De minste
2004-03-19
Oké, ik geef het eerlijk toe.- Jaargang 48
- nummer 6
De dagopeningen van mijn collega J. zijn leuker, beter, scherper en meer Godgericht dan de mijne.
Ik ben normaal gesproken een slechte verliezer, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik mijn meester gevonden heb.
Toch was het allemaal ooit anders.
Twaalf jaar werk ik op deze school. Ik zag na fusies en nog meer fusies atheïsten, humanisten en vage ex-christenen binnenkomen en ook weer gaan.
Als ik leerlingen mocht geloven, had ik een soort van monopolie op leuke christelijke dagopeningen, sterker nog, veel collega’s hielden niet eens een dagopening.
Maar tijden veranderen.
Op onze school is al sinds mensenheugenis de zoutkorrel de leidinggevende literatuur in de ochtend. Iedere docent krijgt ongemerkt (vanwege bovenaardse sturing of vanwege de directie) eens per kwartaal het kleine boekje in zijn postvak. Per week een thema, per dag drie verhaaltjes; een erg christelijk, een kort eigentijds verhaal en een spits gedichtje met een christelijk candle-light gehalte.
Ja, onze school is ’s morgens Kristulluk.
Heeft kleur.
Sommige docenten pakken hem helemaal niet uit de tas, sommigen doen het wel en lezen als een soort van rituele formule de tekst voor welke zijzelf op dat moment ook pas zien.
(Ik verdenk sommigen ervan om consequent het 'kortste stukkie te doen'.)
Ik voelde een roeping.
Een uitdaging.
Vijf minuten (meestal pik ik tien of twintig) van de dag om Gods licht te laten zien.
Ik lees op zondag het weekthema en alle korrels van de week. Vervolgens knutsel ik een dagopening in elkaar.
Eentje die ik vijf dagen hou, elke klas die ik die week heb krijgt dezelfde. In mijn ogen zorgvuldig bereid goed gezouten geestelijk voedsel.
Het bevalt me en ik zie terug op zeldzame parels.
Zo ook de opening over gokken.
Waar ik een kraslot heb en de mensen met steeds de inleg van 10 eurocent rechten op de prijs konden inkopen bij mij.
Iedere verhoogde inzet, leidde tot een groter deel van de winst.
Het kraslot dat ik kocht voor 2 euro werd voor 4,10 euro eigendom van mijn leerlingen… (Heel even dacht ik nog: Straks winnen ze 100.000 piek in mijn les, en heb ik vragende ouders en directie in de keet.) De dagopening werkte: ‘Alleen de verkoper werd er rijk van en de kopers hadden niets.’
Maar nu.
Een gaaf christen in mijn team.
Haalde bij Peter Scheele mooi materiaal, hij denkt, zoekt, bidt.
En doet meer en meer Zijn Glorie zien in de ochtend.
Met verve, een open houding en een mooie liefdevolle uitstraling.
En ik voel me links binnendoor ingehaald door zijn klasse.
Ooit leende hij, bij gebrek aan eigen kids, zandbakmateriaal van me, en als volleerd zandkastelen bouwer, maakte hij met een ijzeren pannetje een dagopening van los zand aan elkaar…
Hij is goed.
Vandaag zie ik J. binnenkomen in de teamkamer. Hij heeft net het eerste lesuur erop zitten Zijn blosjes op zijn wangen getuigen van een leuke, goede en sfeervolle les.
Hij heeft een doek over zijn arm en een schoenpoets-setje bij zich.
Vragend kijk ik hem aan.
'Oh,' antwoordt hij nonchalant, 'ik had een dagopening.' Even is hij stil. Mijn hersenen gaan snel; kan ik een grap maken, een leuke associatie bedenken?
Wat was het?
Dan zegt hij grijnzend: 'Ik dacht, het is bijna Pasen; al mijn leerlingen de voeten wassen, lukt vast niet; ze trekken hun schoenen en sokken niet uit. Maar van hen de schoenen poetsen vooraf aan mijn les, de kring rond, werkte ook wel.'
Hij loopt nonchalant glunderend naar zijn stoel.
Ik kijk hem na.
Voorzichtig steek ik onder mijn bureau mijn schoenen naar voren, maar hij ziet het niet.