitenstaanders niet goed in te schatten hoe de situatie in het eigen land is. Het kan beter zijn om door de zure appel heen te bijten en terug te gaan of ergens anders een toekomst te zoeken. Maar moeilijk is het zeker. Ook voor ons.
Door met ze op te trekken, proef je het leed en de angst van deze mensen. Of ik ervan wakker lig? Nee, dat niet, maar het kan je emotioneel wel in beslagnemen. Ik probeer voldoende afstand te houden. Alleen dan kunnen we deze mensen goed blijven helpen. En gelukkig is er ook een aantal goede resultaten.
Dat geeft energie om door te gaan.'