Ds. Gijsbertus Roukema - Geboren: 25 augustus 1923 – overleden: 8 maart 2004
2004-03-19
Met het heengaan van ds. Gijsbertus Roukema is een markant persoon uit ons midden weggevallen. In zijn voorkomen deed hij je denken aan 'inspector Morse', maar dan in een vriendelijker uitvoering. Verder associeerde je hem haast onmiddellijk met de plaats Ede waar hij tweeëntwintig jaar predikant was geweest en waar hij ook gedurende de vijftien jaren van zijn emeritaat heeft gewoond. Maar deze omstandigheden maken hem natuurlijk niet tot de boeiende persoonlijkheid die hij was. Dat was veeleer zijn veelzijdige begaafdheid. Dominee Roukema is zijn hele leven van heler harte predikant geweest. Hij had van alles kunnen worden en is ook eigenlijk wel van alles geweest, maar het predikantschap was hem toch op het lijf geschreven.- Jaargang 48
- nummer 6
Op dat lijf stond inderdaad in een iets kleinere letter wel meer geschreven, want hij was ook gediplomeerd automonteur en toen hij na zijn emeritaat in Ede terugkeerde vroeg iemand uit die branche hem of hij zich nu voorgoed met het automobiel ging bemoeien. En in de oorlog was hij al vroeg met grote verantwoordelijkheden voor het verzet belast, terwijl hij na de oorlog tolk geweest is in het Engelse bezettingsleger in Duitsland. En dan heb ik het nog niet eens over zijn carrière als psycholoog op het Ministerie van Sociale Zaken, waaraan hij lange jaren de helft van zijn tijd heeft besteed. Wat kon hij niet?, wil ik maar zeggen. En toch was het domineeswerk, het preken en het pastoraat, hem het liefst van alles.
Het Woord en het antwoord
Het preken en het pastoraat, dat waren er bij hem duidelijk twee. Op de preekstoel bedreef hij geen pastoraat en in het pastoraat preekte hij niet. Bij het preken stond hij aan de kant van het Woord (wat zegt de Here God tot ons?), in het pastoraat trachtte hij de mensen te helpen bij het vinden van het antwoord (hoe zullen wij reageren op wat God zegt?).
Deze onderscheiding maakte hem als predikant én als pastor geliefd.
Beide, het preken en het pastoraat, heeft hij gedaan vanuit een niet luidruchtige maar sterke hartstocht om de Here God en de gemeente te dienen en om zijn Heiland Jezus Christus groot te maken. Tegelijk moeten we zeggen - en dan raken we aan een kracht van hem die wel ook iets van zijn zwakheid verried - dat we hem steeds vanuit een opvallende cerebrale instelling met zijn werk bezig zagen. Niet kil-verstandelijk, dat bedoel ik niet, hij had genoeg warmte bij zich. Maar hij had zichzelf onder de meest verschillende omstandigheden goed in de hand en onder controle.
Keerzijde daarvan was dat hij zoals heel zijn generatie niet sterk was in het tonen van emoties. En wat dat cerebrale betreft: dom zijn was in zijn ogen heel erg. Hij kon dat woord dom zo hartgrondig uitspreken.
Het verhaal zelf doet het werk
Graag wil ik iets zeggen over de wijze waarop Gijs Roukema het meest eigenlijke van het domineeswerk deed.
Zijn prediking dus. Kenmerkend was zijn indirectheid. Hij had een voorliefde voor historische stoffen. De boeken Samuel heeft hij in hun lengte en breedte doorkruist. Wat bedoel ik met die indirectheid? Dat lijkt immers geen gunstige eigenschap.
Maar toch. Hij liet (wil ik ermee zeggen) het bijbelverhaal zelf zijn werk doen. Daarin volgde hij eigenlijk de schrijver zelf van die historische bijbelboeken na. Want die kennen we ook niet. Die laat ook weinig van zichzelf zien. Die gaat helemaal schuil achter de dingen die hij vertelt.
Daar is hij vol van en al vertellend boodschapt hij. Zo was het ook met ds. Roukema. Hij was in zijn kracht als hij zich op de preekstoel verdiepte in bijvoorbeeld de geschiedenis van koning David. Hij was dan als de leraar die met de rug naar de klas toe op het bord bezig is of dingen aanwijst op de kaart. Daar ging dan een geweldige impact vanuit, juist omdat het bijbelverhaal is zoals het is. Heilshistorische prediking, zo heette de theologische stroming waarin hij stond. En daar gaf hij op bekwame wijze een eigen invulling aan.
Christus het constante midden
Onlangs heb ik van de band af nog eens zijn bekende preek over de historie van Tamar uit II Samuël 13 beluisterd. Het ontstellende verhaal over de verkrachting van een koningsdochter, een geschiedenis die deel uitmaakt van de historie van de troonopvolging in het huis van David. De belangrijke troonopvolging, want we zitten met die successie op de lijn die van David uit naar Christus loopt, geloven wij. Christus, het constante midden in heel ds. Roukema’s bediening. En hoe ging dat dan in die preek over Tamar in zijn werk? Wel, zoals ik het ervoer, je leerde er de mensen in kennen, door de psycholoog Roukema knap neergezet, maar vooral: je leerde in die preek de Here God kennen, zoals die op die lijn bezig is naar Christus toe te werken. Dwars door de modder van het menselijke gedoe heen. Je leerde er God op zo’n wijze in kennen dat je als luisteraar in gedachte stil de kerk verliet, gepakt door die geschiedenis zelf. Zo bedoelde hij het ook. Zo maakte dominee Roukema ernst met het adagium van Johannes de Doper dat iedere prediker zich op zijn wijze eigen moet maken: ‘Hij (Christus) moet wassen (=groeien), ik minder worden’ (Joh. 3 : 30).
Bedienaar en ook dienaar van het Woord was hij. Tegenwoordig is de getuigenis-preek meer in zwang. Dat was zijn stijl niet. Toch hebben we er ons over verbaasd hoe flexibel hij was en hoe hij ook van die preekwijze het goede wist op te merken. Want hij was mild en breed.
Oecumene in de praktijk
Met een apart woord wil ik ook stilstaan bij Roukema’s bediening in de gemeente van Lelystad. Natuurlijk, de kerk van Ede was zijn eerste liefde en zou er als zodanig eerder voor in aanmerking komen afzonderlijk te worden genoemd. Maar nu toch het bijzondere van Lelystad. Ds. Roukema heeft daar als een der eersten onder ons deze gefuseerde gemeente, die uit zowel christelijke gereformeerden als Nederlands gereformeerden bestaat, bearbeid. Tot volle tevredenheid van alle betrokkenen.
Wie ds. Roukema wat beter gekend heeft, zal zich wel eens hebben afgevraagd hoe hij dat klaar speelde, want hij was geen kleurloze tussenvariant.
Hij was in zijn denken uitgesproken Nederlands gereformeerd, waarbij ik het oog heb op bijvoorbeeld zijn benadering van het Verbond.
Aan zijn welslagen in Lelystad lag dan ook een gezegend relativeringsvermogen ten grondslag. Een vermogen, zo kan ik het ook zeggen, om tussen hoofd- en bijzaken te onderscheiden en om eigen inzichten ten achter te stellen bij wat van een dienaar des Woords gevraagd mag worden.
Het heeft hem tot een oecumenische dominee gemaakt. Een teken van hoop op de weg die deze twee kerken samen afleggen!
Het onkruid in de akker
Tenslotte, ook van deze predikant moeten we verdrietig vaststellen dat de kerkelijke tucht over hem is heengegaan.
Dit om zijn ondertekening van de Open Brief. Als iemand met het vruchtbare ambtsleven van ds. Roukema voor ogen vertwijfeld zou vragen hoe toch de kerkelijke akker in die dagen aan zoveel onkruid kwam dat dit kon gebeuren, moet hij voor het antwoord verwezen worden naar het understatement van de Meester die in de betreffende gelijkenis zegt: ‘Een vijandig mens heeft dat gedaan’ (Matt. 13 : 28). Zo heeft ds. Roukema het zelf ook mogen zien. Hij bad niet: Verlos ons van die bozen, maar van de boze, die ene, die erge…