‘Preken’ helpt niet
2004-03-05
Je ligt in het ziekenhuis. De dokter komt binnen. Hij loopt meteen naar de rapportage en bladert er in.- Jaargang 48
- nummer 5
Daarna kijkt hij op de monitor. 'Het gaat een stuk beter met u, zie ik, zegt hij. Pas daarna kijkt hij je aan.
Zo ongeveer moet het ‘voelen’ voor buitenstaanders als mensen direct met hún boodschap jouw deur binnen komen vallen. Denk maar eens aan de Jehovah-getuigen. Aan de ene kant heb ik bewondering voor hun inzet. De andere kant is dat ik altijd bij mezelf
irritatie proef. 'Jullie luisteren niet. Je walt met je boodschap over mijn verhaal heen.'
Eenrichtingsverkeer
Op de zaterdagse markt zijn twee groepen van een pinkstergemeente actief. Ze zingen en klappen. Af en toe houdt de stoet even stil. Dan volgt een getuigenis. Weinig mensen luisteren.
Alleen de eigen groep applaudisseert.
Het is een preek voor eigen parochie. Ik ben blij dat deze broeders
en zusters (voornamelijk uit de Antillen) een kerkelijk onderdak hebben gevonden. Uit opmerkingen van omstanders merk ik dat deze vorm van geloofsoverdracht weerstand oproept. We kunnen natuurlijk zeggen dat dat de weerstand is tegen het Evangelie. Toch is tegelijkertijd de vraag: is er ook niet iets anders aan de hand? Daarmee kom ik meteen op de inhoud van het verslag van Ds. L. van Baardewijk over de Diaconale Conferentie (Opbouw 48/ 04). Evangelist Peter Scheele heeft volgens dat verslag kritiek op de eenzijdige manier van communicatie tussen de kerk en de wereld. De boodschap ‘wij vertellen wat je moet geloven’ past volgens Scheele, bij het model van isolatie waarbij de kerk een soort Amish-cultuur wordt. Als je zo het evangelie uitdraagt blijkt niet dat je werkelijk betrokken bent op de ander. De boodschap wordt gebracht en de ander kan er hooguit een ‘ja-maar’ tegen in brengen. Uit de communicatiewetenschappen is inmiddels voldoende bekend dat zo’n ‘ja-maar’-gesprek niet effectief is.
Voor alle duidelijkheid: ik wil daarmee niet zeggen dat zo’n actie als op de zaterdagse markt zinloos is. Er kunnen redenen zijn waarom mensen op deze manier vertellen wat hen beweegt. Aan de andere kant zijn er ook vragen te stellen. Sluit deze vorm nog wel aan bij de vragen die mensen tegenwoordig stellen?
Adviezen in de hulpverlening
Laat ik enkele voorbeelden noemen uit de praktijk van de hulpverlening.
Daar grossieren hulpverleners vaak in goedbedoelde adviezen.
- Op de televisie zie ik een hulpverlener die een minderjarige moeder begeleidt. De hulpverlener praat honderd-uit, ze geeft het ene advies na het andere. 'Je moet dit zus doen, dat zo doen, als je dat niet doet kom je in de problemen, dat begrijp je natuurlijk wel.' De moeder knikt netjes ‘ja’. Ondertussen gaan de adviezen bij de moeder het ene oor in en het andere oor uit.
- Een minderjarige Amerikaanse jongen moet zich voor de kinderrechter verantwoorden. De jongen zit schuchter in de beklaagdenbank.
De rechter deelt een forse verbale reprimande uit. Kennelijk denkt ze dat ze deze jongen even flink de waarheid moet zeggen en dat het dan wel goed komt. 'Je begrijpt wel dat dat helemaal mis is en dat het als je zo door gaat nog meer mis gaat en je begrijpt ook wel dat dat niet goed voor je is en dat je je moeder daar verdriet mee doet en dat je als je zo door gaat in de gevangenis terecht komt… Heb je dat begrepen?' De jongen knikt netjes ja. Ondertussen kun je al wel vermoeden dat deze ‘preek’ van de kinderrechter het ene oor in en het andere oor uit gaat.
- Een team voert een gesprek met een psycholoog. De psycholoog is verantwoordelijk voor de plaatsingen van cliënten in een bepaalde instelling. Het team vindt dat een cliënt daar niet op zijn plaats zit en overgeplaatst moet worden. De psycholoog houdt een lang verhaal met allerlei argumenten waarom deze cliënt niet mag verhuizen. Aan de lichaamshouding van de teamleden valt af te lezen dat ze niet geïnteresseerd zijn in de boodschap.
Ze trekken zich terug in hun eigen gedachten. Het advies van de psycholoog bereikt zijn doel niet, het is ineffectief.
- Een moeder roept haar puberende dochter tot de orde. Ze houdt een stevige verbale preek. De dochter zit tegenover haar moeder en hoort het verhaal aan. Althans, dat denkt haar moeder. Ondertussen denkt de dochter aan heel andere zaken en zit haar tijd uit. 'Heb je dat begrepen?' zegt de moeder. De dochter knikt ‘ja’. Straks gaat ze weer haar eigen gang.
Mag je niemand aanspreken?
Maar dit zijn toch ‘normale’ voorbeelden?
De rechter mag een puber die ontspoort toch wel de consequenties van zijn handelen voorhouden?
De psycholoog mag toch wel een advies geven? Waar verdient hij anders zijn geld mee? Een moeder mag haar dochter toch wel de regels van het huis uitleggen?
Natuurlijk mag dat. Het zou ook niet best zijn als iedereen zijn mond dicht hield. Een andere vraag is wél: is deze manier effectief? Komt de boodschap op deze manier over?
Mijn inschatting is dat de boodschap die op deze manier wordt overgebracht zelden effectief is.
Met elkaar delen
Wat gebeurt er met al die goedbedoelde adviezen? Waarom gaan ze maar al te vaak het ene oor in en het andere oor uit? Omdat eenzijdige communicatie niet goed werkt. Dit verklaart ook waarom zoveel e-mailcontacten snel uit de hand lopen: het is maar al te vaak eenrichtingsverkeer.
De kunst van goede communicatie is dat je de ander met jouw verhaal niet uitschakelt, maar inschakelt.
Iemand die (te) graag zichzelf hoort neemt de ander niet serieus, hij is niet wezenlijk op de ander betrokken.
Een hulpverlener moet vooral vragen stellen, proberen om zijn cliënten zelf een oplossing te laten bedenken. Woorden zijn al snel te veel en worden daarmee zelfs contraproductief.
Te vaak zien we als communicatie: de boodschap van de één naar de ander.
Letterlijk betekent communicatie: iets met elkaar delen. Dat betekent dus niet alleen jouw verhaal vertellen.
Sterker nog: eerst het verhaal van de ander horen. De Noorse psychotherapeut Jesper Juul noemt in dit verband de eigenwaarde: de ervaring dat je er echt mag zijn, dat de ander werkelijk in jou geïnteresseerd is. Dat is de basis voor het contact met de ander, of dat nu in een justitieel contact is, in het onderwijs, de hulpverlening, de medische zorg of (en juist) in het kerkelijk werk en de evangelisatie. Het zijn vooral de diaconale projecten waarin christenen ervaren wat de werkelijke ontmoeting met de ander kan betekenen.
Tenslotte
De ander bereiken vraagt om een tweegesprek, om het iets met elkaar delen. Hoe zit het dan met de zondagse preken? Hebben die preken ook geen zin? Persoonlijk ben ik blij en dankbaar met de goede prediking die ik iedere zondag mag horen. Een kerk zonder prediking kán naar mijn mening niet…. Wel moet de preek ingebed zijn in de dienst aan elkaar, in de ontmoeting met elkaar. De vraag naar de vorm waarin de preken gestalte kunnen krijgen is een andere. Daarover mag u best van gedachten wisselen. Deze bijdrage wordt nu beëindigd, anders ga ik teveel preken.