Ambt en pastoraat
2004-03-05
Er is is kerkbreed in Nederland iets aan het verschuiven als het gaat om ambt en pastoraat in de gemeente van Christus. Bepaalde ontwikkelingen doen zich tegelijkertijd voor in nagenoeg alle hoeken van de kerk.- Jaargang 48
- nummer 5
Uitzondering zijn de kerken op de rechtervleugel, waar de ambtsdrager als regel nog steeds alleen zijn verheven en eenzame weg gaat. Maar elders komen er steeds meer functies die, met gebruikmaking van de door God gegeven gaven, op allerlei creatieve manieren worden ingezet in de gemeente van Christus.
In De Waarheidsvriend, het blad van de Gereformeerde Bond, kwam ik een aardig artikel over dit onderwerp tegen (19 februari). Schrijver is ds. M. van Campen uit Ede.
In de gemeente Nieuwkerk werd het gewone huisbezoek tot voor kort gedaan door de ouderlingen, al of niet vergezeld door een tweede ouderling of een diaken. Na rijp beraad heeft de kerkenraad besloten om zogeheten sectieteams in te stellen. Naast de ouderling participeren daarin ook een diaken, een bezoekbroeder, enkele bezoekzusters, enkele evangelisatiemedewerk( st)ers en een jongerenbezoek( st)er.
De meeste ambtsdragers kunnen meegaan in deze nieuwe opzet, maar broeder T.G. Draads weigert pertinent.
Hij heeft er goed over nagedacht en in de kerkenraadsvergadering legt hij in alle openheid zijn argumenten op tafel. Hij is tegen deze nieuwe aanpak, omdat het pastoraat volgens hem een specifiek ambtelijke aangelegenheid is. Bovendien heeft hij het gevoel een soort manager te moeten worden, die straks bijna alleen nog maar vergadert en regelt. En ten slotte is hij bevreesd dat hij zijn eigenlijke taak, het pastoraat, dat hij met hart en ziel al die jaren door verricht heeft, kwijtraakt, doordat anderen die van hem overnemen.
Hoewel bovenstaande casus verzonnen is, verwacht ik toch dat menig ambtsdrager het probleem zal herkennen.
In veel gemeenten wordt momenteel de discussie gevoerd over de vraag of er niet meer gemeenteleden zouden moeten worden ingeschakeld bij de opbouw van de gemeente, inclusief het pastorale werk. De huiver die leeft bij broeder T.G. Draads, zal een aantal ouderlingen ook niet vreemd zijn. Zijn bezwaren zijn bepaald niet uit de lucht gegrepen.
Het risico dat we met een nieuwe organisatie van het pastoraat in een vergadercultuur verzanden, is niet denkbeeldig. De zorg dat de ouderlingen met het instellen van sectieteams niet meer aan hun eigenlijke werkhet huisbezoek - toekomen is begrijpelijk.
Toch zijn naar mijn mening dit soort valkuilen met wijs beleid heel goed te vermijden en behoeven deze risico’s een andere aanpak van het pastoraat niet in de weg te staan.
Sterker nog, zowel uit bijbels-theologische als uit praktische overwegingen pleit veel er voor om inschakeling van meer gemeenteleden tot uitgangspunt van kerkenraadsbeleid te maken. () In de afgelopen jaren zijn her en der al heel wat gemeenteleden - ouderen én jongeren - betrokken geraakt bij allerIei vormen van bezoekwerk. Dat is iets om heel dankbaar voor te zijn.
In de meeste gevallen ligt aan deze activiteiten een verticale organisatiestructuur ten grondslag. Dat wil zeggen dat we de diverse pastorale werksoorten ondergebracht hebben in verschillende, min of meer los van elkaar staande verbanden. Net als pijlers onder een brug, die allemaal dezelfde constructie dragen, maar toch geen contact met elkaar hebben.
Er is het reguliere huisbezoek vanuit de kerkenraad. Daarnaast hebben we tal van aparte commissies in het leven geroepen: voor het ouderenbezoek, voor het jongerenbezoek, voor het bezoeken van nieuw ingekomenen, voor het bezoekwerk onder rand- en buitenkerkelijken en soms ook nog een afzonderlijke commissie voor het ziekenbezoek. Nogal eens zijn al die pastorale activiteiten een eigen leven gaan leiden en niet zelden werkt men volslagen langs elkaar heen. Het gevolg is dat niemand meer van niemand weet welke adressen er in onze gemeente bezocht worden.
Sommigen krijgen regelmatig bezoek, heel vaak zelfs soms, terwijl anderen vrijwel nooit iemand van de kerk zien.
Van afstemming en wederzijdse ondersteuning is geen sprake. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.
Beter is het daarom de verticale structuur los te laten en te kiezen voor een horizontale organisatievorm. Op deze wijze worden alle pastorale werksoorten ondergebracht in één verband. In plaats van afzonderlijke commissies die ieder voor zich bezig zijn in de hele gemeente, wordt het pastorale werk in al zijn facetten nu gedaan door een aantal gemeenteleden dat zich voor een beperkt, duidelijk afgebakend deel van de gemeente, een wijk of een sectie, gezamenlijk verantwoordelijk weet.
Het woord sectieteam is al gevallen.
In verschillende gemeenten uit onze kring heeft men inmiddels positieve ervaringen met deze aanpak opgedaan.
Liever gezegd: onze God heeft er Zijn zegen over willen geven. Er zijn andere benamingen in omloop, waarbij soms ook verschillende accenten worden gelegd. Bij sectieteams moeten we denken aan een groepje van zo'n zeven à acht gemeenteleden: de sectieouderling, die de eindverantwoordelijkheid draagt, een diaken, een of meer bezoekbroeders, enkele bezoekzusters en evangelisatiemedewerkers.
In deze opzet worden door het sectieteam niet alleen pastorale bezoeken afgelegd, maar valt ook het evangelisatorische bezoekwerk en het contact met nieuw ingekomenen onder de verantwoordelijkheid van het team. () In iedere gemeente dient te worden afgewogen wat mogelijk is en wat in de eigen, specifieke situatie het meeste dient tot opbouw van het Iichaam van Christus.
M.H.T. Biewenga, Enschede