Hoogeveen
2004-03-05
(Uit: 'De wet van de liefde, geschreven door Jan van Delden, een boekje uit de serie Zicht op de Bijbel)- Jaargang 48
- nummer 5
'Gods naam kan op verschillende manieren ijdel gebruikt worden. Het kan bijvoorbeeld als we Gods naam gebruiken als een opvulling. Het valt mij soms op als ik hoor bidden, dat degene die bidt tijd nodig heeft om te bedenken wat of hoe hij iets zeggen zal. Er valt dan een pauze, die we als we gewoon praten vaak opvullen met het tussenvoegsel 'eh'. Maar bij het bidden zeggen sommige mensen dan 'Heer'. Je krijgt dan een overmaat van het gebruik van de naam van God waardoor het gebruik 'ijdel', hol, zinloos wordt.
Als je op een dergelijke manier met een ander zou praten, zou dat onmiddellijk opvallen. Stel je voor: 'Jan, wil jij Jan, de tafel dekken, Jan. En, Jan, wil je ook het brood snijden, Jan?' Als jonge mensen voor het eerst in het openbaar bidden, kunnen ze zenuwachtig zijn en daardoor komen tot dit overbodig gebruik van Gods naam. Dat is begrijpelijk.
Maar het kan ook zo zijn dat ze zonder het in de gaten te hebben een oneerbiedige stijl van bidden in hun gemeente overnemen en dat is jammer. Laten we in ons bidden zorgvuldig spreken'.