Meerderheid van regio's positief over rapport vrouwen in het ambt

2004-04-16
  • Jaargang 48
  • nummer 8
Een kleine meerderheid van de Nederlands-gereformeerde regio's kan zich inhoudelijk vinden in de conclusies van het rapport Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten (VOP).
Dat bleek zaterdag 3 april na de eerste bespreking van het rapport op de Landelijke Vergadering in Lelystad.
Of het rapport ook wordt aangenomen op een van de volgende samenkomsten is echter nog onduidelijk.

Zaterdagmiddag lag een van de meest spraakmakende rapporten van de Landelijke Vergadering 2004 op tafel, namelijk dat van de commissie Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten (VOP). Het 180 pagina's dikke rapport heeft binnen en buiten eigen kring al veel stof doen opwaaien. De schrijvers concluderen namelijk dat het op basis van de bijbel verantwoord is om het ambt open te stellen voor vrouwen.
Commissievoorzitter M. Vrijmoeth-de Jong uit Houten pleitte er tijdens haar openingstoespraak nadrukkelijk voor om eerst de hoofdzaak van het rapport inhoudelijk te beoordelen: namelijk de doordenking van de kwestie van de vrouw in het ambt in het licht van de Schrift. Volgens haar en haar commissieleden is het goed om pas nà een inhoudelijke standpuntbepaling te bezinnen op de eventuele uitvoering van het besluit en de consequenties daarvan. Vrijmoeth: 'De vraag die naar onze overtuiging centraal moet staan, luidt niet: wat zullen de buren ervan denken - hoe belangrijk dat overigens is - maar die vraag luidt: wordt op deze wijze, in dit
rapport, recht gedaan aan de Schrift?'

Werkstuk
Waarna dr. P. Veldhuizen uit Leerdam de spits afbeet. Tijdens een lang betoog waarin hij consequent van 'werkstuk' sprak, haalde hij uit naar de kwaliteit van de studie. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk is een grondige en verantwoorde studie te schrijven die, zoals de commissie zelf schrijft, niet wetenschappelijk is. Veldhuizen somde een lijst op van namen en titels op die hij 'node had gemist' in de ruim vier pagina's literatuurverwijzingen die het rapport telt. 'Heeft u zich hier niet te gemakkelijk van afgemaakt?' Helemaal niet, vond de commissie. 'Je kunt dingen op een niet-wetenschappelijke maar toch verantwoorde manier doen, bijvoorbeeld je kind opvoeden.
Zo hebben wij bij ons rapport niet elke steen theologisch omgekeerd, maar is het kerkelijk toch verantwoord.' De commissie, die vijfeneenhalf jaar aan het rapport heeft gewerkt en er zevenendertig keer voor bijeen is geweest, heeft niet 'de 201ste exegetische studie willen schrijven', aldus commissielid ds. J.M. Mudde. 'We hebben willen laten zien wat de situatie is, welk materiaal er is, en wat we daarmee nu als kerken kunnen doen.' Op de vraag van afgevaardigden of dat verantwoord is gebeurd, antwoordde hij volmondig 'ja'. Mudde: 'We hebben alles, naar onze mogelijkheden, uit de kast gehaald.'

Uit armoede
Er waren ook veel vragen over de methodes waarmee de commissies heeft gewerkt, namelijk die van de exegese (Schriftuitleg, puur op grond van wat er staat) en die van de hermeneutiek (Schriftverstaan, hoe verstaan we de tekst in onze tijd).
Daarover had voorzitter Vrijmoeth al tijdens haar openingstoespraak gezegd dat het op basis van integere en deskundige exegese 'niet wil lukken om alle bijbelse gegevens overtuigend in één plaatje te vatten'. Vervolgens was de overgang gemaakt van de Schriftuitleg naar het Schriftverstaan; van de exegese naar de hermeneutiek.
'Niet meer alleen de vraag: wat staat er?, maar ook: hoe lezen we de bijbel? Hoe passen we de vele voorschriften in de bijbel toe? Bij het verwerken van die vragen laten we de bijbeluitleg natuurlijk niet liggen. (...) Slechts in de voortdurende wisselwerking tussen exegese en hermeneutiek kan een verantwoorde, bijbelse overtuiging groeien.' Ook Mudde benadrukte desgevraagd nogmaals dat de commissie niet 'uit armoede' bij de hermeneutiek terecht is gekomen.
'Dat is ons te verwijten: dat wij de suggestie wekken dat er twee trajecten worden gegaan. Terwijl het gaat om een voortdurende wisselwerking.'

De buren
Na de vragenronde volgde een commentaarronde.
De vele, soms sterk uiteenlopende meningen van de regio's werden daarin benadrukt. Er waren suggesties om woorden te veranderen (ds. A. van Leeuwen stelde bijvoorbeeld voor om het woordje 'contextbepaald' niet meer te gebruiken en te vervangen voor 'contextbetrokken'); er was grote waardering voor het rapport; er was kritiek op de werkwijze; er was angst voor 'wereldgelijkvormigheid' en vooral: vrees voor de relaties binnen de kleine oecumene, de CGK en de GKV. Br. J.
Hoogwaerts van de regio Alkmaar/ Zaandam: 'De conclusies van dit rapport brengen ons in een isolement.
Het gaat ons niet om wat de buren zeggen, maar om wat onze bròeders zeggen!' Hij pleitte voor een 'pas op de plaats' en zei namens zijn regio niet met dit rapport mee te kunnen gaan.

Een tweede Mozes
Ds. F. Gerkema uit Amersfoort vond dat de diepe motieven waardoor Paulus als apostel werd bewogen, in het rapport 'zo in de marge blijven staan'. Daarom had hij de belangrijkste op een rijtje gezet. Gerkema noemde de christelijke vrijheid en het missionaire motief. 'Mijns inziens moeten de aanwijzingen van Paulus, waarin heel concreet is te zien hoe de apostel inging op zijn tijd, niet worden getrokken in de sfeer van een nieuwe wet voor de kerk van alle tijden.
Als was de apostel Paulus een tweede Mozes. Pak je de aanwijzingen van de apostel wel op als een nieuwe wet - bijvoorbeeld het zwijggebod als een gebod voor alle tijdendan beknot je de christelijke vrijheid en loop je jezelf als West-Europese gemeente van de Heer anno 2004 voor de voeten, zowel in de opbouw van de gemeente als in het missionaire.
Als het gaat om de vraag van de plaats van de vrouw in de gemeente, zou ik zeggen: oordeel zelf. Als de gaven er zijn, als het opbouwt in de gemeente, als het nieuwe mogelijkheden schept in het missionaire werk: doen!' Waar ik dus voor pleit is dus een weg die constructief, opbouwend, en offensief, missionair, is. Als mensen die gesteld zijn in de christelijke vrijheid. Een dergelijke constructieve en offensieve omgang met de brieven van het NT gun ik niet alleen onze kerken, maar ook onze christelijk gereformeerde en vrijgemaakte broeders en zusters.'

Metro
In juni gaan de afgevaardigden verder met de behandeling van het rapport VOP. Een zaterdagmiddag benoemde commissie gaat samen met een aantal VOP-leden onderzoeken hoe het rapport verder wordt behandeld. Of en zo ja waarover dan gestemd gaat worden, is nog onbekend. Er ligt al een voorstel om het rapport in een zogenaamde voortgezette LV te behandelen, waarbij elke kerk een eigen afgevaardigde stuurt. Zo'n voortgezette LV kan bijeen worden geroepen als het om ingrijpende besluiten gaat. Dat het hierom gaat, bleek uit de aanwezigheid van enkele toeschouwers op de publieke tribune en de grotere persvertegenwoordiging dan normaliter. Behalve de verslaggevers van ND, RD en Opbouw waren er ook vertegenwoordigers van Trouw en het ANP. Waardoor maandagochtend alle Nederlandse bus- en treinreizigers via het gratis verspreide blad Metro kennis konden nemen van de bespreking van het rapport in Lelystad.

Actualisering van het AKS
Tijdens de ochtendzitting van de LV van 3 april werd een nieuwe versie van het AKS (Akkoord van Kerkelijk Samenleven, de kerkorde van de NGK) besproken.
Ds C. Koolsbergen uitte namens zijn regio waardering voor het werk, maar vroeg zich af of de taal niet wat moderner had gekund. 'Daarin zit iets vervreemdends.' Ook vonden afgevaardigden een aantal termen onduidelijk en vroegen zij of de commissie daar opnieuw naar wilden kijken. Het feit dat de commissie de Drie Formulieren van Enigheid bij diverse artikelen 'uitvoerig had rondgestrooid' aldus ds. W. Smouter namens de regio Arnhem, stuitte op weerstand. Tot dusver zijn deze formulieren alleen genoemd in een artikel waarin het gaat om het onderschrijven van de kerkleer (art.17) De commissie stelt nu vanwege de consistentie voor om de formulieren ook te vermelden in onder andere de artikelen over appèl op kerkelijke besluiten en over het functioneren van het AKS zelf. Smouter: 'Het is mooi dat het in artikel 17 staat en in de preambule, en dat is genoeg.' Ook vroeg men zich af of de juridische gedeelten en de beschrijvingen van procedures niet naar de bijlagen kan worden gebracht, zodat 'een sober en geestelijk AKS' overblijft. De commissie gaat met de op- en aanmerkingen van de afgevaardigden nogmaals naar de tekst kijken en brengt het dan in stemming.
Vervolgens kunnen amendementen worden ingediend, waarover dan ook gestemd zal worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief