In dat huis daar woont een vrouw

2004-04-02
  • Jaargang 48
  • nummer 7
In het voorjaar voel ik geen schoonmaakkriebels, maar ik ken vrouwen die er echt last van hebben. Om die reden moeten ze verstek laten gaan op een verenigingsavond. Of dat nog zo is weet ik niet, want ik zit niet meer op een vrouwenvereniging.
Nee, ik ben niet zo'n poetser. Wat mij er wel een enkele keer toe brengt, is de opmerking van een gezinslid.
Bijvoorbeeld: ‘Weet u dat er een enorm spinrag achter de gordijnen hangt?’ Hij/zij mag dat spinrag dan zelf verwijderen, ik heb spontaan poetsdrang.
Gek genoeg is het meestal na de feestdagen. Zo in januari, februari.
De afgelopen week was het weer zover. Ik klim op de keukentrap en maak de bovenkant van de keukenkastjes schoon. Nu is dat, sinds ik daar kranten op leg, niet meer zo'n heidens karwei. Ik verwijder de krant van februari 2003, haal er een natte doek overheen en leg er januari 2004 op.
Dat kan er weer een jaartje tegen.
Peinzend vouw ik de oude, vettige krant in elkaar. Een jaar geleden. Wat hadden wij in februari 2003 toch een gepieker over één van onze kinderen.
Ook maakte ik mij zorgen over de gezondheid van mijn moeder. O ja, en of ik die enge ziekte ook had en dat het zo tegenvalt met de euro en nog een paar dingen.
Allemaal opgelost. Kind maakt het goed, moeder heeft haar aardse tent ingeruild voor het hemelse huis. Die enge ziekte bleek ik niet te hebben en over de financiën had ik me ook niet zo druk hoeven maken. Tjonge.
Ter plekke een verticaal bedankje.
Alhoewel... Ik zit nu weer te piekeren over een ander kind. En over een kleinkind. Ik voel trouwens ook weer wat en met mijn vriendin gaat het echt niet goed en...en...stop. Waar ben jij mee bezig? Op deze krant schrijf je nu: voor 2005 psalm 98:1 voor je kind en alle andere problemen.
Krant op de keukenkast. Die vind je volgend jaar terug. Kun je je weer schamen.
Een paar dagen later geef ik de badkamer een extra beurt. Nee, ik ben echt niet zo'n poetser, maar ik was toch bezig, dus dan ga je even door.
Koos wil intussen iets doen aan de druppende kraan en moet daarvoor de waterleiding afsluiten. In ons vorige huis moest dat in strenge winters.
De kraantjes zaten onder het kruipluik bij de voordeur. Maar in dit supergeïsoleerde huis weten we niet eens waar we de waterleiding moeten afsluiten.
Het kruipluik is in al die negen jaar dat we hier wonen niet één keer open geweest. Er liggen isolatie, vloerbedekking en een mat overheen. Dat zal allemaal even omhoog moeten.
‘Moet je nou eens komen kijken!’, roept Koos. Nieuwsgierig loop ik naar beneden. Mat, vloerbedekking, isolatie, luik omhoog. Onder het luik een dikke witte plaat isolatiemateriaal met daarop in grote zwarte viltstiftletters: IK DENK DAT IK WERELDS BEN.

We kijken elkaar verbaasd aan. Wie heeft dat daar ooit opgeschreven?
Wij in elk geval niet. Iemand van de bouw? De vorige bewoner? De woninginrichter?
Iemand die ons heeft geholpen met de verhuizing? Geen idee. Maar wacht eens even. Het mag dan niet mijn tekst zijn, het is wel op mij van toepassing. Want ondanks de krant op het keukenkastje heb ik al twee piekernachten gehad. Ik dènk niet slechts dat ik werelds ben, ik bèn het.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief