Optreden van het klezmertrio Vilde Katshke
2004-04-02
Hij had eigenlijk altijd al iets met verhalen, zolang hij zich kan herinneren.- Jaargang 48
- nummer 7
Hij hoorde bijbelse verhalen op een Amsterdamse kinderclub of op tv, verteld door Aart Staartjes. Jaren later werd het opnieuw aangewakkerd door een hoogleraar Nieuwe Testament, die zijn studenten theologie wees op de Chassidische verhalen met hun indringende joodse sfeer.
Ook kwam hij in zijn studententijd in aanraking met joodse klezmermuziek.
Alleen zou het nog vele jaren duren voordat de lijnen van verhaal en muziek samenkwamen. Maar wie naar de NGK Ontmoetingsdag komt, kan Gottfrid van Eck horen met zijn klezmertrio in een boeiende mengeling van muziek en vertelling.
Tijdens zijn theologiestudie in Apeldoorn werd hij gevraagd als klarinettist mee te doen in een band die joodse muziek speelde, ter ondersteuning van de Israëlische dansgroep Hinematov.
Hij stapte er in en heeft er nooit spijt van gehad. Het is eigenaardige muziek, waarvan je nooit helemaal weet of zij nu droevig of vrolijk is.
Maar misschien proef je daarin ook wel iets van de wortels, want die zijn joods, gegroeid in Oost-Europese bodem.
Van Eck: ‘Aan de ene kant heeft de klezmermuziek een grote levendigheid; zij danst, is muziek voor het joodse bruiloftsfeest, muziek die een mens als het ware omhoogvoert naar God. Maar tegelijk is de toonsoort zo, dat er altijd een droef-melancholieke klank in meekomt, ook al wordt een klezmermelodie nog zo snel en opzwepend gespeeld. Je hoeft de muziek maar één keer te horen of je herkent haar. Juist die mengeling van dat uitbundige en droeve vind ik prachtig.
Vraag me niet waarom, maar dat raakt me altijd weer. Het is vrolijke diepgang. De klarinet is ook een heel geschikt instrument om die twee werelden op te roepen, dat klagende en juichende. In de klezmermuziek is het instrument een soort verlengstuk van de menselijke stem. Je zingt met je klarinet of viool en zo kun je heel je ziel in dit soort muziek leggen.’
Verhalen vertél je
Die lach en een traan, zo kenmerkend voor de klezmermuziek, herkent Van Eck ook in de Chassidische verhalen.
‘Een verhaal heeft pas lading als je het volle leven er in terughoort. Dus ook de gebrokenheid, de leegte en niet te vergeten het verlangen naar een nieuwe wereld en de hunkering naar Gods tegenwoordigheid. En van daaruit dus ook weer een bijna extatische vreugde. In veel verhalen klinkt dat verlangen naar het hemelse door.
Terwijl er tegelijk een diep besef is van betrokkenheid op het aardse leven hier en nu.’ Hij is gaandeweg steeds meer geboeid geraakt door de wereld van de Chassidiem.
Het is enerzijds een ‘vreemde’, verre wereld van zwarte kleding, pijpenkrullen en Thora-studie, maar tegelijk ook die van het joodse leven met zijn verhalen vol wijsheid, humor en melancholie. Van Eck stuitte onder meer op Duitstalige, oude bundels met zulke joodse verhalen, opgetekend uit de volksmond. Dat leverde een drietal verzamelbundels op met Chassidische vertellingen, die eeuwenlang van generatie op generatie waren doorverteld. Dat laatste zette hem op een nieuw spoor: ‘Het uitgeven van de boeken met Chassidische vertellingen was natuurlijk al prachtig. Maar nóg mooier leek het me die verhalen zelf door te vertellen. Zoals ze ook eeuwenlang hun plek hadden in het joodse leven. In het jodendom had je naast de rabbi de “maggied”, de verteller.
Dat was een erkend beroep.
Een soort rondreizend marskramer in verhalen.’ Van Eck volgde cursussen en masterclasses en schoolde zich zo in de theatrale vertelkunst.
In 1998 kwamen de twee sporen van muziek en vertelling bijeen in een nieuw trio ‘Vilde Katshke’ (Jiddisch voor: wilde eend), dat op de Ontmoetingsdag te horen is. Daarnaast speelt Van Eck in Mazzeltov, een bekende klezmergroep die al tien jaar bestaat. Maar daar ligt de nadruk op de Jiddische muziek, vocaal en instrumentaal.
Geloven met het hart
‘Ik heb het gevoel, dat dit helemaal bij me past, het vertellen en musiceren, de wereld van klezmermuziek en Chassidische verhalen.’ Dat roept de vraag op naar de studie theologie en de voor de hand liggende mogelijkheid van een predikantschap. ‘Ik heb de roeping richting het predikantswerk nooit zo gevoeld. Als lid van de Nederlands Gereformeerde kerk in Utrecht merkte ik dat ik veel meer had met het vertellen van het kinderverhaal dan met preken.’ Terugkijkend heeft Van Eck de theologiestudie ook ervaren als iets waarbij je vooral moest geloven met je hoofd.
‘Tijdens de studie, maar zeker ook daarna kwam er de twijfel: waar zit nu mijn hart? Ik las toen de boeken van Henri Nouwen, zong de liederen van Taizé en dat raakte me meer dan allerlei diepgravende theologische studieboeken. Daar sloten de Chassidische verhalen heel goed op aan.
Sindsdien is geloven-met-het-hart voor mij steeds belangrijker geworden.
Ik merk dat de verhalen die ik vertel me ook persoonlijk inspireren in mijn geloof. Ik ben er vrolijker, minder ernstig door geworden. Preken is voor mij iets teveel uitleggen, soms ook te rationeel. Terwijl ik heel erg kan opgaan in het vertellen, waarbij het verhaal voor zichzelf gaat spreken.
Het legt zichzelf uit en dat is de kracht van de verbeelding.
‘Chassidische vertellingen zijn ook meerduidig. Als verteller hoef je niet voor één uitleg te kiezen. Zo is er een verhaal over een koning, die zichzelf heeft verborgen achter een gordijn en die koning doet mij heel sterk aan God denken. Of ik zie Jezus voor me, als ik vertel over een bedelaar en een prins, want die bedelaar heeft voor mij echt de trekken van Jezus. Zo zal het voor sommige hoorders ook zijn, maar het hoeft niet. Verhalen zijn niet dwingend. Je kunt een verhaal ook beluisteren als mooie levenswijsheid.’
Geen amusement!
Op de vraag of de bijdrage van ‘Vilde Katshke’ op de Ontmoetingsdag ‘meer dan amusement’ is, reageert Van Eck ineens vrij heftig: ‘Meer dan amusement? Nee, géén amusement, in de zin van een soort gemakzuchtige verpozing. Wat we doen is een oefening in verbeelding, een oefening in levensvreugde. Dat geldt voor de muziek én de verhalen. In de keus van mijn verhalen zal ook zeker iets zitten rond het thema van de Ontmoetingsdag: “Spoorzoeken”. Zoeken kan op allerlei manieren: zoeken naar iets dat je kwijt bent, naar iets dat je is beloofd of dat je nodig hebt. Dat zoekende, die hunkering die leidt tot op weg gaan, zal de rode draad zijn van ons optreden in Lelystad.’ Volgens Van Eck zal in het thema ook weer die mengeling te horen zijn van verlangen naar God, naar het hemelse en een nuchterheid, die je brengt bij de plaats die je hier op aarde hebt.
Arme rijken?
Maar is dat hunkerende, dat hemelverlangen, wel zo typerend voor de ziel van Nederlands Gereformeerden? Van Eck lacht wat. ‘De verhalen die ik vertel hebben in dit opzicht wel iets ontmaskerends voor mensen, die in materieel opzicht niets te wensen hebben en daar hun leven wat teveel op gebouwd hebben. In veel vertellingen zie je de joodse Oost-Europeanen voor je. Dat waren evenals de zigeuners minderheden, kwetsbare groepen. Vervolging was geen uitzondering en armoede ook niet. Wat mij zo aanspreekt is, dat je in die materiële armoede stuit op een grote geestelijke rijkdom. Dat brengt je met schrik bij de vraag of het bij ons niet andersom is... ’