Homo’s horen erbij!
2004-04-16
De navolging van Christus als opdracht voor allen betekent dat we in een pastorale sfeer in gesprek gaan met (potentiële) gemeenteleden die homoseksueel zijn en een relatie hebben.- Jaargang 48
- nummer 8
Een mooi thema van ds. H. de Jong's lezing die in de vorige nummers van Opbouw werd gepubliceerd.
Kenmerkend voor de navolging van Christus is dus praten met en niet praten over homo’s.
Het deed me goed dit te lezen. Ds. De Jong spreekt met empathie en op een integere wijze, waarbij hij niet nalaat soms ook duidelijk stelling te betrekken.
Hij pleit voor ruimte voor een homoseksuele relatie, maar tegen het homohuwelijk.
In dit artikel wil ik het hebben over wat de navolging van Christus voor de gemeente betekent. Ds. De Jong neemt zijn vertrekpunt in de erkenning dat gelovige homo’s er mogen zijn in de christelijke gemeente. Deze erkenning leidt tot de consequentie dat gelovigen die leven in een homoseksuele relatie evengoed bij Christus’ (lijdende) gemeente op aarde horen.
Ik ben blij met dit standpunt. Ds. De Jong beschrijft dat hij zelf in het verleden hierom heeft moeten lijden.
Toch is ds. De Jong wat mij betreft niet consequent genoeg als hij homo’s ter overweging geeft zich van één van de ambten te onthouden. De erkenning dat homo’s erbij horen wil mijns inziens zeggen dat zij volwaardig lid van de gemeente zijn.
Gruwel
Homoseksualiteit is een controversieel onderwerp dat gelovigen verdeelt.
Juist die controverse is oorzaak van lijden van gelovige homo’s en van anderen die het voor hen opnemen, zoals ds. De Jong. Er zullen mensen zijn die zeggen dat ds. De Jong teveel vanuit de mens redeneert en niet vanuit de bijbel. Ik vind dat een verkeerde tegenstelling. Het is Jezus die ons voorgaat in ‘het aanzien van de mens’ en in het doorzien van wat mensen werkelijk beweegt. Mensen die deze tegenstelling opwerpen interpreteren de bijbel vaak letterlijk, los van de context: 'Er staat toch "een gruwel in Gods ogen" en "mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende"?' Ik denk niet dat we rechtstreeks lijnen kunnen trekken vanuit de bijbel naar vandaag. Mijn ervaring is dat door deze praktijk van letterlijk bijbelgebruik de ander niet werkelijk in liefde wordt gezien en dus voorbij wordt gegaan aan het doel van de christelijke gemeente.
De praxis
In de periode dat het onderscheid tussen homofilie, de geaardheid, en homoseksualiteit, de ‘praxis’, nog algemeen aanvaard was in de kleine orthodoxe kerken, heb ik gezien wat deze opvatting in de praktijk uitwerkt.
Ik was toen vrijgemaakt en had twee homoseksuele vrienden, van wie de één bewust alleen bleef, maar wel af en toe ‘in zonde’ viel. De ander koos voor een relatie van liefde en trouw en kwam in aanvaring met de kerkenraad. 'Wie van hen deed Gods wil?' had de vraag van Jezus kunnen zijn. De één, met een verborgen promiscue levensstijl die lid bleef van de gemeente, of de ander die openlijk koos voor een homoseksuele relatie en de kerk uiteindelijk verliet? Het onderscheid tussen de homoseksuele geaardheid en de homoseksuele praktijk leidt tot een dubbele moraal en een verknipt leven. Er is geen reden seksualiteit te isoleren van de rest van een liefdesleven.
Dilemma
Tegenwoordig komt het voor dat een kerkenraad zich voor een ander dilemma ziet geplaatst. Het dilemma van de voor- en tegenstanders in de gemeente. Ik heb twee gelovige vriendinnen die een lesbische relatie hebben. Zij hebben gevraagd om lid te mogen worden van een gemeente.
De betreffende kerkenraad staat voor een dilemma hoe hen recht te doen, maar te voorkomen dat daarmee sommigen in de gemeente onrecht wordt aangedaan. Dat zijn mensen die als zoveel christenen de overtuiging hebben dat God homoseksualiteit verbiedt.
Hier past de weg van verdraagzaamheid die Paulus ons wijst bij de kwestie van het wel of niet eten van het offervlees. Een keuze voor een homoseksuele levensstijl is een eigen verantwoordelijkheid.
Dit dilemma vereist een dialoog over hoe we Gods gemeente kunnen zijn; wat de navolging van Christus als opdracht voor allen betekent dus.
Het vraagt nogal wat moed van een kerkenraad hierover het gesprek in de gemeente aan te gaan en te leiden.
Het is van groot belang is dat een kerkenraad weet hoe te handelen en niet blijft steken in een soort handelingsverlegenheid. Want zolang een kerkenraad niet handelt, gebeurt er wat zij juist wil vermijden.
Zonder dialoog kunnen gemeenteleden niet groeien in geloof en leren hoe zij gemeente voor een homoseksueel stel kunnen zijn.
Zonder gemeentelijk welkom vinden homo’s geen geestelijk onderdak.
Inclusieve gemeente
Het is voor een dialoog belangrijk dat gemeenteleden zich realiseren dat zij geconfronteerd worden met hun eigen opvattingen over homoseksualiteit.
Pas na bewustwording van eventuele vooroordelen zijn mensen in staat homo’s in een open liefdevolle houding tegemoet te treden. Alleen vanuit een visie op de gemeente van Christus als een inclusieve gemeente kom je tot de erkenning dat homo’s erbij horen. Een inclusieve gemeente wil zeggen dat verscheidenheid tussen mensen positief wordt gewaardeerd.
Mensen zijn divers geschapen, hebben allerlei mogelijkheden en beperkingen, maar mogen er zijn.
Allen horen bij Christus’ kudde. Niet dit probleem wel en dat niet. Als stel met een homoseksuele relatie hoor je er ook bij. Acceptatie zoals je bent moet in de gemeente uitgangspunt zijn.
Deviant of variant
Volgens ds. De Jong is de kwestie van het denken over homoseksualiteit als deviant gedrag of als variatie op het normale heteroseksuele patroon cruciaal in het hele gesprek over homoseksualiteit.
Hij geeft aan dat hij homoseksualiteit beschouwt als een beperking, als een afwijking van het normale. Ik kan me daar veel bij voorstellen. Ik ken christenen die homoseksualiteit gelijk stellen aan in de ‘Tien geboden’ verboden handelen zoals stelen. Een homo valt dan in dezelfde categorie als een misdadiger.
Ik heb daartegenover vaak de vergelijking gemaakt met mensen die een handicap hebben, bijvoorbeeld die verlamd zijn aan hun benen. God heeft het bij de schepping zo niet bedoeld. God heeft het bedoeld dat seksualiteit plaatsvindt tussen man en vrouw. In deze metafoor is homoseksualiteit een gevolg van de gebrokenheid van het leven. Het is dan geen vraag meer dat wij rekening mogen, zelfs moeten houden met deze gebrokenheid in de wereld.
Elk voorbeeld gaat ergens mank.
Want als we de verschillen tussen mensen als uitgangspunt nemen voor de inclusieve gemeente, stellen we wat we als normaal beschouwen ter discussie. Bijvoorbeeld in een schoolklas zitten kinderen met verschillende begaafdheden, mogelijkheden, beperkingen en culturele achtergronden. Vroeger was het klassikaal onderwijs uniform en gericht op het grote gemiddelde. Er vielen altijd wel kinderen buiten de boot. Tegenwoordig is de diversiteit van mensen uitgangspunt en zijn er onderwijssystemen die de ontwikkeling van ieder individueel kind centraal stellen. Analoog aan de metafoor van de klas is homoseksualiteit te beschouwen als een mogelijkheid, een variant dus, en geen afwijking van het ‘normale’ heteroseksuele patroon. Ik denk dat voor echte acceptatie van homo’s variantdenken meer mogelijkheden biedt.
Verkondiging
Hoe dan recht doen aan Gods geboden?
Gods wil is geëerd worden en dat mensen tot hun recht komen, geen schade (van elkaar) ondervinden.
Wat Paulus zei over homoseksualiteit zag hij als een gevolg van afgoderij. Als vandaag twee gelovige homo’s een relatie aangaan ligt dat geheel anders. Zij doen dat om, evenals een ander christelijk stel, in hun relatie God te eren. Een gelovig homoseksueel stel hoort wat mij betreft helemaal bij de christelijke gemeente indien zij van harte christen zijn, elkaar trouw willen zijn, in hun relatie de Heer willen dienen, en vanuit hun relatie vruchtbaar kunnen zijn voor de gemeente, andere christenen, voor hun naasten.
Dan past het mijns inziens niet homo’s uit te sluiten van het ambt, alsof zij in Gods gemeente toch een marginale positie hebben.
De marginalisering van homo’s in de maatschappij heeft geleid tot praktijken waarbij homo’s hun seksualiteit achter bomen of in bosjes moeten beleven. Mijns inziens stelt de christelijke gemeente zich in deze wereld verkondigend op door in haar eigen gemeenschap deze marginalisering niet te accepteren.
Een christelijke gemeente mag homo’s niet in de steek laten of marginaliseren. Dat kan moeilijk zijn voor sommigen of haast niet op te brengen. Het gebod van Jezus om zelfs je vijanden lief te hebben geeft tot in het extreme aan hoe het liefdesgebod kan botsen met hoe wij soms geneigd zijn te denken.