Kritiek op ‘vrouwenrapport’
2004-03-05
De rol van de vrouw bindt en verdeelt onze drie kerken (GKV, CGK, NGK). In ons privé-leven zijn vrouwen geen zwijgende, gehoorzame wezens en in ons kerkelijke leven eigenlijk ook niet. De vrouw in het ambt lijkt een laatste station. En een lakmoesproef voor hoe wij omgaan met uitleg en verstaan van de bijbel. Maar we zitten nog niet op hetzelfde spoor, zo blijkt uit de reacties van de Vrijgemaakte en Christelijke Gereformeerde deputaten op het - Jaargang 48
- nummer 5
NGK-rapport ‘Vrouwelijke ouderlingen en predikanten?’
NGK-commissie houdt haar conclusies overeind
Om de herinnering op te frissen (zie ook Opbouw 17 van 2003) in het kort de kern van dat rapport. De commissie concludeerde, dat bij de uitleg (exegese) van de scheppingsorde in Genesis ‘de stemmen staakten’ tussen voor- en tegenstanders. Daarom koos zij voor het verstaan (hermeneutiek) van die teksten in het licht van de cultuur toen en nu. De belangrijke ‘zwijgteksten’ van Paulus benaderde zij ook anders; Paulus haalde daarin Genesis niet aan om die scheppingsorde nog eens goed te verankeren, maar ageerde tegen een te vrijmoedig optreden van vrouwen in de gemeente. Maar veel belangrijker vond de commissie, dat Paulus man en vrouw de relatie tussen Christus en zijn gemeente als voorbeeld voorhield.
Onvoldoende basis
De Vrijgemaakte deputaten vonden het rapport ‘onvoldoende basis’ voor openstelling van deze ambten voor vrouwen. Volgens hen komt in de eindconclusie de Schrift ‘onvoldoende aan het woord’. Ook signaleerden zij ‘een manco’ wat betreft de relatie tussen Genesis en de man-vrouwverhouding.
‘Vermoedelijk hierdoor geeft het rapport te weinig aandacht aan de vraag in hoeverre uitspraken (zoals van Paulus), die misschien contextbepaald zijn, maar liggen in het verlengde van Genesis 1 en 2, toch ook richtinggevend kunnen en moeten zijn voor onze context.’ Zij vinden het wel goed te kijken naar de context van Paulus’ uitspraken.
‘Misschien meer dan we tot nu toe in de gereformeerde traditie hebben gedaan’.
Dat de commissie uitging van de huidige ambtsvisie vonden ze jammer, ‘want dat ontneemt de mogelijkheid vanuit de Schrift uit te komen bij andere vormen van inschakeling van mannen en vrouwen dan we nu kennen in gereformeerde kerken met hun (ambtelijke) structuren’.
Zij geven overigens toe, dat ook zij geen pasklare antwoorden hebben, maar ze zouden die graag gezamenlijk zoeken. ‘Wij vragen de Landelijke Vergadering dringend rekening te houden met de twee kerkgenootschappen die dicht bij u staan. Het is niet zo moeilijk door een besluit over dit onderwerp de afstand te vergroten. Gemeenschappelijk beraad zou de samenbinding vergroten.’
Bijbel dicht
De CGK-deputaten erkennen de noodzaak van de vragen rond het verstaan van de teksten, maar vinden dat door de hermeneutische keus in het rapport ‘enkele schriftgegevens niet in hun bedoeling opengaan, maar als voor ons niet relevant terzijde worden gesteld. Juist dit punt is cruciaal. Per saldo wordt de Schrift op deze manier eerder gesloten dan geopend.’ Zij waarschuwen verder dat aanvaarding van het rapport ‘een zeer ernstige belemmering’ zal zijn voor verdergaande contacten. ‘Een rechtstreeks probleem kan ontstaan voor gemeenten van NGK en CGK die structureel samenwerken. Ambtsdragers en gemeenteleden van de NGK zullen zich bij het niet gebruiken van de vrijheid tot aanstelling van vrouwelijke ambtsdragers belemmerd voelen te participeren in de besluiten van de eigen kerkgemeenschap. Van de CGK en hun ambtdragers wordt uiteraard verwacht dat ze zich houden aan
de besluiten van de generale synode, zodat zich een pijnlijke frictie van loyaliteiten kan voordoen.’
Optimisten
In haar reactie beperkt de NGK-commissie zich tot de vragen over de ver houding tussen uitleg en verstaan van de Schrift, het ‘opzijzetten’ van bepaalde schriftgegevens en het mogelijke nut van een bezinning op de ambtsopvatting.
Zij onderkent ‘een bepaalde onduidelijkheid in de scheiding tussen uitleg en verstaan’, waardoor de GKV-deputaten terecht kunnen zeggen: ‘het leven lijkt sterker te zijn dan de leer (schriftverstaan in plaats van schriftuitleg).’ ‘De suggestie die van ons rapport uitgaat, is dat eerst een exegetisch en daarna een hermeneutisch traject werd bewandeld, maar in onze uiteindelijke standpuntbepaling heeft het héle leesproces een rol gespeeld en sluiten exegetische en hermeneutische argumenten nauw bij elkaar aan.’ Maar dat verandert de hoofdlijn van het rapport niet. ‘Het blijft ons voorstel het zwaartepunt in de bezinning niet langer te leggen bij de steeds wisselende (detail)exegeses. De bijbel zelf biedt volgens ons niet alleen ruimte aan schriftgeleerden, maar ook aan wijzen, profeten en anderen met gaven van hoofd en hart. De invloed van de context op de bijbelse voorschriften vormt één centraal aspect van onze overwegingen, de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens als beelddrager van God om het leven vorm te geven, is een ander centraal aspect. De hele bezinning op de vrouw in het ambt onderstreept, dat exegese niet altijd de gewenste duidelijkheid biedt, noch de vaste grond waarop we hopen.
Laat staan, dat zij de gewenste eensgezindheid zou verschaffen. Wij proeven bij de GKV-deputaten een optimisme over de
mogelijkheden van de exegese, dat wij niet delen.’
Schijnzekerheid
De commissie speelt de bal terug naar de GKV, door te verwijzen naar het stemrecht voor vrouwen, dat daar in 1993 werd aanvaard. ‘Eén van de klassieke bezwaren tegen stemrecht luidde, dat dit strijdig was met 1 Kor. 14: 34-36. Immers, stemmen is een vorm van spreken en dat wordt vrouwen in die tekst niet toegestaan. Rapport en synode stelden echter vast, dat in deze tekst alleen wordt uitgesproken, dat vrouwen niet mogen meedoen aan het openbare debat waarin de profetie kritisch wordt getoetst.
Hoewel deze – overigens uitermate twijfelachtige! – uitleg een afdoende antwoord geeft inzake het vrouwen-
kiesrecht, veroorzaakt ze problemen van heel andere aard. Mogen zusters in beroepings- en hoorcommissies?
Die beoordelen immers profetieën annex preken? Mogen zusters zich op gemeentevergaderingen wel uitspreken over het kerkenraadbeleid? Dan beoordelen zij immers in het openbaar broeders? Dit bevestigt alleen maar, dat een op de Generale Synode vastgestelde uitleg van 1 Kor. 14: 34-36 allang is achterhaald door de feiten, ofwel het leven zelf. En geen mens heeft daar problemen mee. En verschaft die uitleg werkelijk de vaste, “objectieve” grond op basis waarvan ingrijpende besluiten over de inrichting van het kerkelijke leven kunnen worden genomen? Of roept deze exegese een schijnzekerheid in het leven, die net zo lang duurt als de exegese standhoudt?’ ‘De bezinning op de vrouw in het ambt kan alleen geloofwaardig worden gevoerd, als zij niet wordt geïsoleerd van de manier waarop mannen en vrouwen in het huidige kerkelijke leven met elkaar omgaan’, concludeert de commissie.
Omdat zowel in de CGK (B. Loonstra) als in de GKV (J. Douma en A.L.Th. de Bruijne) ook wordt gepubliceerd over het verschil tussen de bijbel en onze dagelijkse praktijk, vertrouwt de commissie erop, dat de drie kerken samen verder kunnen komen.
Vader-Zoon, man-vrouw
Ook houdt de commissie vast aan het ‘heilgeheim’ van Paulus in Efeze 1-3: de omgang van Christus met zijn gemeente als voorbeeld voor man en vrouw. ‘Hoe de maatschappelijke context ook is, altijd zullen man en vrouw hun onderlinge verhouding moeten meten aan de hoogste maatstaf die bestaat; de liefde tussen de Vader en de Zoon en de liefde tussen de Here en zijn gemeente.’ In de scheppingsorde wordt overigens wel Gods wijsheid duidelijk. ‘De orde en het onderscheid die de HERE in de schepping heeft aangebracht, zijn heilzaam en goed. In onze samenleving, waarin een emancipatoir streven aanwijsbaar is (geweest), dat erop neerkomt dat man en vrouw in principe uitwisselbaar zouden moeten zijn, lijkt ons hiermee iets heel wezenlijks gezegd. En in het licht van Genesis 1 en 2 willen we zeggen: man en vrouw relax, wees jezelf en volg de roeping die God krachtens de jou toebedeelde gaven en mogelijkheden met je voor heeft!’ En zouden Genesis 1 en 2 ons wél een norm opleggen, dan ‘zouden wij werkelijk niet weten hoe we dat in onze (ook kerkelijke) cultuur een geloofwaardige invulling moeten geven. In een samenleving en in kerken als de onze kunnen we wel in theorie het hoofd-zijn van de man als normatief uitgangspunt nemen, maar daarvoor betalen we een hele hoge prijs, te weten het verlies van geloofwaardig bijbelgebruik.’ Ook de CGK-deputaten krijgen een bal terug op hun uitspraak dat in het rapport enkele schriftgegevens ‘niet in hun bedoeling opengaan, maar als voor ons niet relevant terzijde kunnen worden gesteld’. De commissie wil van hen graag weten, waarom dan in het CGK-rapport Vrouw en ambt het profetische en ook verdere functioneren van vrouwen in het Nieuwe Testament als niet relevant voor de bezinning op de vrouw in het ambt terzijde worden geschoven.
De Landelijke Vergadering heeft het ‘vrouwenrapport’ 3 april op agenda staan. Het is dan de bedoeling de meningen van de kerkenraden en regio’s te horen.